id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.886 Rolnummer: A. 233659/XIV-38703 Zaak: Arrest 252886 - Niet begeleide minderjarigen - 04/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-14 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 06:12 Fiche Arrest nr 252.886 van 4 februari 2022 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 252.886 van 4 februari 2022 in de zaak A. é.659/XIV-38.703 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Done Dagyaran kantoor houdend te 1000 Brussel Dageraadstraat 44 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 12 maart 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-38.703-1/5 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 16 november 2021 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 december
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker komt België binnen en hij dient een verzoek om internationale bescherming in op 18 februari
- Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 31 december
- Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël te Leuven ondergaat verzoeker op 1 maart 2021 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Op 12 maart 2021 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. XIV-38.703-2/5 IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van artikel 3 van het internationaal verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: het IVRK) en van “artikel 61/14 Verblijfswet” iuncto de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’. Verzoeker voert aan dat het volstrekt onduidelijk is op basis van welke tests is beslist tot de leeftijdsbepaling. Hij acht het leeftijdsonderzoek op basis van botscans van pols, sleutelbeen en tanden niet helemaal betrouwbaar terwijl het resultaat ervan een grote impact heeft op de toekomst van de jongere. Het UNHCR, Unicef, het International Rescue Center en Vluchtelingenwerk zijn van oordeel dat een breder, multidisciplinair onderzoek nodig is, met name van medische, sociale, culturele en psychologische aard. Een medisch onderzoek is niet voldoende en focust niet op het belang van het kind. Gezien de grote impact op het verdere leven van het kind, meer bepaald op de asielprocedure, het recht op onderwijs en de strafrechtelijke aansprakelijkheid, is volgens verzoeker ook artikel 3 van het IVRK geschonden. Beoordeling
- Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is, namelijk dat verzoeker “op datum van 01-03-2021 een leeftijd heeft van 21,5 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar”. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van die XIV-38.703-3/5 onderzoeken samen met de bestreden beslissing worden betekend. Het verslag van het leeftijdsonderzoek bevindt zich in het administratief dossier en de bestreden beslissing vermeldt uitdrukkelijk dat verzoeker een kopie van de resultaten van de medische test en een kopie van zijn dossier kan vragen. Verzoeker voert niet aan en toont a fortiori niet aan dat hij er geen kennis van heeft kunnen nemen. Verzoeker toont dan ook geen schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juni 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’.
- Naar luid van artikel 7, § 1, van de van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts laat uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. De wet zelf heeft dus het medisch onderzoek als bewijsmiddel ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat. Verzoeker betwist kort de betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoeker toont met zijn algemeen geformuleerde twijfel aan de onderzoeksmethode geen onwettigheid van de bestreden beslissing aan.
- Verzoeker geeft niet aan op welke wijze artikel 61/14 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’, dat slechts enkele definities bevat, zou zijn geschonden met de bestreden beslissing.
- Daargelaten de vraag naar de directe werking van artikel 3 XIV-38.703-4/5 van het IVRK in het Belgische recht, blijkt uit de bestreden beslissing dat verzoeker ouder dan 18 jaar is. Verzoeker toont de onwettigheid van deze vaststelling niet aan, zodat hij zich niet op de voormelde verdragsbepaling kan beroepen.
- Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-38.703-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.886 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div