id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.811 Rolnummer: A. 233555/VII-41098 Zaak: Arrest 252811 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 27/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-01 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 06:07 Fiche Arrest nr 252.811 van 27 januari 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.811 van 27 januari 2022 in de zaak A. é.555/VII-41.098 In zake: de BV AUTODEMONTAGE VAN BOXTEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristof Hectors, Rami Nasser en Pauline Van Bogaert kantoor houdend te 2000 Antwerpen De Burburestraat 6-8, bus 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van het “besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij […] van 1 maart 2021 houdende de weigering voor de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen zoals omschreven in de kennisgeving BE0001011109”. II. Verloop van de rechtspleging
- Aan de verzoekende partij is op 9 augustus 2021 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op 23 november 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende VII-41.098-1/3 partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. VII-41.098-2/3 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.098-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.811 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div