← België

Arrest 252969 - Overheidsopdrachten - 11/02/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.969 Rolnummer: A. 235427/XII-9178 Zaak: Arrest 252969 - Overheidsopdrachten - 11/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-14 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-10 06:15 Fiche Arrest nr 252.969 van 11 februari 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 252.969 van 11 februari 2022 in de zaak A. 235.427/XII-9178 In zake: de BV ANTWERPSE GERECHTSDEURWAARDERS ASSOCIATIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV MODERO GERECHTSDEURWAARDERS ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Virginie Dor en Youri Musschebroeck kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 10 januari 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 24 december 2021 om de overheidsopdracht van diensten met als voorwerp ‘Raamovereenkomst voor juridische dienstverlening van gerechtsdeurwaarders’, XII-9178-1/30 voorwerp van het bestek GAC_2020_01363, te gunnen aan de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen en niet aan de verzoekende partij. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 25 januari 2022 heeft de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 februari 2022, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaten Joris Wouters en Geert Van Engelgem, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaten Charlotte Persoons en Ann-Sofie Custers, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Youri Musschebrouck, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit met als voorwerp ‘Raamovereenkomst voor juridische dienstverlening van XII-9178-2/30 gerechtsdeurwaarders’. Zij treedt hierbij op als aankoopcentrale voor de aankoopgroep van de stad Antwerpen. De opdracht heeft een looptijd van acht jaar, met een mogelijke verlenging van twee jaar. Er wordt gekozen voor een mededingingsprocedure met onderhandeling. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. 3.
  5. Blijkens het selectieverslag van 27 november 2020 dienen vier kandidaten, waaronder de verzoekende partij, een aanvraag tot deelneming in. Zij worden allen geselecteerd en vervolgens wordt hen het toepasselijke bestek bezorgd met de uitnodiging om een offerte in te dienen. 3.
  6. Bij de opening van de offertes op 27 juli 2021 blijkt dat drie van de vier geselecteerde kandidaten, waaronder de verzoekende partij en de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen, tijdig een (eerste) offerte hebben ingediend. 3.
  7. In de week van 18 oktober 2021 geven alle inschrijvers een presentatie (de zogenaamde demo) over het in hun offerte voorgestelde platform, waarna de verwerende partij aan alle inschrijvers schriftelijke vragen ter verduidelijking van de offertes stelt. 3.
  8. In het toepasselijk bestek worden de gunningscriteria en de boordelingsmethodiek als volgt omschreven: “III.
  9. Gunningscriteria De opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige en regelmatige offerte, rekening houdend met de volgende gunningscriteria en wegingen: - Kwaliteit 45% - Prijs 40% - Planning en organisatie 10% - Overdracht eigendoms- of gebruiksrecht software (vereiste optie) 5% De verschillende gunningscriteria worden getoetst aan de hand van detailvragen. Deze kunnen voor elk onderdeel teruggevonden worden onder de paragraaf ‘Technische bepalingen’. De structuur, nummering en volgorde van deze vragen dienen in de offerte van de inschrijver gevolgd, XII-9178-3/30 en zo volledig als mogelijk, beantwoord te worden. Bij elke detailvraag wordt aangegeven op welk gunningscriterium dit betrekking heeft alsook de weging ervan binnen het gegeven criterium. De totaalscore behaald op de detailvragen binnen een gegeven criterium wordt vervolgens herleid naar bovenstaande procentuele verdeling. Voor alle subgunningscriteria geldt het volgende: Indien niet specifiek gedefinieerd, gebeurt de beoordeling steeds op basis van efficiëntie, effectiviteit, kostenbesparing en/of (indien toepasselijk) doorlooptijd. Indien een onderdeel wordt gevraagd maar niet wordt aangeboden, scoort de inschrijver 0 op het kwaliteitscriterium gerelateerd aan dit onderdeel. De aanbestedende overheid zal elke vraag scoren volgens onderstaande tabel (waarbij ook tussenliggende scores kunnen worden toegekend) om tot een objectieve vergelijking te kunnen komen tussen de verschillende inschrijvers. Uitstekend = 10/10 Matig = 5/10 Zeer Goed = 9/10 Onvoldoende = 4/10 Goed = 8/10 Ruim onvoldoende = 3/10 Ruim Voldoende = 7/10 Zwak = 2/10 Voldoende = 6/10 Zeer zwak = 1/10 Niet aangeboden = 0/10 Gunningscriterium Kwaliteit Zoals bovenstaand beschreven zal de gevraagde kwaliteit en de mate waarin de aangeboden dienstverlening en het aangeboden ICT platform inspelen op onze noden, worden afgetoetst aan de hand van de detailvragen in de paragraaf: technische bepalingen. Ook de algemene kwaliteit en duidelijkheid van het dossier zal bijdragen tot het behalen van een hogere score per onderdeel. De aanbestedende overheid wenst een hoge kwaliteit te bekomen. Er moet minstens 50% van de punten worden behaald op dit onderdeel. Gunningscriterium Prijs Zoals bovenstaand beschreven kunnen de detailvragen omtrent het gunningscriterium Prijs teruggevonden worden in de paragraaf: technische bepalingen. De aanbestedende overheid wenst een lage prijs te bekomen. Er moet minstens 50% van de punten worden behaald op dit onderdeel. Gunningscriterium Planning & organisatie Cfr. de vragen in de paragraaf technische bepalingen wenst de aanbestedende overheid duidelijkheid te verkrijgen naar het uitgebreide plan van aanpak waarbij de inschrijver duidelijk en gestructureerd beschrijft op welke wijze, in welke stappen, met welke middelen en met welke timing hij de opdracht zal verwezenlijken. Er moet minstens 50% van de punten worden behaald op dit onderdeel. Gunningscriterium Overdracht eigendoms- of gebruiksrecht software (vereiste optie) Cfr. de vragen in de paragraaf technische bepalingen wenst de aanbestedende overheid duidelijkheid te verkrijgen over hoe het gebruikte XII-9178-4/30 ICT platform op het einde van de samenwerking (voor welke reden en op welk tijdstip dan ook) overgenomen of verder geëxploiteerd kan worden.” De detailvragen in de paragraaf ‘technische bepalingen’ betreffen 38 hoofdvragen, vaak onderverdeeld in meerdere subvragen, die voor alle criteria samen in totaal op 1000 punten worden gewaardeerd. De in het huidige geschil aan de orde zijnde vragen worden hierna uiteengezet. Voor de beoordeling van het gunningscriterium “kwaliteit”, worden de volgende drie vragen gesteld, elk op 20 punten: “
  10. Vereisten met betrekking tot de activiteiten van de deurwaarders 1.
  11. Gelieve de mate aan te geven waarin de inschrijver streeft naar een maximaal gebruik van de verschillende soorten van invorderingsmogelijkheden, zowel minnelijk als gerechtelijk, en hoe deze worden toegepast. Volgende mogelijkheden worden minimaal verwacht van en toegelicht door de inschrijver: - 1.1.1 minnelijke invordering: incassotraject (aanmaningen, gewone post, aangetekend, stuiting verjaringstermijnen,...) - 1.1.2 gerechtelijke invordering: betekening aktes, beslagen (bewarend, uitvoerend) en stuiting verjaringstermijnen Bijkomende invorderingsmogelijkheden dienen ook opgelijst te worden en vormen een pluspunt. […] 1.
