← België

Arrest 252809 - Overheidsopdrachten - 27/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.809 Rolnummer: A. 231729/XII-8954 Zaak: Arrest 252809 - Overheidsopdrachten - 27/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 06:07 Fiche Arrest nr 252.809 van 27 januari 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 252.809 van 27 januari 2022 in de zaak A. 231.729/XII-8954 In zake : de NV FABRICOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Valentine de Francquen en Katrijn Vermeulen kantoor houdend te 1050 Brussel Flageyplein 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: EIGEN VERMOGEN FLANDERS HYDRAULICS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Ruben Dewulf kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 23 oktober 2020, strekt tot de nietigverklaring van: “- de beslissing van EVFH genomen op een ongekende datum, waarvan verzoekende partij kennis genomen heeft door middel van een schrijven verzonden op 25 en 26 augustus 2020, waarbij EVFH beslist de opdracht ‘Ontwerp, levering en installatie van een sleepwageninstallatie met toebehoren voor het Maritiem Onderzoekscentrum te Oostende’ aan Consmema BV te gunnen en, aansluitend - de (impliciete) beslissing om de opdracht niet aan verzoekende partij te gunnen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 248.418 van 1 oktober 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. XII-8954-1/3 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ines Martens heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ opgesteld. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIe kamer bij beschikking van 24 november 2021 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 25 januari
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Afstand van het geding
  5. Zoals reeds is vastgesteld in het arrest nr. 248.418 van 1 oktober 2020, is de bestreden beslissing op 21 september 2020 ingetrokken. Na de wisseling van de memories in de procedure ten gronde, waarin de partijen hun standpunt in verband met de gevolgen van de intrekking uiteenzetten, deelt de verzoekende partij met een brief van 27 mei 2021 mee dat de partijen beslist hebben om afstand te doen van het geding en onderling geen XII-8954-2/3 rechtsplegingsvergoedingen te vorderen. Met een brief van dezelfde dag deelt de verwerende partij mee dat zij akkoord gaat met de regeling zoals verwoord in de voornoemde brief van de verzoekende partij. Gelet op het voorgaande, neemt de Raad van State akte van de afstand van het geding. In de gegeven omstandigheden is er voorts geen aanleiding om een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. BESLISSING
  6. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-8954-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.809 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.418 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.