← België

Arrest 252700 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.700 Rolnummer: A. 232713/VII-41006 Zaak: Arrest 252700 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-01 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 06:02 Fiche Arrest nr 252.700 van 20 januari 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.700 van 20 januari 2022 in de zaak A. 232.713/VII-41.006 In zake : het autonoom gemeentebedrijf STADSONTWIKKELING GENT (SOGENT) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :

  1. de BV SOUVERAIN 400
  2. Ignaas VANDENABEELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter De Smedt en Sofie De Maesschalck kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV RINKKAAI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Toon Smets kantoor houdend te 1160 Oudergem Vorstlaan 280 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
  3. Het cassatieberoep, ingesteld op 15 januari 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-0393 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 10 december 2020 in de zaak 1920-RvVb-0091-A. VII-41.006-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij beschikking van 19 maart 2021 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Rinkkaai heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 14 juni
  5. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft op 20 oktober 2021 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 29 oktober 2021, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een VII-41.006-2/4 vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partijen. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-41.006-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.006-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.700 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.