← België

Arrest 252581 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 06/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.581 Rolnummer: A. 235325/X-18059 Zaak: Arrest 252581 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 06/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-01-14 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 05:56 Fiche Arrest nr 252.581 van 6 januari 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 252.581 van 6 januari 2022 in de zaak A. 235.325/X-18.059 In zake : Johan DELRUE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Catrysse kantoor houdend te 8420 De Haan Kievitenlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE ANZEGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 28 december 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- de individuele constructieve motie van wantrouwen van 3 december 2021 […] - de beslissing tot ontvankelijkheid van de ingediende motie van 3 december 2021 […] - de aktename van ontvankelijkheid van de ingediende motie van 3 december 2021 op 14 december 2021 […] - de aanname van de individuele constructieve motie van wantrouwen op 14 december 2021 […] - de aktename van de ontvankelijkheid van de voordrachtsakte van de nieuwe schepen van 14 december 2021 […] - de beslissing tot installatie en eedaflegging van een nieuwe schepen, met inbegrip van onderzoek van de geloofsbrieven, de eedaflegging [en] de bepaling van de rangorde […]”. X-18.059-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 januari 2022, om 10 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Faust Roziers, die loco advocaat Stijn Catrysse verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Na de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te Anzegem, werd verzoeker eerste schepen. Op 3 december 2021 wordt aan de algemeen directeur van de gemeente een individuele constructieve motie van wantrouwen tegen verzoeker bezorgd. Blijkens de formele motivering willen de fracties in de coalitie met de motie verzekeren dat de mondelinge afspraken omtrent de opvolging van verzoeker na drie jaar door L. D., correct worden uitgevoerd. X-18.059-2/5 Bij de motie is een akte van voordracht van L. D. als kandidaat- schepen gevoegd. Op 14 december 2021 neemt de gemeenteraad akte van de ontvankelijkheid – “zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad” – van de individuele constructieve motie van wantrouwen tegen verzoeker. Vervolgens wordt de individuele constructieve motie van wantrouwen “goedgekeurd/aangenomen”. Nog op 14 december 2021 besluit de gemeenteraad akte te nemen van de ontvankelijkheid – “zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad” – van de voordrachtakte van L. D. als kandidaat-schepen ter vervanging van verzoeker, en verklaart de gemeenteraad hem verkozen. Hij legt de eed af in handen van de burgemeester en wordt in zijn ambt als (eerste) schepen geïnstalleerd. IV. Beoordeling
  5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten op voorwaarde, onder meer, dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. De verzoekende partij moet van het vervuld zijn van die voorwaarde doen blijken aan de hand van precieze en concrete gegevens die zij in haar verzoekschrift aanvoert.
  6. Te dezen vecht verzoeker formeel zes verschillende handelingen aan, maar houdt zijn uiteenzetting met betrekking tot de voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid wezenlijk louter verband met de morele en politieke schade die hij specifiek door de vierde bestreden beslissing lijdt, te weten door de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2021 om hem, X-18.059-3/5 via het aannemen van de tegen hem gerichte motie van wantrouwen, te ontslaan als schepen: doordat hij aldus “pardoes aan de kant geschoven [wordt] omwille van een vermeend en onvoorwaardelijk akkoord om de fakkel door te geven” wordt hij “in de ruimere publieke opinie afgestraft”; in zoverre hij in de publieke opinie bekend staat “als zijnde ‘de schepen die uit zijn ambt werd gezet’ en zulks niet snel wordt uitgeklaard”, zal het voor hem des te moeilijker zijn om de volgende verkiezingen aan te vatten “als een zetelend schepen met een vlekkeloos parcours”; hoe langer hij afwezig blijft uit de collegezitting, hoe meer hij aan geloofwaardigheid bij de burgers van Anzegem inboet; hij loopt het gevaar om het mandaat van schepen gedurende een lange periode niet te kunnen uitoefenen, waardoor “het door hem uitgestippelde werktraject en de projecten die door hem werden opgestart en die hij voor ogen had om te realiseren in de rest van de legislatuur, gefnuikt [dreigen] te worden door een ander[e] werkwijze die hiervan afwijkt”; “[h]et is van belang dat deze disruptie in de uitoefening van bevoegdheden van verzoekende partij en het beleid dat verzoekende partij hierbij hanteerde, zo snel als mogelijk wordt hersteld”, zodat verzoeker “opnieuw in zijn ambt [wordt] hersteld” en hij alsnog het beleid voort kan uitvoeren.
  7. Verzoekers betwisting van deze vierde bestreden beslissing – de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2021 om tegen hem een individuele constructieve motie van wantrouwen aan te nemen – betreft evenwel een geschil als bedoeld in artikel 147, eerste lid, 1°, van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’, namelijk een geschil over het ontslag van het mandaat van schepen. Overeenkomstig die bepaling komt het de Raad voor verkiezingsbetwistingen toe om over een dergelijk geschil uitspraak te doen, althans in eerste aanleg. Verzoeker zegt overigens zijn ontslag als schepen ook effectief bij de Raad voor verkiezingsbetwistingen te hebben aangevochten.
  8. Uit wat voorafgaat, volgt dat de besproken vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet kan worden ingewilligd. X-18.059-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.059-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.581 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.842 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.