← België

Arrest 252699 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.699 Rolnummer: A. 233332/VII-41073 Zaak: Arrest 252699 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-01 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-14 02:38 Fiche Arrest nr 252.699 van 20 januari 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.699 van 20 januari 2022 in de zaak A. é.332/VII-41.073 In zake : Danny VAN ROOY woonplaats kiezend te 2320 Hoogstraten Katelijnestraat 15 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geert Vrints kantoor houdend te 2390 Malle Hoge Warande 10A tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 1 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-0686 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 25 februari 2021 in de zaak 1920-RvVb-0352-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 10 mei 2021 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie- procedure bij de Raad van State’. VII-41.073-1/3 Aan verzoeker is op 29 juli 2021 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 1 oktober 2021 aan de partijen ter kennis gebracht. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan verzoeker van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. BESLISSING
  4. De Raad van State verwerpt het beroep.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. VII-41.073-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.073-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.699 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.