← België

Arrest 252698 - Natuurbehoud - Vergunningen - 20/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.698 Rolnummer: A. 229192/VII-40643 Zaak: Arrest 252698 - Natuurbehoud - Vergunningen - 20/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-01 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 06:02 Fiche Arrest nr 252.698 van 20 januari 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 252.698 van 20 januari 2022 in de zaak A. 229.192/VII-40.643 In zake :

  1. de NV DEBAIL
  2. Jan VAN SPRINGEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 23 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 3 juli 2019 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 21 maart 2019 houdende het opleggen van bestuurlijke maatregelen, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.643-1/8 Auditeur Benny De Sutter heeft op 11 februari 2021 een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober
  5. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wim Mertens, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Liesbeth Tommelein, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 14 augustus 2018 stelt het Agentschap voor Natuur en Bos (hierna: ANB) vast dat op percelen gelegen te Lennik, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie F, nrs. 178A, 187A, 188F en 209E, “de volledige vegetatie, inclusief alle boomopslag” werd geklepeld. Naar aanleiding van deze vaststelling verstuurt het ANB de volgende aanmaning: VII-40.643-2/8 “Een groot deel van de vegetatie bestaat uit moeras. Moerassen zijn volledig beschermd volgens het Natuurdecreet en kunnen enkel beheerd worden volgens de code goede natuurpraktijk, ook in landbouwgebied. De waterhuishouding is volledig beschermd in en rond moerassen. Dit wil zeggen dat er geen grachten of drainages mogen aangelegd en/of hersteld worden die een invloed hebben op het moeras. Er werd geen natuurvergunning aangevraagd voor deze werken. Mag ik u vragen de moerasvegetatie terug te laten ontwikkelen en de boomopslag te laten uitschieten. Als bijlage vindt u een luchtfoto waaruit blijkt dat het hier over een moeraszone gaat. […] Wanneer in de toekomst gelijkaardige vaststellingen worden gedaan of u geen gevolg geeft aan deze aanmaning, zal een proces-verbaal worden opgemaakt waaraan herstelmaatregelen worden gekoppeld”. 3.
  8. Op 22 augustus 2018 stelt een natuurinspecteur van het ANB vast dat wederom werkzaamheden worden uitgevoerd op de percelen. Hij legt ter plaatse onmiddellijk een mondelinge bestuurlijke maatregel op. 3.
  9. Van de nieuwe vaststellingen wordt op 27 augustus 2018 een proces-verbaal opgesteld, waarin het volgende wordt vermeld: “Ik ontvang een melding dat er op woensdagavond 22 augustus 2018 werken aan de gang zijn op hogergenoemde percelen. Ik begeef me ter plaatse. Een grote tractor met groot watervat en een kraan [rijden] net weg van het perceel. Er staat ook nog een terreinwagen die even later ook vertrekt. Ik kom aan op de plaats waar de werken uitgevoerd zijn, op dat ogenblik komt ook de opgeroepen politiepatrouille toe. Wij bekijken de bijkomende vernielingen die aangebracht zijn door een voertuig op rupsen aan de laatste stukjes van het moeras dat nog recht stond na de klepelwerken waarvoor een aanmaning opgesteld werd. Na het ontvangen van de aanmaning wordt het laatste beetje vegetatie dat nog recht stond ook plat gereden. (zie fotodossier). We stellen ook vast dat er 5 diepe putten gegraven werden met een kraan aan de rand van het moerasterrein aan de kant van de beek. In deze putten net boven de waterdragende kleilaag is er drainage aangebracht. Hier is zeer recent aan gewerkt en het water loopt via de aangebrachte buizen naar de beek. […] De dag erna begeef ik me met collega Van Zeebroeck ter plaatse, de werken werden niet hervat. We doen een grondigere terreincontrole. We stellen vast dat de drainage die reeds aangelegd is al zeer goed functioneert en het water uit het moeras aan het draineren is. De moerasplanten zijn na het klepelen terug aan het uitschieten, wij stellen vast dat riet, lisdodde, moesdistel, verschillende zegge soorten en wilgen allen behorende tot moerasvegetaties VII-40.643-3/8 overvloedig aanwezig zijn. Op een aantal plaatsen staat op het moment van de vaststellingen water boven op het terrein. Gezien de actueel uitzonderlijk droge omstandigheden is dit een extra bewijs van de natte grond/moerasgebied (zie fotodossier). Onderzoek van luchtfoto’s leert dat dit gebied reeds lang moeras is en steeds verder evolueert”. 3.