  12. Welk plan van aanpak wordt voorgesteld voor, en hoe wordt omgegaan met, debiteuren zonder adres en debiteuren met een buitenlands adres: - De inschrijver stelt een plan van aanpak op voor debiteuren die geen adres meer hebben (voorstel AACB, AACB, adres bij OCMW, adres in instelling, onbereikbaren, …) én voor debiteuren met een buitenlands adres. Hier beoordeelt de aanbestedende overheid de efficiëntie en effectiviteit van de aanpak. - De inschrijver deelt ook zijn ervaringen met buitenlandse (invorderings)partners mee en de daarbij geboekte resultaten aan de hand van een lijst met buitenlandse partners. Hier beoordeelt de aanbestedende overheid de vlotheid van de communicatie alsook de efficiëntie en effectiviteit van de aanpak. XII-9178-5/30 1.
  13. De inschrijver geeft duidelijk weer welke relevante informatie hij kan aanleveren en waarmee mogelijks via toepassing van andere procedures een invordering alsnog mogelijk wordt. Meer bepaald wordt volgende informatie beoogd: - vaststellingen (bv: leegstand, onbewoonbaarheid, schade aan patrimonium, sluikstort,…) waarbij een verschil wordt gemaakt tussen ‘eenvoudige vaststellingen’ (verslag op te maken binnen 30m (forfaitprijs) en ‘complexe vaststellingen’ (verslagen waar langer dan 30m (uurtarief) aan wordt gewerkt) - solvabiliteit van de debiteur (in het kader van efficiënt debiteurenbeheer) - armoedebestrijding - fraudebestrijding (bv: aangiftefraude, leegstand, 2e verblijven,…) - vermijden van spookkosten (dubbele kosten vermijden gemaakt door andere gerechtsdeurwaarders of andere entiteiten) De aanbestedende overheid kijkt hier naar de aangeboden mogelijkheden, met inbegrip van hun mogelijke meerkost, en zal dit criterium beoordelen op basis van algehele economische voordeligheid, waarbij zowel efficiëntie en effectiviteit van de dienstverlening als een zo laag mogelijke kost worden gewaardeerd.” De volgende drie vragen vallen onder het gunningscriterium ‘planning en organisatie’. De eerste en derde vraag staan elk op 50 punten, de tweede op 10 punten: “1.
  14. De inschrijver geeft aan hoe, en op welke termijn hij zich concreet praktisch zal organiseren ter uitvoering van de opdracht. Hierbij denken we o.a. aan de eigenlijke deurwaarderwerking, het opnemen van de coördinerende rol, het maken van afspraken en formuleren van een eenduidige werking naar alle partijen, de training van de partners en de aanbestedende overheid in het 1CT platform. Deze vraag beoogt een antwoord naar de eigenlijke deurwaarderwerking, niet het digitaal platform: zie hiervoor 4.
  15. De kandidaat-inschrijver fungeert als aanspreekpunt/coördinator van alle vorderingen en zal voor de praktische uitvoering van de taken beroep doen op andere gerechtsdeurwaarderskantoren (al dan niet via onderaanneming) waarvan ca. 80% uit het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. Gelieve uw partners kenbaar te maken in de uitwerking van uw plan van aanpak evenals hoe de verdeling van opdrachten zullen geschieden.” “2.
  16. De doorlooptijd in uren en/of dagen van verwerking van nieuwe vragen van de opdrachtgever, eventueel met een onderscheid naar type dossiers. Een kortere doorlooptijd geniet de voorkeur. -vragen gelinkt aan specifieke dossiers XII-9178-6/30 -algemene vragen niet gelinkt aan een bepaald dossier Deze doorlooptijd wordt beoordeeld volgens de regel van drie: (kortste doorlooptijd/gescoorde doorlooptijd)*10 = score” “4 Vereisten, vragen en functionaliteiten van en omtrent het digitale platform 4.
  17. Gelieve de toestand van het aangeboden platform op het moment van indiening nader te verklaren: - U bent momenteel eigenaar van een ICT platform dat meteen inzetbaar is als coördinerend platform? - U bent momenteel eigenaar van een ICT platform waaraan nog beperkte aanpassingen moeten gebeuren opdat het inzetbaar is als coördinerend platform? - U bent momenteel geen eigenaar van een ICT platform maar o u plant dit als eigenaar aan te kopen waarbij het beheer intern wordt opgenomen? o u plant dit als eigenaar aan te kopen waarbij het beheer extern wordt opgenomen? o u plant dit af te nemen van een cloudprovider o u plant dit zelf te bouwen en zelf in beheer te nemen - andere De inschrijver geeft aan hoe, en op welke termijn, hij zich concreet praktisch zal organiseren om het voorgestelde digitale platform tijdig beschikbaar en gebruiksklaar te maken ter uitvoering van de opdracht. Hierbij denken we o.a. aan het opzetten en configureren van infrastructuur, ontbrekende en/of nog te ontwikkelen software en modules, opzet integraties, opzet gebruikers, monitoring,… De minimaal verwachte functionaliteit van het platform, welke benodigd is voor het realiseren van een gecoördineerde deurwaarderswerking zodat alles in goede banen kan worden geleid, dient maximaal 6 maanden na aanvang van de opdracht beschikbaar te zijn op straffe van onregelmatigheid van de offerte. De aanbestedende overheid doet een voorzet naar deze minimale functionaliteit, aangegeven in paragraaf 4.3, waarbij de inschrijver de vrijheid heeft deze verder uit te breiden (wat als plus wordt aanzien). Indien bijkomende functionaliteiten worden aangeboden maar niet meteen beschikbaar zijn, moet een duidelijk en uitgebreid plan van aanpak ingevoegd worden dat gestructureerd aangeeft op welke wijze, in welke stappen, met welke middelen en met welke timing deze verwezenlijkt zullen worden. De inschrijver geeft tevens aan welke investeringen reeds in het verleden werden uitgevoerd evenals welke nog zijn gepland.” XII-9178-7/30 Onder het gunningscriterium ‘kwaliteit’ wordt voorts een interactieve demo van het digitaal platform gevraagd, wat wordt beoordeeld op 80 punten: “4.
