← België

Arrest 252915 - Varia (openbaar ambt) - 08/02/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.915 Rolnummer: A. 223424/IX-9149 Zaak: Arrest 252915 - Varia (openbaar ambt) - 08/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-14 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-10 06:12 Fiche Arrest nr 252.915 van 8 februari 2022 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 252.915 van 8 februari 2022 in de zaak A. 223.424/IX-9149 In zake: Christine VAN HERZELE woonplaats kiezend te 9520 Sint-Lievens-Houtem Wettersesteenweg 43 tegen: de FEDERALE PENSIOENDIENST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 19 juli 2017 van de Federale Pensioendienst “wat betreft [de aan Christine Van Herzele toegekende] eindvermelding […] voor de periode van de cyclus van de evaluatiecycli 01.01.2016 tot 31.12.2016”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. IX-9149-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 januari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en attaché Dennis Porrez, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoekster werkt sinds 1 september 1999 als vastbenoemd ambtenaar bij de Federale Pensioendienst, in de graad van attaché van Financiën (juriste klasse A2). 3.
  6. Op 19 juli 2017 kent de verwerende partij aan verzoekster de eindvermelding ‘te verbeteren’ toe voor de evaluatiecyclus van 1 januari 2016 tot 31 december
  7. Dat is de bestreden beslissing. 3.
  8. Op 25 maart 2019 beslist het beheerscomité van de verwerende partij om aan verzoekster de tuchtstraf ‘ontslag van ambtswege’ op te leggen. IX-9149-2/5 De Raad van State verwerpt vandaag bij arrest nr. 252.914 het beroep van verzoekster tot nietigverklaring van deze tuchtmaatregel. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  9. Ambtshalve rijst de vraag naar het rechtens vereiste actueel belang van verzoekster, gelet op het feit dat zij definitief bij tuchtmaatregel ontslagen is en bijgevolg niet meer in dienst is bij de verwerende partij.
  10. In het auditoraatsverslag over deze zaak wordt onderzocht of een eventuele nietigverklaring aan verzoekster nog een voordeel kan verschaffen. Vastgesteld wordt wat volgt: “Hetgeen relevant is om verzoeksters belang te beoordelen houdt verband met de invloed van de eindvermeldingen op haar ‘geldelijke en administratieve loopbaan’. Welnu, wat haar administratieve loopbaan betreft, kan moeilijk worden ingezien welk voordeel een vernietiging van de bestreden beslissing en bijgevolg een nieuwe evaluatie haar nog kan brengen: zij is geen ambtenaar meer bij de FDP en bovendien heeft zij, nà de bestreden beslissing, de evaluatiecyclus 2017 doorlopen (waarbij zij als eindvermelding ‘onvoldoende’ kreeg), beslissing die definitief is. In de administratieve loopbaan, meerbepaald om in aanmerking te komen voor een bevordering naar hoger niveau of klasse en verandering van graad (voor zover zij dit toen al beoogde), is enkel de laatste evaluatie van tel. Wat haar geldelijke loopbaan betreft, blijkt wel dat de regelgever bepaalde financiële gevolgen heeft verbonden aan de verschillende eindvermeldingen van de evaluatiecycli. Zo citeert verzoekster en dit blijkt ook uit het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, dat de ‘geldelijke vordering’ trager zal verlopen bij de vermeldingen ‘te verbeteren’ of ‘onvoldoende’. Het is evenwel niet duidelijk of de bestreden beslissing (waarbij verzoekster voor de derde maal werd geëvalueerd en ditmaal i.p.v. een ‘voldoende’ de eindvermelding ‘te verbeteren’ kreeg) op dat vlak voor verzoekster nadelige gevolgen heeft gehad, gevolgen welke eventueel na een nietigverklaring en een mogelijk positievere nieuwe beslissing nog rechtgetrokken kunnen worden. In huidige stand van zaken kan niet worden uitgesloten dat verzoekster hier nog een belang aan blijft ontlenen. Verzoekster wordt verzocht om hierover in haar laatste memorie duidelijkheid te verschaffen. Kan zij toelichten, gelet op de IX-9149-3/5 gebeurtenissen en feiten die zich sinds het uitwisselen der memories hebben voorgedaan, dat/waarom zij nog getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing? In het bijzonder kan zij klaarheid scheppen over de vraag of er al dan niet implicaties zijn geweest op haar ‘geldelijke loopbaan’, zoals in vorige paragraaf opgemerkt.”
  11. Verre van de gevraagde toelichting te geven met betrekking tot haar geldelijke loopbaan of de andere bevindingen van het auditoraat met betrekking tot haar administratieve loopbaan te weerleggen, gaat verzoekster in haar laatste memorie in het geheel niet concreet in op haar actueel belang. Zij parafraseert enkel enige theoretische beschouwingen, overgenomen uit rechtsleer, over het belangvereiste voor de Raad van State.
  12. Verzoekster toont aldus niet aan dat zij gedurende haar loopbaan enig geldelijk nadeel heeft ondervonden van de bestreden beslissing. Zij weerspreekt evenmin dat de gevorderde nietigverklaring na het definitief worden van haar ontslag geen voordeel meer kan opleveren. Te besluiten valt dat verzoekster geen actueel belang aantoont bij het beroep.
  13. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. IX-9149-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9149-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.915 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.