id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.047 Rolnummer: A. 224760/IX-9815 Zaak: Arrest 253047 - Taxis - 21/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-03 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:18 Fiche Arrest nr 253.047 van 21 februari 2022 Economische zaken - Taxis Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.047 van 21 februari 2022 in de zaak A. 224.760/IX-9815 In zake:
- de BV HYPER TRAJET
- de BV TEMS LIMO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Julien Tondreau kantoor houdend te 1180 Brussel Sumatralaan 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Tijs Lust kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV UBER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Nicolas Goethals kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 12 januari 2018 houdende niet-inwilliging van het beroep ingesteld tegen de weigering van een vergunning voor het verhuren van een voertuig met bestuurder aan de bv Hyper Trajet en de intrekking van een IX-9815-1/4 vergunning voor het verhuren van een voertuig met bestuurder van de bv Tems Limo, door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise op 23 oktober
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 251.078 van 28 juni 2021 is het debat heropend. De verwerende partij heeft een aanvullende memorie ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een aanvullend verslag opgesteld. Dat verslag wordt door de verzoekende partijen geacht te zijn ontvangen op 18 oktober
- Op 17 december 2021 worden de verzoekende partijen geacht de mededeling, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, te hebben ontvangen die de hoofdgriffier heeft verzonden op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling IX-9815-2/4
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING IX-9815-3/4
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9815-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.047 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.078 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.