  18. De inschrijver voorziet in een uitvoerige interactieve demo van het digitaal platform (max 2u15 + 15min pauze) waarbij inzicht wordt gegeven over hoe de dossierinformatie tot stand komt in het platform door middel van de belangrijkste agerende processen en (sub)actoren. Indien de inschrijver niet over een werkend platform beschikt, of bepaalde nieuwe onderdelen nog niet in het werkend product beschikbaar zijn, voorziet deze minimaal, bij voorkeur clickable, wireframes met een uitvoerige toelichting dewelke de aanbestedende overheid inzicht geeft in de in de offerte aangeboden functionaliteiten in relatie tot het proces en hun moment(en) van oplevering. Er wordt gepolst naar de werking van het platform: de verwerking van de dossiers, de (automatische) opvolging, briefgeneratie, de terugkoppelingen naar randsystemen en de wijze en mogelijkheden tot consultatie en rapportering. De meerwaarde van het gebruik van het digitale platform dient in de kijker te worden gezet evenals de functionaliteiten en informatie waarvan de aanbestedende overheid en debiteur mede gebruik zal kunnen maken. Indien gebruikers van de aanbestedende overheid een bepaalde actie niet zelf kunnen uitvoeren, dient dit expliciet vermeld te worden (bv. gebruikers aanmaken, dossier stopzetten,...). Minimaal dienen volgende scenario’s te kunnen worden weergegeven: - ontvangst dossier door één of meerdere entiteiten van de stad mbt dezelfde debiteur (bv: belasting, een GAS-boete en een factuur) op verschillende of dezelfde tijdstippen - de input in het systeem - de verwerking van de dossiers door het systeem - de raadpleegbaarheid van de dossiers, de behandelende deurwaarder, de uitgevoerde acties, de geplande acties, plaats van uitvoering - status van de debiteur (bv: csr, faillissement, insolvabel,...) - aanmaken rapporten - solvabiliteitscontrole - toevoeging nieuwe informatie door opdrachtgever in het systeem + de acties daarop - berichtenmelding mbt nieuwe/geplande acties, afsluit dossier - resultaat van vaststellingen/raadpleging Indien de inschrijver deze verder kan uitbreiden en aanvullen met relevante functionaliteiten, wordt dit als een plus aanzien. Bij aanvang van de demo zal nagevraagd worden of deze opgenomen kan worden ter na-evaluatie. De beoordeling geschiedt op basis van algemene helderheid en duidelijkheid van de demo waarbij bijzondere aandacht gaat naar: XII-9178-8/30 - de mate dat het platform intuïtief en gebruiksvriendelijk is - de mate waarin de verschillende actoren aan bod komen (deurwaarders, advocaat, debiteur, Groep stad Antwerpen, …) - de mate waarin het platform het proces kan ondersteunen en optimaliseren - de mate waarin het gebruikersbeheer geconfigureerd kan worden (permissies, rollen en rechten) - de mate waarin dossierinformatie mogelijk naar bepaalde gebruikers afgeschermd kan worden - de mate waarin het dossier gebruiksvriendelijk en volledigheidshalve opgebouwd en opgevolgd kan worden - de mogelijkheden en kanalen beschikbaar om alerts op dossier- en vorderingsniveau te verkrijgen en in hoeverre de gebruiker dit zelf kan instellen - de mate waarin het ter beschikking gestelde platform te allen tijde actueel is? - de mate waarin er rapportering beschikbaar is en deze [in] real time wordt bijgewerkt? - de mogelijkheid tot filtering en inzage in lopende en afgesloten dossiers. - de mogelijkheid om een dossier te voorzien van commentaar, notities en bijlagen - de mogelijkheid het platform te voorzien van een ‘Antwerpen branding’ of minstens logo - de mogelijkheid om een gepersonaliseerde/organisatiebrede overzichtspagina op te maken met (interactieve) grafieken, tabellen, etc. - de mogelijkheid tot een grafische/visuele voortgang van betalingen - de mogelijkheid tot de weergave van bestaande terugbetalingsregelingen - de mogelijkheid tot het stopzetten van een dossier/opdracht - de mogelijkheid tot het raadplegen van standaard rapporten en het gebruik van de rapporteringstool - de mogelijkheid vanuit de toepassing dossierinformatie en eventuele bijlage te emailen - de mogelijkheid van het samenvoegen van dossiers en vorderingen: - nieuwe vorderingen terwijl een dossier reeds in behandeling is - samenvoegen van verschillende schulden van eenzelfde debiteur (bv. schulden uit niet-verworpen nalatenschap en persoonlijke schulden, bedrijfsschulden en privé-schulden, ouder en minderjarig kind, fiscaal en niet-fiscaal,…) - De communicatiemogelijkheden naar de debiteur met betrekking tot: - dossieropvolging - online betalingen - de koppelingen met andere systemen die ten goede komen van de algemene werking. (bv. vanuit de toepassing opzoekingen verrichten in rijksregister of in andere kennisdatabanken ter controle van de solvabiliteit).” XII-9178-9/30 Onder het gunningscriterium ‘Vereiste optie: Overdracht eigendoms- of gebruiksrecht software’ ten slotte, is de volgende vraag, op 50 punten, te dezen relevant: “5.
  19. Het is voor de aanbestedende overheid belangrijk dat er continuïteit voorzien wordt in de dienstverlening m.b.t. de gebruikte software. Hiertoe wenst zij de mogelijkheid te hebben om het gebruikte ICT platform op het einde van de samenwerking (voor welke reden en op welk tijdstip dan ook) over te nemen of verder te exploiteren. De inschrijver licht de volgende punten tot overname uitgebreid, concreet en helder toe in een voorstel en vult deze verder aan: - welk type overdracht van rechten wordt beoogd, de vorm en de wijze. - hoe de overname praktisch in zijn werk zal gaan - welke beperkingen gelden - welke modaliteiten gelden - hoe de continuïteit van het gebruik en ondersteuning van het platform kan worden verzekerd - welke prijs hiervoor wordt gevraagd, gedetailleerd per onderdeel, met een duidelijk beeld van de totale kost voor de aanbestedende overheid. - welke mogelijkheden er zijn naar hosting en onderhoud/updates/upgrades De overname betreft een vereiste optie en is geenszins een verplichting voor de aanbestedende overheid. De door de stad Antwerpen aangeleverde data [blijven] eigendom van de stad. Dit criterium zal o.a. beoordeeld worden op basis van de:  wijze van overname (eigendoms- of al dan niet exclusief gebruiksrecht)  verdere ondersteuning na de overname (uitgangspunt: de ondersteuning wordt uitbesteed aan een derde partner naar keuze) evenals de prijs van de ondersteuning en software updates  hosting en onderhoud van de servers van het platform  flexibiliteit van de overname (wanneer, hoe en in welke vorm)  de voordeligheid van bovenstaande, gericht op een minimale belasting voor de aanbestedende overheid en een zo laag mogelijke totale kost.” 3.
  20. In de Excel tabel ‘01363_Beoordeling’ gevoegd als bijlage bij het gunningsverslag van 15 december 2021 worden alle offertes regelmatig bevonden en inhoudelijk beoordeeld aan de hand van elk van de vragen gesteld in de gunningscriteria, waarbij aan elke inschrijver een totaalscore op een maximum van 1000 punten wordt toegekend. XII-9178-10/30 De vragen die in het huidige geding aan de orde zijn, worden als volgt beoordeeld: AGA Modero 1.1 Het aanbod van de verschillende Het aanbod van de verschillende invorderingsmogelijkheden die invorderingsmogelijkheden die worden toegepast, en hoe de worden toegepast, en hoe de procedures zich inhoudelijk procedures zich inhoudelijk voltrekken, worden als ruim voltrekken, worden als zeer goed voldoende ervaren. Hierbij komen ervaren. Onder andere het onder andere het solvabiliteitsprofiel, de behandeling solvabiliteitsprofiel, de van de verschillende dossiersoorten, behandeling van de verschillende het minnelijke en gerechtelijke dossiersoorten, het minnelijke en traject, de wijze en omgang met de gerechtelijke traject, de wijze en debiteur, de ethisch sociale 18 omgang met de debiteur, de 14 invorderingen en de wijze van ethisch sociale invorderingen en de schuldbewaking en wijze van schuldbewaking en schuldbemiddeling worden in de schuldbemiddeling aan bod. verschillende dossiers beschreven. Modero behaalt de hoogste score voor dit onderdeel omwille van innovativiteit (gebruik van kiwi-app), het toepassen van extra invorderingsmogelijkheden (o.a. vrijwillige loonsafstand en online veilingsplatform), duidelijkheid en de gestructureerde procesmatige weergave. 1.7 Voor wat betreft debiteuren zonder Voor wat betreft debiteuren zonder adres volgt AGA de dossiers op adres volgt Modero de dossiers op een zeer efficiënte en effectieve efficiënte en effectieve wijze op. Zij manier op. Voor wat betreft leggen in hun aanbod een zeer debiteuren met een buitenlands goede, zeer efficiënte en doordachte adres wordt door AGA aanpak voor die in verschillende samengewerkt met een potentiële situaties verduidelijkt buitenlandse partner. De lijst van wordt en tot effectieve oplossingen aangegeven landen is goed. Er leidt. Voor wat betreft debiteuren wordt rekening gehouden met met een buitenlands adres wordt 18 eventuele taalbarrières. Een 16 door Modero samengewerkt met een degelijk buitenlands netwerk buitenlandse partner. De wordt aangeboden en een vlotte aangegeven dekkingsgraad is zeer communicatie, in combinatie met goed. Er wordt rekening gehouden een degelijk efficiënte en met eventuele taalbarrières. Een effectieve aanpak. uitgebreid buitenlands netwerk De inschrijver scoort goed voor dit wordt aangeboden en een vlotte onderdeel communicatie, in combinatie met een zeer goede efficiënte en effectieve aanpak. De inschrijver scoort zeer goed voor dit onderdeel. 