← België

Arrest 252815 - Financiële tegemoetkomingen - 27/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.815 Rolnummer: A. 234508/VII-41208 Zaak: Arrest 252815 - Financiële tegemoetkomingen - 27/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-03 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 06:07 Fiche Arrest nr 252.815 van 27 januari 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Financiële tegemoetkomingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.815 van 27 januari 2022 in de zaak A. 234.508/VII-41.208 In zake: de BVBA CHARLOTJE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Erik Schellingen en Michiel Steylaerts kantoor houdend te 3740 Bilzen Stationlaan 45 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het Intern Verzelfstandigd Agentschap met rechtspersoonlijkheid OPGROEIEN REGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Rutger Robijns kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 9 september 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie van 6 juli 2021 waarbij de beslissing van Opgroeien Regie van 27 april 2021 strekkende tot subsidietoekenning na een subsidiebelofte wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. VII-41.208-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 januari
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michiel Steylaerts, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Rutger Robijns, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij is organisator van kinderopvang op verschillende kinderopvanglocaties. 3.
  6. Op 10 september 2018 diende de verzoekende partij een aanvraag in van een subsidiebelofte voor de basissubsidie (trap 1) groepsopvang nieuwe plaatsen – uitbreidingsronde 2018 voor 36 plaatsen. 3.
  7. Deze aanvraag wordt ontvankelijk verklaard op 13 september
  8. 3.
  9. Op 5 december 2018 neemt de verwerende partij de beslissing tot toekenning van de subsidiebelofte met referentienummer
  10. 3.
  11. De subsidiebelofte wordt verlengd op 14 april 2020, op 31 augustus 2020 en op 21 april
  12. VII-41.208-2/8 3.
  13. Op 31 maart 2021 dient de verzoekende partij een aanvraag van een subsidietoekenning na subsidiebelofte in. Op deze aanvraag verklaarde de organisator de subsidies te willen laten ingaan op 19 april
  14. De aanvraag wordt op 7 april 2021 ontvankelijk bevonden. 3.
  15. Opgroeien Regie beslist tot toekenning van de subsidie na een subsidiebelofte voor 36 plaatsen basissubsidie op 27 april
  16. 3.
  17. De verzoekende partij meldt per mail dat voor april 2021 en mei 2021 er geen kinderen werden opgevangen. 3.
  18. Op 15 juni 2021 vindt er een inspectiebezoek plaats die kadert binnen een vraag van Kind en Gezin naar vaststellingen ter plaatse in verband met de activiteit in deze locatie. 3.
  19. Er worden volgende vaststellingen gedaan: “[O]p het moment dat de inspecteur zich ter plaatse aanbiedt, is er geen teken van activiteit. Inspecteur belt herhaaldelijk aan en klopt op glazen toegangsdeur. Er lijkt niemand aanwezig. Via de glazen toegangsdeur is er zicht op de toegangszone, een gedeelte van leefruimte 1 en een gedeelte van rustruimte
  20. Hier is verschillend bouwmateriaal zichtbaar o.a. bakstenen, emmers, gevulde vuilzak, zak, chemische producten, plank die gedeeltelijk uitsteekt vanuit rustruimte 1, poetsgerei, gereedschap, enz. In de onthaalzone brandt de verlichting. Het raam van rustruimte 2 dat uitgeeft op de gedeelde toegangsweg staat in kiepstand. Beide ramen van rustruimte 2 die voorzien zijn van doorzichtig glas zijn afgeplakt met plastic. De andere ramen van de voorziening die uitgeven op de leefruimten en rustruimte 3 hebben ondoorzichtig glas. Achter deze ramen is het zichtbaar dat er op de ook bouwmateriaal staat, oa een brandblusapparaat, verfpot, gereedschap enz. Noch op de glazen toegangsdeur, noch aan de voorkant van het pand is er een aanduiding dat er opvang doorgaat of in de toekomst zal georganiseerd worden. Een passerende buurman (gedeelde toegang naar garageboxen en openbaar park) spreekt inspectie aan. Hij vertelt dat hij nog geen opvang in de lokalen gezien heeft. De buurman vertelt tevens dat hij hoorde dat er geen opvang in het pand zou komen maar dat de lokalen verhuurd werden aan iemand met percussiemateriaal, in kader van muzieklessen. VII-41.208-3/8 Er is geen melding van opening te vinden via de verschillende digitale kanalen van de organisator (websites zusterlocatie, verschillende sociale media kanalen van de zusterlocatie en de organisator). De enige online vermelding vinden we op website van de kinderopvangwijzer van Stad Hasselt. Vanuit de vermelding op deze pagina is het niet duidelijk of er plaatsen beschikbaar zijn op deze locatie. Uit de vaststellingen is af te leiden dat er op dit moment geen activiteit is en dat er tot nu toe ook geen opvangactiviteiten hebben plaatsgevonden. Tevens is de voorziening op het moment van het inspectiebezoek niet klaar voor een bezichtiging door kandidaatouders.”. 3.