  10. Op 27 augustus 2018 beslist het ANB aan de verzoekende partijen de volgende bestuurlijke maatregelen op te leggen: “Het volledig verwijderen van de aangelegde drainage, zowel in de vijf gemaakte putten als deze die uitmondt in de beek. Men dient vooraleer men de putten terug vult, de natuurinspectie te verwittigen voor controle. Nadat de controle goedgekeurd is, dienen de putten terug gevuld te worden met de aanwezige aarde. Er mogen geen andere werken uitgevoerd worden die de waterhuishouding beïnvloeden. Men dient de moerasvegetatie terug te laten ontwikkelen door deze de volgende 3 jaar spontaan te laten evolueren”. Aan de bestuurlijke maatregelen wordt een uitvoeringstermijn gekoppeld: “Aangezien de drainage nu reeds functioneert, wordt de uitvoeringsdatum kort gehouden om schade aan het moeras te voorkomen. De uiterlijke uitvoeringsdatum is 27 september 2018”. 3.
  11. Tegen voormelde beslissing stellen de verzoekende partijen bestuurlijk beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. 3.
  12. Op 26 september 2018 stelt een natuurinspecteur van het ANB een navolgend proces-verbaal op, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “De dienst ontvangt een aangetekend schrijven van de advocaat van verdachte met een aantal argumenten die het bestaan van een moeras in twijfel trekt. […] De code voor de goede natuurpraktijk leert dat moerasgemeenschappen kunnen ontstaan waar de bodem langdurig verzadigd blijft met water (zie lager in het geel aangeduid). Dit hebben we kunnen vaststellen vermits er na een extreem droge zomer nog steeds grondwater bovenop zichtbaar was en dus blijkt dat de bodem op die plaatsen nog steeds 100% verzadigd is. Dit is na de voorbije droogte zeker niet over de ganse oppervlakte meer het geval VII-40.643-4/8 waardoor er in augustus met machines werken konden uitgevoerd worden. De planten die behoren tot het type rietland (Mr) en grote zeggenvegetatie (Mc) komen veelvuldig en gebiedsdekkend voor in het moerasgebied en tonen aan dat deze percelen perfect onder de beschrijving moeras bepaald volgens het natuurdecreet vallen. De bodem op de natste plaatsen is [venig]. Het natuurlijk herstel sinds de klepelwerken van augustus is reeds ingezet en het riet staat eind september terug 1 meter hoog […] ook de zegges zijn zich aan het herstellen. De code voor goede natuurpraktijk [bepaalt] verder: Algemeen ziet men bij het normale onderhoud van moerassen en waterrijke gebieden af van: - de rechtstreekse of onrechtstreekse wijziging in de ongunstige zin van de waterhuishouding door drainage, ontwatering, dichten en wijziging van het overstromingsregime van de vegetatie; - De opsomming van Dhr Van Springel betreffende het historisch gebruik van het perceel kan kloppen. Maar neemt niet weg dat het perceel in 2009 (luchtfoto 19/08/2009 zie fotodossier) al blijk geeft van een mooi ontwikkeld moeras ook al stond het aangegeven als grasland in de landbouwaangifte, er zijn op de luchtfoto reeds struiken en bomen vast te stellen. Vanaf 2010 tot en met 2015 werd het perceel niet aangegeven. Het moeras kon zich rustig verder ontwikkelen. Foto’s van 10/03/2013 (zie fotobijlage) tonen zeer duidelijk het moeraskarakter aan van het perceel. Vanaf 2016 wordt de oppervlakte maar voor een deel terug aangegeven als braakliggend land met minimale activiteit (zie fotodossier). Het is perfect mogelijk dat er een soortenrijk moeras ontstaat en zich [ontwikkelt] over een tijdspanne van 15 tot 20 jaar. Dit moeras valt eveneens onder de regelgeving van het natuurdecreet welk moerassen integraal [beschermt] ook in landbouwgebied volgens het gewestplan. - In de watertoets 2017 wordt dit perceel aangeduid als mogelijk overstromingsgevoelig”. 3.