1.8 AGA biedt, voor wat betreft Modero biedt, voor wat betreft vaststellingen, transparantie naar vaststellingen, transparantie naar de de aangeboden dienstverlening, aangeboden dienstverlening, procedures en de relevante procedures en de relevante XII-9178-11/30 informatie die gedeeld kan informatie die gedeeld kan worden. worden. Er is aandacht voor specifieke Er is aandacht voor specifieke bijkomende contextuele te nemen bijkomende contextuele te nemen acties die kunnen leiden tot een acties die kunnen leiden tot een verhoogde kans tot invordering. verhoogde kans tot invordering. Voor wat betreft het vermijden van 18 Voor wat betreft het vermijden van 14 spookkosten tracht de inschrijver, spookkosten tracht de inschrijver, voor zover wettelijk mogelijk, te voor zover wettelijk mogelijk, te voorzien in eenheid van dossier. voorzien in eenheid van dossier. De efficiëntie en effectiviteit van Modero biedt, in vergelijking met de de dienstverlening wordt aanzien andere inschrijvers, een bijkomende als ruim voldoende. vaststellingsmogelijkheid aan waardoor de doorlooptijd verkort kan worden. Het aanbod van Modero voor wat betreft mogelijkheden tot (geïntegreerde) informatievoorziening overstijgt deze van de andere inschrijvers en krijgt de score zeer goed. 1.9 AGA geeft de termijnen en Modero geeft de termijnen en partners aan, al dan niet met hun partners aan, al dan niet met hun rolverdeling. rolverdeling. Modero detailleert het Het plan tot organisatie beschreven plan van aanpak zeer sterk en lijst de door AGA is duidelijk en logisch verschillende acties op om tot de geordend en wordt als realistisch invorderingsgids te komen, maakt in 45 aanzien. Deze krijgt de score ruim 35 dit plan gewag van voldoende. kwaliteitscontroles en doet een voorstel naar strategische en operationele vergaderingen. Het is een zeer duidelijk uitgewerkt plan met een gestructureerde aanpak die efficiënt en realistisch lijkt. De inschrijver krijgt de score zeer goed. 2.
  21. De algemene nagestreefde De algemene nagestreefde doorlooptijd van AGA is 24u. 0,4 doorlooptijd van Modero is minder 10 (1/24)*10 = 0,4 dan 1 uur en dit gekoppeld aan SLA (1/10)*10 = 10 4.1 AGA geeft een plan van aanpak ter Modero geeft een plan van aanpak implementatie van het IT platform ter implementatie van het IT binnen de vooropgestelde platform binnen de vooropgestelde termijnen. De uitwerking van het termijnen. De uitwerking van het plan wordt als goed aanzien. plan wordt als goed aanzien. Ook een verduidelijkende gantt Ook een verduidelijkende gantt chart is aanwezig en de reeds chart is aanwezig en de reeds gedane gedane en geplande investeringen en geplande investeringen samen samen met het innovatief aspect met het innovatief aspect van het van het platform worden platform worden toegelicht. toegelicht. 35 De high level samenstelling van de 40 De high level samenstelling van de architectuur van het aangeboden aangeboden oplossing wordt op platform wordt door middel van een een voldoende wijze inzichtelijk architectuurschema en bijhorende gemaakt. beschrijvingen op een goede wijze De algehele score voor dit verduidelijkt. Door de zeer onderdeel is ruim voldoende. duidelijke en uitgebreide omschrijving van het XII-9178-12/30 dienstenaanbod en de architectuur van het voorgestelde platform, zowel als de praktische organisatie en uitwerking van het plan, scoren zij hier goed. 4.3 AGA en Legal Recovery geven na Modero geeft na een korte intro een een korte intro en voorstelling van overzicht naar de structuur van het de organisatie een functioneel ICT platform en geeft door middel overzicht van het ICT platform. De van een live demo toelichting naar demo gebeurt op een zeer de functies van de verschillende gestructureerde wijze waarbij het beschikbare componenten: de platform wordt getoond met hierbij webinterface die de eenheid van de authenticatie-, dossier visualiseert, het gebruikersbeheer-, beveiligings-, gebruikersbeheer en communicatie-, import-, export-, beveiligingsmogelijkheden, dashboard-, branding-, zoek- en branding, validatie module, tracing- 56 actiemogelijkheden. Alle 64 en audit module, de import- en beschikbare informatie in het exportmogelijkheden, overzichts- en zoekscherm en het beschikbaarheidsmonitoring, detaildossier worden getoond en auditingtool, rapportering met toegelicht en worden als goed onderliggende datawarehouse, ervaren. toelichting van de synchronisatie Naast het platform voor de met het datawarehouse (o.a. real medewerkers van de stad time) en de verschillende services Antwerpen wordt het ontsloten via de dienstencentrale debiteurenplatform getoond module. Door het afwisselen tussen waarbij de betaal- en de verschillende modules, was het communicatiemogelijkheden aan begin van de demo niet altijd even bod komen. Het gevraagde omtrent goed volgbaar. Tijdens het verdere het medewerker- en verloop van de demo verliep dit wel debiteurenplatform [wordt] zeer duidelijk. ervaren als degelijk: intuïtief, Modero schetst een duidelijk en overzichtelijk. praktijkvoorbeeld en doorloopt dit De mogelijkheden tot vervolgens procesmatig aan de hand (dynamische) rapportering werden van de verschillende gebruikte duidelijk geschetst en zitten vervat applicaties en modules. in het platform. Het Er werd doorheen de controlecentrum, waarbij de stadsmedewerker view genavigeerd uitwisseling van berichten door de waarbij elke tab en elk scherm stad kan worden gevolgd, wordt werden verduidelijkt samen met de positief onthaald. De financiële navigatie-, zoek-, filter- opvolging is eveneens zeer communicatie- en duidelijk. De inschrijver krijgt actiemogelijkheden waardoor de voor dit onderdeel de score goed. werking en functionaliteiten van het platform duidelijk werden geschetst. Modero neemt daarnaast voldoende tijd om ook de werking van de Roger-app, de conceptuele Kiwi-app en het debiteurenplatform te verwerken in de demo zodat aan de aanbestedende overheid een duidelijk beeld van het aanbod werd geschetst. De inschrijver scoort voor dit onderdeel ruim voldoende. 5.1 AGA voorziet in een overdracht Modero voorziet in een van niet-exclusief gebruiksrecht eeuwigdurende, niet-overdraagbare, XII-9178-13/30 van het centraal platform. Voor dit niet-exclusieve licentie voor het gebruiksrecht wordt geen kost gebruik van het centraal platform. aangerekend. Bij overdracht zal de Voor dit gebruiksrecht wordt een code worden overgedragen naar vaste som aangerekend die jaarlijks een partij, aan te duiden door de afneemt met 10%. Na 10 jaar zou de opdrachtgever. De softwarepartner overdracht van het gebruiksrecht voorziet de nodige ondersteuning dan ook kosteloos zijn. voor overdracht, mits een Zij voorzien de nodige forfaitaire kost van 15 mandagen. 40 ondersteuning voor overdracht, en 35 Voor verdere ondersteuning en dit kosteloos. onderhoud alsook hosting van het Voor verdere ondersteuning en platform, wordt de mogelijkheid onderhoud alsook hosting van het geboden om een overeenkomst af platform, wordt de mogelijkheid te sluiten met de softwarepartner. geboden om een overeenkomst af te Als aanbestedende overheid zal de sluiten met de softwarepartner. Als stad hiervoor echter steeds een aanbestedende overheid zal de stad nieuwe aanbesteding moeten hiervoor echter steeds een nieuwe voeren. aanbesteding moeten voeren. De voorgestelde overdracht is Het aangeboden centrale pakket laat flexibel en transparant van aard en enerzijds een algemeen overzicht voordelig, zowel qua belasting als toe naar de opdrachtgever, zoals bij kostprijs. de andere inschrijvers, maar Ze scoren hier goed. ondersteunt daarnaast ook alle processen en applicatieve noden voor de uitvoering van deurwaardersactiviteiten, wat een pluspunt vormt. De voorgestelde overdracht is flexibel en transparant van aard, maar minder economisch voordelig tenzij de gehele looptijd van de overeenkomst wordt uitgedaan. Ze scoren hier ruim voldoende. De beoordeling aan de hand van alle gunningscriteria leidt tot de volgende finale rangschikking (waarbij de punten op 1000 worden herleid naar 100), waarna wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen: DEEL 5: Finale rangschikking Naam Kwaliteit Prijs Planning Overdracht Totaal/Som (45 ptn) (40 ptn) en eigendoms-rec organisatie ht of (10 ptn) gebruiksrecht software (vereiste optie) (5 ptn) MODERO 37,1 39,633 8,5 3,5 88,733 GERECHTSDEUR-WA ARDERS NV ANTWERPSE 34,49 40 7 4 85,49 XII-9178-14/30 GERECHTSDEUR-WA ARDERS ASSOCIATIE BVBA EQUALIS BVBA 33,17 39,167 6 5 83,337 3.
