← België

Arrest 253055 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/02/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.055 Rolnummer: A. 233758/IX-9889 Zaak: Arrest 253055 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-28 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-16 02:57 Fiche Arrest nr 253.055 van 22 februari 2022 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.055 van 22 februari 2022 in de zaak A. é.758/IX-9889 In zake: Katia VIAENE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Myriam Van den Abeele kantoor houdend te 9000 Gent Nieuwebosstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 26 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nikolaas Vinckier kantoor houdend te 8800 Roeselare Hoogleedsesteenweg 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de raad van bestuur van Scholengroep 26 om het directieambt GO! BUSO Sterrebos – Ter Sterre vacant te verklaren voor toelating tot de proeftijd vanaf 1 juli 2021, […], in samenhang met de beslissing van de raad van bestuur om [Katia Viaene] niet vast te benoemen,[…]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. IX-9889-1/4 Op 26 oktober 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 februari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Myriam Van den Abeele, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Nicolaas Vinckier, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. IX-9889-2/4 Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  6. De raadsvrouw van verzoekster wijst erop dat zij op een advocatenkantoor werkt waar “een permanent secretariaat aanwezig [is], ook tijdens de vakantieperiodes”, zodat het “uiterst vreemd” is dat de zending met de memorie van antwoord niet in ontvangst zou zijn genomen. Zij betoogt dat het secretariaat evenmin een bericht van aanbieding in de brievenbus heeft aangetroffen. Om opheldering te verkrijgen, heeft de raadsvrouw een klacht ingediend bij Bpost. De klantendienst van Bpost heeft haar geantwoord dat “geen aanvraag meer gedaan [kan] worden bij de betrokken postbode”, dat de klacht werd voorgelegd aan de verantwoordelijke van het kantoor “om dit in de toekomst te vermijden” en dat zij niet kan nagaan op welk adres het bericht bij afwezigheid werd gelaten, omdat geen adresgegevens zijn opgeslagen. Uit wat voorafgaat volgt dat er gerede twijfel is of de postbode inderdaad de betrokken zending heeft aangeboden op het juiste adres en, zo ja, of een bericht is achtergelaten in de juiste brievenbus. Verzoekster heeft zich hierover vruchteloos geïnformeerd bij de postdiensten. Aangezien Bpost nalaat om enige concrete en nuttige informatie te verstrekken, moet in dit geval aan verzoekster het voordeel van de twijfel toekomen.
  7. Derhalve neemt de Raad van State aan dat de behandeling van de zaak voortgang moet krijgen met toepassing van de gewone rechtspleging. IX-9889-3/4 BESLISSING
  8. De Raad van State heropent het debat.
  9. De Raad van State verwijst de zaak naar de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9889-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.055 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.652 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.