← België

Arrest 252760 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 25/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.760 Rolnummer: A. 233448/XIV-38669 Zaak: Arrest 252760 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 25/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-02 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-10 06:05 Fiche Arrest nr 252.760 van 25 januari 2022 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 252.760 van 25 januari 2022 in de zaak A. é.448/XIV-38.669 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD NINOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Ninove van 18 februari 2021, waarbij aan verzoeker als tuchtsanctie het ontslag van ambtswege wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 251.385 van 24 augustus 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 15 september 2021 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. XIV-38.669-1/4 Op respectievelijk 24 november 2021 en 18 november 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: de algemene procedureregeling) kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
  5. In het arrest nr. 251.385 van 24 augustus 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en betwist derhalve niet de beoordeling van het in dat schorsingsarrest ernstig bevonden middel. XIV-38.669-2/4
  6. De Raad van State ziet geen reden om de onwettigheid die in het schorsingsarrest voorlopig is vastgesteld, ten gronde niet bij te vallen. Het eerste middel is gegrond in de mate waarin het eerder in het voornoemde schorsingsarrest ernstig werd bevonden. IV. Kosten
  7. Verzoeker vordert in het enig verzoekschrift een rechtsplegingsvergoeding begroot op 840 euro.
  8. Te dezen wordt voor de oplossing van het geschil toepassing gemaakt van artikel 11/2 van de algemene procedureregeling. Met toepassing van artikel 67, § 2, derde lid, van de algemene procedureregeling, is derhalve geen verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. Een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro wordt toegekend aan verzoeker. BESLISSING
  9. De Raad van State vernietigt de beslissing van de burgemeester van de stad Ninove van 18 februari 2021, waarbij aan verzoeker als tuchtsanctie het ontslag van ambtswege wordt opgelegd.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
  11. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XIV-38.669-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.669-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.760 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.385 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.