id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.735 Rolnummer: A. 233486/XIV-38675 Zaak: Arrest 252735 - Tucht (openbaar ambt) - 21/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-02 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 06:04 Fiche Arrest nr 252.735 van 21 januari 2022 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 252.735 van 21 januari 2022 in de zaak A. é.486/XIV-38.675 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de POLITIEZONE 5373 BERINGEN/HAM/TESSENDERLO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het politiecollege van de meergemeentezone Beringen-Ham-Tessenderlo van 24 februari 2021 waarbij aan verzoeker de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 251.455 van 10 september 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 21 september 2021 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. XIV-38.675-1/4 Op 7 december 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en betwist derhalve niet de beoordeling van het in dat schorsingsarrest ernstig bevonden middel.
- In het arrest nr. 251.455 van 10 september 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. XIV-38.675-2/4 De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en betwist derhalve niet de beoordeling van het in dat schorsingsarrest ernstig bevonden middel.
- De Raad van State ziet geen reden om de onwettigheid die in het schorsingsarrest voorlopig is vastgesteld, ten gronde niet bij te vallen. Het enig middel is gegrond in de mate waarin het eerder in het voornoemde schorsingsarrest ernstig werd bevonden. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt “de beslissing van het politiecollege van de meergemeentezone Beringen-Ham-Tessenderlo van 24 februari 2021 waarbij aan verzoeker de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd”.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XIV-38.675-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.675-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.735 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.455 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.