id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.990 Rolnummer: A. 233218/XII-9052 Zaak: Arrest 252990 - Overheidsopdrachten - 14/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 06:16 Fiche Arrest nr 252.990 van 14 februari 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 252.990 van 14 februari 2022 in de zaak A. é.218/XII-9052 In zake: de VZW MAATWERKBEDRIJF SPOOR 2 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Burssens kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2 A/20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy – Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 maart 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de aanbestedende overheid, zijnde de Belgische Staat vertegenwoordigd door de minister van Financiën (FOD Financiën - Stafdienst Begroting en Beheerscontrole, Afdeling Aankopen), d.d. 04.03.2021, waarbij werd beslist dat de ingediende offerte van VZW Maatwerkbedrijf Spoor 2 in het kader van de ‘Openbare procedure voor het onderhoud van de groenzones aan verschillende gebouwen gelegen in het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest’ niet rechtmatig ondertekend werd en dus ook impliciet beslist werd om de opdracht niet te gunnen aan [de vzw Maatwerkbedrijf Spoor 2]”. XII-9052- 1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 250.328 van 14 april 2021 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissingen van de Minister van Financiën van onbekende datum (thans gekend als beslissingen van 4 maart 2021) onder besteksreferentie S&L/DA/2020/035 waarbij werd beslist dat de ingediende offerte van de vzw Maatwerkbedrijf Spoor 2, in het kader van de ‘Openbare procedure voor het onderhoud van de groenzones aan verschillende gebouwen gelegen in het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest’ voor de percelen 5 en 6 niet rechtmatig ondertekend werd, en waarbij deze percelen werden gegund aan de nv Krinkels Greencare, en is de vordering voor het overige verworpen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIde kamer bij beschikking van 1 december 2021 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 1 februari
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-9052- 2/4 III. Opheffing van de schorsing
- De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissingen te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
- Met een schrijven van 27 januari 2022 deelt de verzoekende partij overigens mee dat de Minister van Financiën de twee bestreden gunningsbeslissingen op 24 juni 2021 heeft ingetrokken. Om die reden heeft zij geen beroep tot nietigverklaring ingesteld. IV. Kosten
- Gelet op de intrekking van de bestreden gunningsbeslissingen past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage, en de door de verzoekende partij in haar brief van 27 januari 2022 gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State heft de bij arrest nr. 250.328 van 14 april 2021 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. XII-9052- 3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9052- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.990 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.328 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div