  22. Op 24 december 2021 gunt het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen de opdracht aan de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen. Dat is de bestreden gunningsbeslissing. IV. Tussenkomst
  23. De nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Regelmatigheid van de rechtspleging 5.
  24. De verzoekende partij dient een pleitnota in. Ze strekt ertoe de andere partijen, vooruitlopend op de zitting, “reeds schriftelijke te informeren over bepaalde aspecten van haar repliek”, maar ook te antwoorden op een aantal feitelijkheden vermeld in de nota met opmerkingen en het verzoekschrift tot tussenkomst “waarvan de verzoekende partij geen kennis had en kon hebben bij het opstellen van haar verzoekschrift”. 5.
  25. De procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid om een pleitnota als een processtuk neer te leggen. Het is de partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of de beoordeling van de middelen, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de pleitnota een reactie zou vormen op dergelijke nieuwe feiten, kan ze bij de zaak worden betrokken. In zoverre de pleitnota geen betrekking heeft op XII-9178-15/30 dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van het pleidooi ter zitting van de verzoekende partij, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  26. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om uitspraak te doen over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie, die de impliciete beslissing tot weigering van de gunning aan de verzoekende partij beoogt. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VII. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  27. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de rechtsbeschermingswet moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VIII. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  28. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 4 en 38 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), het XII-9178-16/30 gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel, het beginsel patere legem quam ipse fecisti en de formelemotiveringsplicht. De verzoekende partij licht toe dat de verwerende partij de gelijkheid van inschrijvers alsook de voorschriften van het bestek heeft geschonden, nu uit de bestreden beslissing blijkt dat de gekozen inschrijver klaarblijkelijk een offerte heeft ingediend die het maximaal aantal pagina’s overschrijdt en de verwerende partij dit heeft aanvaard, en zelfs betere scores heeft gegeven omwille van het uitgebreid karakter van het aanbod van de gekozen inschrijver. De verzoekende partij verwijst naar passages uit het gunningsverslag waaruit volgens haar blijkt dat de gekozen inschrijver in de mogelijkheid was om verschillende concrete situaties (en bijhorende werkwijzen) toe te lichten in haar offerte en daarom ook beter scoorde. Zij stelt dat het evenwel niet mogelijk was om binnen het vooropgestelde maximum aantal pagina’s van 100, een “veelvoud” aan situaties en werkwijzen toe te lichten. Hetzelfde geldt volgens de verzoekende partij voor de interactieve demo. Het is niet mogelijk om al de aspecten waarvan sprake in de motivering toe te lichten binnen de vooropgestelde maximumduur van 2 uur en 15 minuten, zodat moet worden afgeleid dat de gekozen inschrijver de mogelijkheid heeft gekregen een demo te presenteren die langer duurde. Het feit dat de verzoekende partij beter scoorde voor de demo, ontneemt haar niet het belang bij deze kritiek, zo vervolgt zij, omdat het niet is uitgesloten dat het puntenverschil nog groter zou zijn geweest. Door dit alles toe te laten heeft de gekozen inschrijver volgens de verzoekende partij een voordeel genoten ten opzichte van haar en de andere inschrijver, en is de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang gekomen; minstens is de formelemotiveringsplicht geschonden doordat de verwerende partij nergens motiveert waarom de offerte en demo van de gekozen inschrijver toch integraal in overweging mochten worden genomen. XII-9178-17/30 Beoordeling
  29. Wat de maximumomvang van de offerte betreft, bepaalt het bestek, zoals weergegeven sub 3.5, dat de gunningscriteria worden getoetst aan de hand van detailvragen, die voor elk onderdeel kunnen worden teruggevonden onder de paragraaf ‘Technische bepalingen’. De structuur, nummering en volgorde van deze vragen dienen in de offerte van de inschrijver gevolgd, en zo volledig als mogelijk, beantwoord te worden. Het bestek voegt hieraan toe dat de inschrijver een gemotiveerd verslag indient “met rekenschap dat de antwoorden op de technische bepalingen de structuur en nummering dienen te volgen en het algehele dossier niet langer mag zijn dan 100 A4 pagina’s (lettertype Arial 10)”, en dat “[v]anaf pagina 101 […] geen rekening meer mee [wordt] gehouden voor het toekennen van de opdracht. Bijlagen tellen niet mee bij voornoemd maximum. Deze zijn louter informatief tenzij expliciet gevraagd bij de technische bepalingen”.
  30. Met de verwerende partij lijkt te kunnen worden aangenomen – spijts de toevoeging van de woorden “het algehele dossier” in de besteksbepaling – dat het maximum van 100 A4 pagina’s betrekking heeft op de antwoorden op de technische bepalingen die door de inschrijvers in hun offerte worden gegeven. Anders dan de verzoekende partij meent te kunnen afleiden uit de inhoudelijke beoordeling van de offertes, blijkt uit de als vertrouwelijk neergelegd offerte van de gekozen inschrijver, waarop de Raad van State vermag acht te slaan, dat de antwoorden op de technische bepalingen die de gekozen inschrijver formuleerde niet langer zijn dan het vooropgestelde maximum van 100 A4 pagina’s. Weliswaar stelt de Raad van State vast dat de eerste offerte van de gekozen inschrijver, zonder de bijlagen, in totaal 119 pagina’s telt, doch er wordt gestart met een voorblad, inhoudstafel, voorwoord en dergelijke, en op pagina 19 onderaan wordt uitdrukkelijk gesteld “Vanaf hier beginnen de antwoorden op de technische bepalingen conform bestek p. 11”, waarna dat gedeelte opnieuw start met pagina 1 om te eindigen op pagina
  31. XII-9178-18/30 Het middel geput uit de schending van de bestekvoorschriften mist aldus, op het eerste gezicht, feitelijke grondslag. Minstens maakt de verzoekende partij niet aannemelijk dat de verwerende partij de gelijkheid van inschrijvers zou hebben geschonden door in de offerte van de gekozen inschrijver pas te starten met tellen vanaf de twintigste pagina– waar de antwoorden op de technische bepalingen aanvangen – en niet vanaf de eerste pagina. Evenmin maakt zij op het eerste gezicht aannemelijk dat de verwerende partij de facto wel rekening zou hebben gehouden met de bijlagen bij de offerte van de gekozen inschrijver.
