← België

Arrest 253084 - Varia (justitie) - 23/02/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.084 Rolnummer: A. 235674/IX-10008 Zaak: Arrest 253084 - Varia (justitie) - 23/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-24 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 06:20 Fiche Arrest nr 253.084 van 23 februari 2022 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.084 van 23 februari 2022 in de zaak A. 235.674/IX-10.008 In zake: Rudy HOLVOET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Rotsaert kantoor houdend te 8700 Tielt Deinsesteenweg 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 februari 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de federale overheidsdienst Justitie van 18 januari 2022, waarbij de voorlopige inschrijving van Rudy Holvoet in het Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, wordt geschorst. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.008-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 februari 2022, om 10.30 uur. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Piet Rotsaert, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is sinds 24 november 2016 ingeschreven in het register als gerechtsdeskundige. Hij legt op 10 december 2019 de eed af als gerechtsdeskundige. 3.
  5. Met een e-mail van 24 augustus 2021 deelt de dienst Nationaal Register van de federale overheidsdienst Justitie (hierna: het Nationaal Register) aan verzoeker mee dat een klacht werd ontvangen en dat zijn dossier zal worden voorgelegd aan de aanvaardingscommissie. Tevens wordt gevraagd om ter vervollediging van zijn dossier alle door hem behaalde diploma’s te bezorgen. 3.
  6. In antwoord op een vraag om toelichting van verzoeker deelt het Nationaal Register met een e-mail van 26 augustus 2021 het volgende mee: IX-10.008-2/9 “In de klacht die anoniem werd neergelegd, wordt gesteld dat de titel master of science engeneering aan de University of California aan u werd toegekend op basis van een gelijkwaardig diploma behaald in België. Volgens de klager zou u echter niet over […] een equivalent diploma in België beschikken. Om deze reden is het voor ons belangrijk om uw diploma-afschrift van de behaalde diploma’s in België (en aan andere universiteiten) te ontvangen zodat wij uw dossier kunnen vervolledigen. Bij aanvraag voor het definitieve register zullen deze diploma’s ook sowieso opgevraagd worden.” 3.
  7. Op 26 september 2021 bezorgt verzoeker een schriftelijke toelichting aan het Nationaal Register maar geen diploma’s. 3.
  8. Op 14 januari 2022 geeft de aanvaardingscommissie het volgende advies: “Besluit De heer Holvoet is voorlopig ingeschreven in het nationaal register op basis van zijn aanstellingen voor 1 december
  9. Uit de verschillende elementen van het dossier blijkt dat zijn optreden problematisch is en vooral dat hij als gerechtsdeskundige er niet in slaagt om een antwoord te geven op de eenvoudige vraag over welke diploma’s hij nu eigenlijk beschikt. Op basis hiervan adviseert de aanvaardingscommissie om de voorlopige inschrijving van de heer Holvoet in het nationaal register van gerechtsdeskundigen met onmiddellijke ingang te schorsen tot hij duidelijkheid brengt over zijn diploma’s en met succes gevolgde opleidingen. Dit alles in de wetenschap dat hij op dit ogenblik ook niet voldoet aan de voorwaarden voor definitieve opname zodat zijn inschrijving automatisch vervalt op 30 november 2022.” 3.
