id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.582 Rolnummer: A. 235367/X-18061 Zaak: Arrest 252582 - Sluitingen van vestigingen - 06/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-01-07 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 05:56 Fiche Arrest nr 252.582 van 6 januari 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 252.582 van 6 januari 2022 in de zaak A. 235.367/X-18.061 In zake : Jamal SIKA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Abderrahim Lahlali kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 731 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD KORTRIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Leandra De Cuyper kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 januari 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de burgemeester van de stad Kortrijk van 17 december 2021 ‘houdende de tijdelijke intrekking van de uitbatingsvergunning, het opleggen van het uitvoeren van werken en de intrekking van de permanente afwijking op het sluitingsuur, d.i. het overlastconvenant, voor Carrement Lounge’. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.061-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 januari 2022, om 14 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Abderrahim Lahlali, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten op voorwaarde, onder meer, dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing.
- Met de bestreden beslissing legt de verwerende partij in de eerste plaats de intrekking op van de uitbatingsvergunning als shishabar van Carrement Lounge gedurende twee weken vanaf 17 december
- Ten tweede verplicht de bestreden beslissing ertoe om infrastructurele werken te laten uitvoeren en de shishabar gesloten te houden totdat de bevoegde inspectiediensten attesteerden dat de zaak “volledig reglementair perfect in orde” is. En ten derde trekt de aangevochten beslissing de permanente afwijking op het sluitingsuur van Carrement Lounge in, waardoor de shishabar voortaan gesloten moet blijven tussen 1 en 5 uur. X-18.061-2/6 Verzoeker, naar eigen zeggen zaakvoerder van Carrement Lounge, voert hieromtrent ter staving van de uiterst dringende noodzaak aan: dat de bestreden beslissing leidt “tot een aanzienlijke beperking van zijn activiteiten, ergo een aanzienlijke inkomstenderving”, dat zijn financiële draagkracht “elke dag van tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ernstig geschaad [wordt]”, dat het voor hem “uiterst moeilijk tot onmogelijk zou zijn om de inkomstenderving die hij zal lijden ten gevolge van de sluiting gedurende een onbepaalde tijd – in afwachting van de opmaak van de attesten door de inspectiediensten – vermeerderd met de verdere maandenlange inperking van zijn openingsuren, te compenseren”, dat de vaste kosten en openstaande facturen al die tijd dezelfde blijven, dat tijdens de sluiting deze kosten een veelvoud van de beroepsinkomsten zijn, en dat zijn financieel belang ook onrechtstreeks in het gedrang komt door de reputatieschade die klantenverlies en inkomstenderving zal meebrengen.
- De intrekking van de uitbatingsvergunning gedurende twee weken vanaf 17 december 2021 hield al op vanaf 1 januari
- Ook de sluiting totdat door de bevoegde inspectiediensten zou zijn geattesteerd dat de zaak reglementair in orde is, liep intussen af. Na controle door de dienst Volksgezondheid op 3 januari 2022, deelde de verwerende partij op 4 januari 2022 aan verzoeker mee dat er geen bezwaar tegen is dat Carrement Lounge weer als shishabar wordt uitgebaat. Voor de nadelen van de intrekking van de uitbatingsvergunning en van de sluiting tot aan de controle van de inrichting kan een schorsing verzoeker bijgevolg niet meer behoeden. Een schorsing geldt louter voor de toekomst.
- Rest dus nog alleen het nadeel, in essentie financieel van aard, dat verzoeker beweerdelijk lijdt doordat hij niet tussen 1 en 5 uur open mag zijn. X-18.061-3/6 Het is een nadeel dat verzoeker met niets concreet inzichtelijk en aannemelijk maakt. Hoeveel inkomsten hij vreest te zullen mislopen, wat de weerslag van dat inkomstenverlies is op zijn gehele financiële situatie, welke vaste kosten en facturen hij heeft: de Raad van State heeft er allemaal het raden naar. Verzoekers uiteenzetting blijft steken in algemene beweringen, die met geen enkel stuk gestaafd worden – niet bij het verzoekschrift, noch (voor zoveel al aanvaardbaar) ter terechtzitting. Het blijkt niet dat er voor verzoeker, rechtstreeks of onrechtstreeks, een financieel nadeel dreigt, van een zodanige omvang dat er voor hem sprake is van een uiterste urgentie die zich niet laat verenigen met de behandeling van zijn zaak in een beroep tot nietigverklaring of minstens met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat alvast niet is voldaan aan de cumulatieve schorsingsvoorwaarde van het voorhanden zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid. Er is bijgevolg reden om de vordering tot schorsing in haar geheel te verwerpen zonder dat de exceptie van gebrek aan belang, die de verwerende partij in de nota opwerpt, hoeft te worden onderzocht en er een uitspraak over gedaan moet worden. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.061-4/6 X-18.061-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.061-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.582 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div