  32. Voorts wordt vastgesteld dat, luidens het bestek, de aanbestedende overheid zich het recht voorbehoudt om met de inschrijvers te onderhandelen over hun initiële offerte en alle volgende offertes, met het oog op de verbetering van de inhoud ervan, alsook om de initiële of eventuele aangepaste/verbeterde offerte als definitieve offerte te beschouwen. In die context lijkt het de verwerende partij bijgevolg op het eerste gezicht niet ten kwade te kunnen worden geduid dat zij bij haar beoordeling van de offerte van de gekozen inschrijver rekening houdt met alle preciseringen en verduidelijkingen die zij op haar vragen, na het indienen van de offerte, heeft verkregen, ook al wordt door deze antwoorden, logischerwijze, het maximum aantal van 100 pagina’s (ruimschoots) overschreden. Zij lijkt dit op het eerste gezicht eveneens te hebben gedaan bij de boordeling van de offerte van de verzoekende partij en de derde inschrijver, zodat de gelijkheid van inschrijvers niet lijkt te zijn geschonden.
  33. Voor zover de verzoekende partij in haar pleitnota en ter terechtzitting betoogt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden doordat de gekozen inschrijver als enige een “verbeterde offerte” heeft mogen indienen, mogelijks met een aanpassing van de initieel aangeboden prijs, lijkt ook dit argument feitelijke grondslag te missen. Uit de zogenaamde verbeterde offerte van de gekozen inschrijver, neergelegd als vertrouwelijk stuk, blijkt immers op het eerste gezicht en rekening houdend met de complexiteit en techniciteit van de opdracht, dat deze uitsluitend een integratie bevat van de antwoorden op de vragen die door de aanbestedende overheid zijn gesteld, schriftelijk op 19 november 2021 en tijdens het “virtueel overleg” op 8 december 2021, en dat deze vragen al zeker niet de initieel aangeboden prijs betroffen. De verwerende partij maakt, op het XII-9178-19/30 eerste gezicht, aannemelijk dat pas nadat de offertes werden beoordeeld in het verslag van nazicht van 15 december 2021, bij e-mailbericht van 17 december 2021 is gevraagd “om de verbeterde offerte – met aanduiding van de aanpassingen/verduidelijkingen — ook formeel via e-tendering in te dienen en te ondertekenen, teneinde de geldigheid van de verbeterde offerte te kunnen garanderen.” Uit de bijkomende stukken neergelegd door de verwerende partij blijkt dat ook aan de verzoekende partij nog bijkomende vragen zijn gesteld met de mogelijkheid deze in een gesprek toe te lichten. Er lijkt aldus geen sprake van een verbeterde offerte die enkel de gekozen inschrijver zou hebben mogen indienen of van besprekingen die enkel hij nog zou hebben kunnen voeren, wel van een louter formele integratie van de antwoorden op de gestelde vragen in één document.
  34. Wat, vervolgens, de maximumduur van de gevraagde interactieve demo betreft, bepaalt het bestek in vraag 4.3, ter beoordeling van het gunningscriterium ‘kwaliteit’, dat “[d]e inschrijver voorziet in een uitvoerige interactieve demo van het digitaal platform (max 2u15 + 15min pauze) waarbij inzicht wordt gegeven over hoe de dossierinformatie tot stand komt in het platform door middel van de belangrijkste agerende processen en (sub)actoren”. Uit het administratief dossier blijkt dat de opname van de interactieve demo van de gekozen inschrijver 2u54 minuten heeft geduurd. Er lijkt op het eerste gezicht te kunnen worden aangenomen dat technische problemen tijdens de opname een overschrijding van de maximumduur mee hebben bewerkstelligd, maar dat dit niet de enige oorzaak ervan is. De Raad van State stelt vast dat het bestek geen sanctie stelt op het overschrijden van de maximumduur van de demo. De verzoekende partij maakt op het eerste gezicht haar stelling niet aannemelijk dat de overschrijding van de maximumduur van de demo de gekozen inschrijver hem een voordeel zou hebben opgeleverd, en in het bijzonder dat hij minder punten zou hebben gekregen indien hij zijn demo had beperkt tot de in het bestek vooropgestelde maximumduur.
  35. In de mate dat de verzoekende partij aanvoert dat minstens de formelemotiveringsplicht is geschonden, maakt zij op het eerste gezicht niet XII-9178-20/30 aannemelijk, gelet op de voorgaande vaststellingen, dat er in hoofde van de verwerende partij de verplichting bestond te motiveren waarom de offerte en de demo van de gekozen inschrijver integraal in overweging mochten worden genomen.
  36. Het middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  37. De verzoekende partij voert in een tweede middel de schending aan van artikel 81 van de wet overheidsopdrachten 2016, van de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van de formelemotiveringsplicht, het transparantiebeginsel en het beginsel patere legem quam ipse fecisti, van het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht. De verzoekende partij betoogt in essentie dat de motivering voor de beoordeling van een aantal vragen niet afdoende is en weinig relevante informatie bevat om de gegeven scores per vraag te onderbouwen. Zij bespreekt acht van die detailvragen nader. 16.
  38. Met betrekking tot vraag 1.1, die peilt naar het aanbod van verschillende soorten van invorderingsmogelijkheden, stelt de verzoekende partij vast dat de gekozen inschrijver beter scoort omwille van de beweerde “innovativiteit”, waarbij wordt verwezen naar de zogenaamde “kiwi-app”, en het toepassen van extra invorderingsmogelijkheden, waarbij wordt verwezen naar een online veilingplatform en naar “vrijwillige loonafstand”, terwijl deze aspecten de nodige toelichting of pertinentie ontberen. XII-9178-21/30 Wat de kiwi-app betreft, merkt zij op dat “niet kan worden nagegaan wat de kiwi-app is, of deze daadwerkelijk innovatief is en hoe dit dan een invorderingsmogelijkheid betreft”. Na eigen onderzoek stelt zij vast dat het “mogelijk” de zogenaamde “Kiwi App” zou kunnen zijn die in de appstore van Google (Google Play) voorkomt, doch die niet meer dan een “snelbel-functie” betreft. Zij ziet bijgevolg niet in “waarom dit innovatief zou zijn en hoe dit betrekking kan hebben op de ‘Invorderingsmogelijkheden’ dewelke het voorwerp zijn van de vraag 1.1”. Wat het online veilingplatform betreft, licht de verzoekende partij toe dat het gaat om een digitaal platform om tot verkoop te kunnen overgaan aangekondigd door de Minister van Justitie, maar dat op het ogenblik van het indienen van de offerte nog niet operationeel was. Bovendien merkt zij op dat in zoverre het wel operationeel zou zijn, al de gerechtsdeurwaarders hiervan gebruik kunnen maken en er dus geen sprake kan zijn van een onderscheidend element. Bijgevolg ziet zij niet in waarom Modero omwille van dit aspect een betere beoordeling mocht ontvangen; “alleszins legt verwerende partij dit niet uit.” Ten slotte rijzen volgens de verzoekende partij vragen bij het vrijwillig karakter van de “vrijwillige loonafstand”, met name of deze niet in strijd is met de bescherming van het wettelijk gewaarborgd minimumloon en of deze techniek wel verenigbaar is met de taak van de gerechtsdeurwaarder, die immers de rechten van al de schuldeisers moet behartigen en niet die van slechts één schuldeiser. 16.