  10. Op grond van dit advies beslist de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de federale overheidsdienst Justitie op 18 januari 2022 de voorlopige inschrijving van verzoeker in het Nationaal Register te schorsen. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “Hierbij deel ik u mee, tot onze spijt, dat er besloten werd uw voorlopige inschrijving in het Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken te schorsen. Deze beslissing werd genomen op basis van artikel 555/12 van het Gerechtelijk wetboek, gelet op: IX-10.008-3/9 - Een anonieme klacht waarin wordt aangegeven dat u uw diploma’s zou vervalsen en dat de titels die u zich toe-eigent regelmatig zouden wisselen; - Gelet op uw schriftelijke toelichting die geen duidelijkheid biedt over de diploma’s waarover u beschikt; - Het advies op 14/01/2022 van de aanvaardingscommissie, dat van oordeel is dat uit verschillende elementen van het dossier blijkt dat uw optreden problematisch is en vooral dat u als gerechtsdeskundige er niet in slaagt om een antwoord te geven op de vraag over welke diploma’s u beschikt. De commissie heeft in ditzelfde advies geadviseerd om uw inschrijving in het nationaal register te schorsen tot u duidelijkheid brengt over uw diploma’s en met succes gevolgde opleidingen. Uw profiel zal geschorst worden. Deze schorsing zal van toepassing zijn vanaf de datum van ondertekening.” Dat is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  11. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
  12. In het inleidend verzoekschrift wordt ter adstructie van deze schorsingsvoorwaarde uiteengezet wat volgt: “Door de jaren heen heeft verzoeker een belangrijke expertise opgebouwd in ongevalsanalyse. Hij heeft er jaren terug voor gekozen om zich hierin te specialiseren en de gerechtelijke opdrachten maken zijn inkomen uit. Hij is ondertussen ook tot een respectabele leeftijd gekomen. Hij is thans 63 jaar oud (°09.01.1959). IX-10.008-4/9 Een behandeling in de gewone kortgedingprocedure zal in elk geval enkele maanden duren. Dat zal er ongetwijfeld toe leiden dat het parket te Limburg verzoeker zal vervangen door een ander deskundige in het bestaande schema van drie experten die elk om beurt een week van wacht zijn. Omwille van het systeem (slechts om de drie weken van wacht) en de actuele flexibiliteit door de coronapandemie, heeft verzoeker het directe gevolg van de schorsing nog kunnen beheersen door zijn beide collega’s te verzoeken om zijn ‘wachtweek’ over te nemen. Er mag evenwel verwacht worden dat dit eind deze maand niet langer het geval zal zijn. Verzoeker wijst op de hardnekkigheid waarmee de ‘anonieme’ klager zijn privé queeste voerde en de voor de hand liggende betrachting van de ‘anonieme’ klager. Om die redenen valt het te verwachten dat deze het Parket te Limburg zal benaderen met de melding dat verzoeker door de schorsing van zijn inschrijving op de lijst van gerechtsdeskundigen niet meer kan aangesteld worden. Hij zal de Parketmagistraten allicht melden dat men beter het zekere voor het onzekere neemt en dat het gelet op de leeftijd van verzoeker aangewezen is om hem te vervangen door hemzelf (de bewust ‘anonieme’ klager). Het is aldus zonneklaar dat wanneer de schorsing van de inschrijving van verzoeker nog enkele weken duurt, hij de facto nooit meer gerehabiliteerd zal worden in de situatie van voor de schorsing. De situatie is verder ook problematisch voor de lopende opdrachten. Indien de schorsing nog enkele weken zou duren, kunnen deze opdrachten niet (meer) afgewerkt worden door verzoeker en zal het parket in deze dossiers een ander expert moeten gelasten met alle nadelige gevolgen voor de rechtsgang en de daarbij betrokken partijen. Actueel gaat het daarbij om 8 lopende dossiers bij het Parket van Limburg, 2 voor de Ondernemingsrechtbank en 1 voor het Vredegerecht. Elke dag van de schorsing maakt een verdere aantasting uit van de eer van verzoeker. Omtrent de kwaliteit van het werk van verzoeker zijn er in al die jaren nooit klachten geuit. Maar het is duidelijk dat wanneer de schorsing niet in de eerste dagen opgeheven wordt, de reputatieschade van verzoeker onherroepelijk zal zijn en hij zijn loopbaan totaal ten onrechte in absolute mineur zal eindigen. Eens verzoeker in lopende gerechtelijke expertises vervangen wordt, omwille van de thans bestreden schorsing, is het evident dat de daardoor veroorzaakte reputatieschade nooit meer rechtgezet zal kunnen worden. De geloofwaardigheid als gerechtsdeskundige zal dan dermate ondermijnd zijn, dat er mag verwacht worden dat er geen aanstellingen meer zullen volgen. Dat zal allicht ook