  13. Op 9 oktober 2018 vindt een hoorzitting plaats. De verzoekende partijen dienen een nota en stukken in. 3.
  14. De afdeling Handhaving adviseert op 5 november 2018 om het beroep van de verzoekende partijen als ongegrond af te wijzen en de bestuurlijke maatregelen te bevestigen. 3.
  15. Met een besluit van 7 december 2018 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het bestuurlijk beroep ongegrond en bevestigt zij de opgelegde bestuurlijke maatregelen. Tegen dit besluit hebben de verzoekende partijen een beroep tot nietigverklaring ingediend bij de Raad van State (zaak A. 227.404/VII-40.488). VII-40.643-5/8 3.
  16. Op 28 januari 2019 maant het ANB de verzoekende partijen opnieuw aan om de bestuurlijke maatregelen uit te voeren. 3.
  17. In antwoord op deze aanmaning deelt de raadsman van de verzoekende partijen mee dat bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring werd ingediend tegen het ministerieel besluit van 7 december
  18. 3.
  19. Vervolgens laat het ANB weten dat zij wegens het hangende annulatieberoep “moeilijk een onomkeerbare maatregel kunnen handhaven”. In afwachting van een uitspraak en omdat “de aanwezige drainage ondertussen het perceel verder verdroogt”, wordt op 21 maart 2019 een nieuwe bestuurlijke maatregel opgelegd “strekkende tot het ontkoppelen van de drainage (zonder deze in zijn geheel te moeten verwijderen) en het dichten van de buis aan de kant van het moeras om verdere ontwatering te voorkomen”. 3.
  20. Tegen deze beslissing stellen de verzoekende partijen op 29 maart 2019 bestuurlijk beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. 3.
  21. Bij ministerieel besluit van 3 juli 2019 wordt het beroep ongegrond verklaard en wordt de bestreden bestuurlijke maatregel bevestigd. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  22. Bij arrest nr. 252.697 van heden, gewezen in de zaak A. 227.404/VII-40.488, heeft de Raad van State het vernietigingsberoep van de verzoekende partijen tegen het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 7 december 2018 verworpen. Ingevolge dit verwerpingsarrest heeft het ministerieel besluit van 7 december 2018, dat als bestuurlijke maatregel aan de verzoekende partijen de verwijdering van de bestaande drainage in het betrokken moerasgebied oplegt, een definitief en onaantastbaar karakter verkregen. Bijgevolg kan de met voorliggend beroep nagestreefde nietigverklaring van de bestreden beslissing, waarbij in afwachting VII-40.643-6/8 van de uitspraak over het vernietigingsberoep in de zaak A. 227.404/VII-40.488, een louter bewarende bestuurlijke maatregel wordt opgelegd door “in de buis een prop te steken die het water tegenhoud[t]”, teneinde “de situatie ter plaatse te behouden en verdere verdroging van het moeras te voorkomen”, de verzoekende partijen niet tot voordeel strekken. In hun laatste memorie betwisten de verzoekende partijen deze conclusie, die ook in het verslag van de auditeur wordt gesuggereerd, overigens niet.
  23. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  24. De Raad van State verwerpt het beroep.
  25. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  26. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. VII-40.643-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.643-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.698 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.