  21. Op 6 juli 2021 wordt de beslissing tot subsidietoekenning na een subsidiebelofte van 27 april 2021 ingetrokken. Dit besluit luidt als volgt: “Conclusie: Uit het voorgaande blijkt dat in tegenstelling tot de verklaringen van de organisator, er tot minstens 15 juni 2021 geen medewerkers tewerk gesteld waren in de kinderopvanglocatie Floor en dat er nog geen kinderen werden opgevangen. Opgroeien regie stelt dan ook vast dat de werking nog niet opgestart was en dat er nog geen sprake was van een actieve vergunning. Opgroeien regie besluit bijgevolg dat de subsidietoekenning werd toegekend op basis van foutieve informatie over de effectieve opstart van de vergunde kinderopvanglocatie. Gelet op die vaststelling, moet de subsidietoekenning ingetrokken worden met ingang van 19 april 2021, waardoor deze volledig uit het rechtsverkeer verdwijnt. Als de organisator immers de juiste informatie ter beschikking had gesteld, dan zou Opgroeien regie de subsidiebelofte niet toegekend hebben. De intrekking van de subsidietoekenning moet het herstel in die rechtstoestand tot gevolg hebben. Het gevolg van deze beslissing Door de intrekking van de beslissing, verdwijnt deze volledig uit het rechtsverkeer en is het alsof deze beslissing nooit genomen werd. Er kunnen dus geen rechten meer volgen uit de beslissing tot subsidietoekenning na een subsidiebelofte van 27 april 2021.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  22. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling VII-41.208-4/8 ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunt van de verzoekende partij
  23. De verzoekende partij zet uiteen dat er sprake is van spoedeisendheid aangezien het bestreden besluit voor haar op materieel-financieel vlak ernstige gevolgen heeft. Door de bestreden beslissing heeft zij geen recht meer op basissubsidies voor 36 subsidieerbare kinderopvangplaatsen. Dit tast de dienstverlening op wezenlijke wijze aan en plaatst haar in een moeilijke financiële situatie. Zij heeft geen voorschot mogen ontvangen voor het derde kwartaal 2021 met betrekking tot de basissubsidie voor de 36 subsidieerbare kinderopvangplaatsen binnen kinderopvanglocatie FLOOR, ten gevolge van de intrekkingsbeslissing. Zij heeft ook geen voorschot ontvangen voor de 25 resterende gesubsidieerde kinderopvangplaatsen binnen subsidiegroep Hasselt. In afwachting van de uitspraak omtrent de onwettig geachte intrekkingsbeslissing bevindt de verzoekende partij zich in de bijzondere situatie waarin het voor haar bijzonder moeilijk is om in te schatten welke budgettaire maatregelen zij dient te nemen om het onrechtmatig verlies van de basissubsidies voor kinderopvanglocatie FLOOR op te vangen. Het dossier is gelet op deze blijvende onzekerheid, hetgeen een belangrijke hypotheek legt op de dienstverlening binnen kinderopvanglocatie FLOOR eveneens spoedeisend. VII-41.208-5/8 Beoordeling
  24. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet kan worden afgewacht. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. Om de spoedeisendheid aan te tonen volstaat het niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt immers het onvermijdelijk lot uit van elke beroepsindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen.
  25. De verzoekende partij voert in wezen een financieel nadeel aan omdat zij voor 36 subsidieerbare kinderopvangplaatsen geen basissubsidie ontvangt. Hierdoor kan de verzoekende partij niet inschatten welke budgettaire maatregelen zij dient te nemen. Zij maakt echter niet aannemelijk dat zij het resultaat van een annulatieprocedure niet kan afwachten maar stelt dat zij zich in afwachting van de VII-41.208-6/8 uitspraak over de onwettig geachte intrekkingsbeslissing in de bijzondere situatie bevindt waarbij het voor moeilijk in te schatten is welke budgettaire maatregelen zij dient te nemen. Het volstaat niet om een financieel nadeel in te roepen om de spoedeisendheid te verantwoorden. Een financieel verlies kan immers, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, worden hersteld na een annulatiearrest. Om de spoedeisendheid aan te tonen moeten de financiële gevolgen, zo ze concreet zijn aangetoond, in beginsel onomkeerbaar zijn. De omvang van een financieel en economisch nadeel moet dus, om een gebeurlijke schorsing te verantwoorden, dermate zijn dat de verzoekende partij de duur die een annulatieprocedure in beslag neemt niet zal kunnen overbruggen. Een verzoekende partij kan er zich niet toe beperken, wat dat betreft, te stellen dat zij dit nadeel lijdt, zonder enig gegeven te verstrekken omtrent het bestaan en de omvang ervan. De verzoekende partij zet uiteen dat zij geen basissubsidie (of voorschot) heeft ontvangen voor de 36 kinderopvangplaatsen en dat zij in het derde kwartaal van 2021 eveneens geen voorschot mocht ontvangen van de 25 resterende gesubsidieerde kinderopvangplaatsen binnen de subsidiegroep Hasselt. Zij laat evenwel na om de concrete financiële impact voor de subsidiegroep te concretiseren. Er worden geen concrete cijfers voorgelegd. De verzoekende partij toont niet aan dat het bestreden besluit onomkeerbare en onherstelbare financiële gevolgen met zich meebrengt. De verzoekende partij is een rechtspersoon. Zij verzuimt enige concretisering te geven van de impact op de bedrijfsvoering. Er is enkel sprake van een wezenlijke aantasting van de dienstverlening en van een moeilijke financiële situatie. Zij toont echter niet aan dat het bestaan of voortbestaan zelf of het financieel evenwicht ernstig in gevaar wordt gebracht bij zoverre dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing en het daaropvolgende rechtsherstel voor hen geen onmiddellijk nut meer kunnen hebben. Zij brengt in dit verband geen bewijs aan, bijvoorbeeld door het voorleggen van concrete argumenten en gegevens en door het toelichten van de te verwachten gevolgen van de VII-41.208-7/8 onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en dit alles gestaafd met verifieerbare overtuigingsstukken.
  26. De verzoekende partij maakt bijgevolg niet aannemelijk dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Er is niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.208-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.815 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.