  39. Met betrekking tot vraag 1.7, aangaande debiteuren zonder adres en die met een buitenlands adres, begrijpt de verzoekende partij niet waarom de aanpak van de gekozen inschrijver “zeer goed”, “zeer efficiënt” en “doordacht” zou zijn “(en die van verzoekende partij derhalve niet)”. Overigens wordt in de eerste zin van de betrokken beoordeling vermeld dat zij de dossiers van de debiteuren zonder adres “op een zeer efficiënte en effectieve manier” opvolgt, terwijl bij de gekozen inschrijver de opvolging slechts op een “efficiënte en effectieve wijze” gebeurt, verschil dat dan weer niet wordt vertaald in de scores. XII-9178-22/30 16.
  40. Met betrekking tot vraag 1.8, aangaande de aangeboden informatie, zou de gekozen inschrijver een bijkomende vaststellingsmogelijkheid aanbieden waardoor de doorlooptijd verkort kan worden en zou zijn aanbod voor mogelijkheden tot “(geïntegreerde) informatievoorziening” het aanbod van de andere inschrijvers overstijgen, doch volgens de verzoekende partij wordt op geen enkele manier verduidelijkt wat deze bijkomende vaststellingsmogelijkheid en geïntegreerde informatievoorziening dan wel inhoudt. 16.
  41. Met betrekking tot vraag 1.9, die volgens de verzoekende partij betrekking heeft op de opstartfase van de opdracht en onder meer polst naar de termijn die de inschrijver nodig heeft om zich praktisch te organiseren ter uitvoering van de opdracht, bekritiseert zij de gegeven motivering nu deze termijn daarin niet in concreto werd besproken en hieromtrent geen vergelijking werd gemaakt tussen de verschillende inschrijvers. Voorts meent zij dat de verwijzing naar “kwaliteitscontroles” en “strategische en operationele vergaderingen” in de offerte van de gekozen inschrijver niet relevant is, nu deze betrekking hebben op de uitvoering van de opdracht en niet op de opstartfase; overigens zou ook zij in haar offerte een voorstel hebben gedaan tot het houden van vergaderingen, dat niet zou zijn betrokken bij de beoordeling. Bovendien is het volgens de verzoekende partij niet duidelijk waarom het aanbod van de gekozen inschrijver 10 punten meer krijgt dan dat van haar. 16.
  42. Met betrekking tot vraag 2.2, aangaande de doorlooptijd in uren en/of dagen van verwerking van nieuwe vragen van de opdrachtgever, bekritiseert (betwist?)de verzoekende partij het realistisch karakter van de doorlooptijd van de gekozen inschrijver voor alle soorten van vragen, dat minder dan 1 uur zou bedragen. Volgens haar is het volkomen ongeloofwaardig dat elke vraag die op elk moment wordt gesteld binnen het uur wordt doorlopen en verwerkt, terwijl de gekozen inschrijver daarvoor “maar liefst 9,6 punten meer dan verzoekende partij” heeft gekregen. Uit de motivering blijkt niet dat de verwerende partij dit ernstig heeft onderzocht. De verzoekende partij wijst erop dat zij van haar kant rekening heeft gehouden met het feit dat er vragen kunnen binnenkomen na de kantooruren en in het weekend en dat zij om die reden een tijdspanne van 24 uur heeft vooropgesteld. Bovendien wordt de doorlooptijd van minder dan 1 uur XII-9178-23/30 klaarblijkelijk gekoppeld aan de SLA van de gekozen inschrijver, terwijl niet wordt verduidelijkt wat de relevantie van deze toevoeging is en hoe de inhoud ervan van belang kan zijn. 16.
  43. Met betrekking tot vraag 4.1, die betrekking heeft op de timing en het plan van aanpak om het voorgestelde digitaal platform tijdig operationeel te krijgen en waarbij eventuele bijkomende functionaliteiten kunnen leiden tot een betere beoordeling, stelt de verzoekende partij vast dat de gekozen inschrijver 5 punten meer krijgt door de toevoeging en verwijzing naar de “high level samenstelling van de architectuur van het platform”, “de zeer duidelijke en uitgebreide omschrijving van het dienstenaanbod” en “de architectuur van het platform”. Deze elementen maken volgens haar evenwel geen voorwerp uit van vraag 4.1 en de verwerende partij motiveert evenmin waarom deze aanleiding geven tot een betere beoordeling. 16.
  44. Met betrekking tot vraag 4.3, die betrekking heeft op de interactieve demo van het digital platform, stelt de verzoekende partij dat de motivering bijzonder karig en beperkt is gelet op de uitgebreide vraagstelling met tal van aspecten. Alle in het bestek genoemde elementen waarnaar “bijzondere aandacht” zou gaan, zijn niet in de motivering terug te vinden. Voorts is de beoordeling van de offerte van de gekozen inschrijver problematisch, omdat naast de voornoemde “kiwi-app”, er eveneens melding wordt gemaakt van de zogenaamde “Roger-app” zonder dat wordt toegelicht wat deze inhoudt en waarom deze relevant is. Volgens eigen onderzoek van de verzoekende partij in de app-stores heeft deze applicatie betrekking hetzij op het delen van bedrijfsnieuws hetzij op een platform voor het orderbeheer en bezorgservice, zodat zij niet inziet hoe dit relevant kan zijn voor vraag 4.
  45. Tevens zouden diverse innovatie-aspecten in de offerte van de verzoekende partij, en toegelicht tijdens de demo, niet in acht zijn genomen. Zij verwijst naar onder meer de integratie met het burgerprofiel en de uiterst innovatieve technologie voor documentbeheer. 16.
  46. Met betrekking ten slotte tot vraag 5.1, aangaande de verplichte optie van de overdracht van het platform, meent de verzoekende partij dat de motivering bij de offerte van de gekozen inschrijver dat het over te dragen pakket XII-9178-24/30 ook alle processen en applicatieve noden voor de uitvoering van deurwaardersactiviteiten zou ondersteunen, wat een pluspunt zou vormen, niet relevant is, aangezien de verwerende partij zelf geen gerechtsdeurwaarder is. Dit enige pluspunt kan dus volgens haar geen positief element in de beoordeling van de offerte van de gekozen inschrijver uitmaken en de verwerende partij legt niet uit waarom dit wel het geval zou zijn. Beoordeling
  47. De aanbestedende overheid beschikt bij de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria over een beoordelingsruimte. Het is in de eerste plaats de aanbestedende overheid die bepaalt wat zij als sterke en zwakke punten in de offertes beschouwt en om er dienovereenkomstig punten aan toe te kennen. De Raad van State is niet bevoegd om de beoordeling van de offertes over te doen en zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van deze van de overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht vermag hij wel desgevraagd na te gaan of deze beoordeling berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of het bestuur daarbij niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Een toetsing van de offertes aan de gunningscriteria veronderstelt dat een afdoende vergelijking van de offertes plaatsvindt, waarbij het aangebodene wordt getoetst aan de verwachtingen van de overheid, met vermelding en vergelijking van de respectieve sterke en zwakke punten van elk van de ingediende offertes.
