← België

Arrest 252813 - Dierenwelzijn - 27/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.813 Rolnummer: A. 233620/VII-41108 Zaak: Arrest 252813 - Dierenwelzijn - 27/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-03 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 06:07 Fiche Arrest nr 252.813 van 27 januari 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.813 van 27 januari 2022 in de zaak A. é.620/VII-41.108 In zake:

  1. Yves ANDRIESSEN
  2. Annemie BRUSSELAERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joachim Douwen kantoor houdend te 2260 Westerlo Baksveld 3/E bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 11 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van de inspectiedienst Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van 12 maart 2021, waarbij in toepassing van artikel 42, § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren twee honden in volle eigendom worden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging VII-41.108-1/4
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 5 augustus
  5. Op 26 en 28 oktober 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende en de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 januari
  6. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Steven Maris, die loco advocaat Joachim Douwen verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Valérie De Schepper, die loco advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling VII-41.108-2/4
  8. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, §1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekers hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  9. Noch in het verzoek om te worden gehoord, noch ter terechtzitting wordt de toepassing van voormeld artikel 14bis, § l, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 door de verzoekende partijen betwist. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen.
  10. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. De verzoekers worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.108-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.108-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.813 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.