← België

Arrest 252919 - O.C.M.W. - 08/02/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.919 Rolnummer: A. 231429/IX-9956 Zaak: Arrest 252919 - O.C.M.W. - 08/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-14 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 06:13 Fiche Arrest nr 252.919 van 8 februari 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 252.919 van 8 februari 2022 in de zaak A. 231.429/IX-9956 In zake: de VZW SINT-JOZEF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :

  1. het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN BRAKEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf kantoor houdend te 9000 Gent Fortlaan 95
  2. het RVT RUSTHUIS NAJAARSZON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stéphanie Taelemans kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- IX-9956-1/4 I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 31 juli 2020, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen d.d. 3 juni 2020 tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2018 van de welzijnsvereniging RVT Rusthuis Najaarszon”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Brakel en het RVT Rusthuis Najaarszon hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van 2 oktober
  5. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 oktober
  6. Op 22 december 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. IX-9956-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  9. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9956-3/4 De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9956-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.919 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.