  48. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de offertes worden vergeleken op grond van een woordelijke motivering voor elk van de 38 gestelde detailvragen uit de ‘technische bepalingen’ van het bestek, wat vervolgens telkens aanleiding geeft tot de toekenning van punten volgens een ordinale schaal. Te dezen lijkt het niet onaanvaardbaar dat de verwerende partij daarbij voornamelijk de specifieke sterke en zwakke punten van de offertes per vraag in haar beoordeling heeft opgenomen, die alsdan de verkregen punten voor elk van de vragen kunnen ondersteunen. XII-9178-25/30 Met de verwerende partij lijkt tevens voorshands te kunnen worden aangenomen dat in het licht van de vertrouwelijkheid van de offertes zij niet steeds de concrete inhoud van deze pluspunten kan toelichten wat overigens niet belet dat de Raad van State deze vertrouwelijke gegevens wel bij zijn beoordeling van de aangevoerde grieven mag betrekken.
  49. In de eerste plaats bekritiseert de verzoekende partij de motivering van de beoordeling van twee vragen, namelijk vraag 4.3 en vraag 5.1, waarvoor zij nochtans een hogere puntenscore heeft verkregen dan de gekozen inschrijver. Zij verantwoordt haar belang bij haar kritiek door te stellen dat “het […] niet [is] uitgesloten dat het puntenverschil nog groter zou kunnen zijn. De verzoekende partij slaagt er evenwel op het eerste gezicht niet in dit aannemelijk te maken, om volgende redenen. 19.
  50. Voor vraag 4.3 betreffende de demo over de werking van het digitaal platform, verkreeg de verzoekende partij 64 op 80 punten (“goed”) tegenover 56 op 80 punten voor de gekozen inschrijver (“ruim voldoende”). In de mate dat de verzoekende partij betoogt dat de gegeven motivering niet in verhouding staat tot de uitgebreide vraagstelling, maakt de verwerende partij aannemelijk dat die (niet-limitatieve) (sub)vragen enkel bedoeld zijn als een toelichting bij de hoofdvraag teneinde de gunningscriteria precies en duidelijk te omschrijven opdat alle inschrijvers er de juiste draagwijdte van kennen en dat de beoordeling van al deze elementen alsdan leidt tot één globale beoordeling, zonder dat deze “globale” score op mathematische wijze de appreciatie van elk van die elementen dient te vertalen. Voorts wordt op het eerste gezicht met de verwerende partij aangenomen dat zij zich in (de bijlage bij) het verslag van nazicht mocht beperken tot de bespreking van de verschilpunten van de offertes. In het licht van de aangevoerde bepalingen en beginselen lijkt het op het eerste gezicht inderdaad niet te zijn vereist dat elk onderdeel van een vraag dat in de offertes van de inschrijvers gelijklopend als positief of negatief wordt XII-9178-26/30 beoordeeld, eveneens in de motivering dient te worden opgenomen. De verzoekende partij maakt bijgevolg op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de in haar offerte opgenomen innovatie-aspecten niet zouden zijn beoordeeld. De vermelding ervan in de bijlage bij het verslag van nazicht onder vraag 4.1 lijkt eerder van het tegendeel te getuigen. In de mate dat zij de waardering van de zogenaamde “kiwi-app” en “Roger-app” in de offerte van de gekozen inschrijver bekritiseert, maakt de verwerende partij aannemelijk, wat op het eerste gezicht ook steun lijkt te vinden in de als vertrouwelijk stuk neergelegde offerte van de gekozen inschrijver, dat deze applicaties door de gekozen inschrijver exclusief voor de verwerende partij zijn uitgewerkt, met specifieke functionaliteiten, en aldus niet te vergelijken zijn met deze die de verzoekende partij aanhaalt, zodat het verwerken van deze applicaties in de demo wel als een pluspunt in de offerte van de gekozen inschrijver kon worden aangemerkt. 19.
  51. Voor vraag 5.1 betreffende de verplichte optie: overdracht eigendoms- of gebruiksrecht software, verkreeg de verzoekende partij 40 op 50 punten (“goed”) tegenover 35 op 50 punten (“ruim voldoende”) voor de gekozen inschrijver. In de bestreden beslissing wordt, naast het feit dat het centrale softwarepakket van de gekozen inschrijver een algemeen overzicht toelaat naar de opdrachtgever zoals bij de andere inschrijvers, het aspect dat het softwarepakket van de gekozen inschrijver “ook alle processen en applicaties ondersteunt voor de uitvoering van deurwaardersactiviteiten”, als een pluspunt gewaardeerd. De verwerende partij maakt op het eerste gezicht aannemelijk dat dit aspect wel relevant en nuttig kan zijn, ook al is de verwerende partij zelf geen gerechtsdeurwaarder, aangezien het bij een nieuwe aanbesteding voordelig kan zijn om zelf over “een platform met alle gewenste functionaliteiten” te beschikken. Overigens maakt de verzoekende partij niet aannemelijk dat dit pluspunt zo doorslaggevend was in de puntentoekenning dat de gekozen inschrijver zonder dat punt de score van “ruim voldoende” niet meer zou hebben verkregen. XII-9178-27/30
  52. In de tweede plaats bekritiseert de verzoekende partij de motivering van de beoordeling van zes vragen waarvoor zij een lagere puntenscore dan de gekozen inschrijver heeft verkregen. 21.
  53. Wat de beoordeling van vraag 1.1 betreft, blijkt dat een aantal concrete elementen worden opgesomd die het verschil in score van vier punten tussen de verzoekende partij en de gekozen inschrijver ondersteunen. De verzoekende partij herkent deze ook en bekritiseert ze: de kiwi-app, het online veilingplatform en de vrijwillige loonafstand. In het licht van het antwoord van de verwerende partij in haar nota, zoals bevestigd door de tussenkomende partij, dat de betreffende “kiwi-app” geen van de door de verzoekende partij aangehaalde applicaties betreft, doch wel een applicatie voor de burger volgens “een design/concept exclusief uitgewerkt door Modero”, lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht terecht de “innovativiteit” van deze applicatie als een meerwaarde te mogen beoordelen. Ook wat de waardering van het toepassen van extra invorderingsmogelijkheden betreft, onder andere de vrijwillige loonafstand en het eigen ontwikkeld online veilingsplatform, maken de verwerende partij en de tussenkomende partij aannemelijk dat de verzoekende partij van verkeerde premissen blijkt te vertrekken, zodat haar kritiek op het eerste gezicht faalt. 22.
  54. Wat de kritieken op de beoordeling van de andere vijf vragen (1.7, 1.8, 1.9, 2.2 en 4.1) betreft, lijkt de verzoekende partij er slechts belang bij te hebben in de mate deze kritieken het verschil in de eindscore van 3,24 punten op 100 punten tussen haar en de gekozen inschrijver zouden kunnen overbruggen. Dit lijkt op het eerste gezicht niet het geval te zijn aangezien haar kritieken, zo lijkt, slechts in totaal 3,06 punten op 100 punten betreffen, namelijk het scoreverschil (herleid naar 100) tussen de offertes van de verzoekende partij en de gekozen inschrijver wat die vragen betreft, zodat het ernstig bevinden van deze kritieken haar geen baat lijkt te brengen.
  55. Gelet op het voorgaande, wordt op het eerste gezicht vastgesteld dat de verzoekende partij niet aantoont dat de bestreden beslissing niet afdoende is XII-9178-28/30 gemotiveerd en de in het middel aangevoerde bepalingen en beginselen zouden zijn geschonden.
  56. Het middel is niet ernstig. VIII. Besluit
  57. Geen van beide middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. BESLISSING
  58. Het verzoek van de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  59. De Raad van State verwerpt de vordering.
  60. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9178-29/30 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9178-30/30 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.969 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.