niet het geval zijn bij een latere nietigverklaring van de beslissing, en dat omwille van de zweem die zal blijven hangen. Magistraten zullen dit evident willen vermijden bij aanstellingen, en daarom bij voorkeur iemand met een onbesmet imago aanstellen. In het gerechtelijk landschap dreigt verzoeker aldus tot een paria te verworden, tenzij er onmiddellijk ingegrepen wordt. IX-10.008-5/9 Bovendien is het zo dat verzoeker door de schorsing zijn beroep in België niet langer kan uitoefenen en derhalve in België geen inkomsten uit zijn jarenlange beroepsactiviteit meer kan bekomen. Dat doet uiteraard afbreuk aan de bijzonder goede reputatie die hij in de loop der jaren heeft weten op te bouwen. Dat gegeven geldt niet alleen voor toekomstige opdrachten, maar dat geldt ook voor lopende opdrachten. En dat klemt des te meer omwille van de leeftijd van verzoeker (63 jaar). Voorts lijdt ook verzoekers gezondheid erg onder deze situatie. Hij ervaart deze situatie als uitermate onrechtvaardig, niet in het minst nadat hij ondertussen al twee gerechtelijke onderzoeken met negatief gevolg heeft meegemaakt en nu een soortgelijke ‘anonieme’ actie, aan de vooravond van het einde van zijn loopbaan, opnieuw opduikt. Hij is op dit ogenblik erg vermagerd, moet medicatie nemen om zijn bloeddruk te doen dalen en heeft hartritmestoornissen. Verzoeker heeft op heden nog gezinslast. Zijn echtgenote is meewerkende echtgenote. Hij heeft nog een dochter ten laste, die momenteel aan de universiteit in Mainz neurowetenschappen studeert, wat evident kosten meebrengt, terwijl de hier bestreden beslissing tot gevolg heeft dat hij nu abrupt niet langer zijn normale inkomsten geniet. Verzoeker heeft vorig kalenderjaar 28 dossiers voor het Parket afgesloten tegen een gemiddeld ereloon van 1.250,00 € exclusief BTW, hetzij 35.000,00 € op jaarbasis, exclusief BTW. Het is daarom duidelijk dat enkel een onmiddellijke schorsing van het besluit tot schorsing van de inschrijving op de lijst van gerechtelijke experten, het ernstig nadeel dat verzoeker dreigt te lijden, kan voorkomen. De schorsing van de tenuitvoerlegging zal om voormelde redenen onherroepelijk te laat komen indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken. De gewone schorsingsprocedure volstaat aldus niet om het nadeel op te vangen en de rechtmatige belangen van verzoeker veilig te stellen. Bovendien blijkt dat verzoeker al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen door de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. Dat verzoeker immers pas met volle kennis van zaken een verzoekschrift UDN kon neerleggen wanneer hij kennis had gekregen van de voorafgaande briefwisseling (op heden zelfs nog niet ontvangen, waardoor hij er niet meer kan op wachten) maar vooral van de inhoud van de anonieme klacht, die eerst bij mail dd. 08.02.2022 aan de raadsman van verzoeker werd toegezonden, en het verzoekschrift op heden, hetzij 4 dagen later, ter post wordt afgegeven.” Beoordeling
  13. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor IX-10.008-6/9 de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven. De toepassing ervan kan alleen worden aanvaard indien de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen. Dit impliceert dat verzoeker met de vereiste spoed en diligentie is opgetreden. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Die dwingende vereiste moet zijn vervuld opdat de Raad van State verzoeker zou toelaten tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  14. Uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat verzoeker minstens sedert 20 januari 2022 op de hoogte was van de bestreden beslissing. Verzoeker heeft zijn vordering pas ingesteld op 12 februari 2022, zodat hij na kennisname van de bestreden beslissing meer dan drie weken heeft laten verlopen. Dat verzoeker pas met volle kennis van zaken zijn vordering kon instellen “wanneer hij kennis had gekregen van de voorafgaande briefwisseling (op heden zelfs nog niet ontvangen, waardoor hij er niet meer kan op wachten) maar vooral van de inhoud van de anonieme klacht” is compleet ongeloofwaardig. Zo blijkt onder meer uit de stukken van het administratief dossier dat verzoeker reeds lang vóór de bestreden beslissing kennis had van de inhoud van de anonieme klacht en van de vraag om de diploma’s waarover hij zou beschikken, voor te leggen (zie een e-mail van de verwerende partij van 26 augustus 2021 aan verzoeker). Een aanvaardbare uitleg voor het drie weken wachten vooraleer zijn vordering in te stellen, heeft verzoeker aldus niet. Indien verzoeker een uitermate hoge graad van urgentie aan deze zaak toeschrijft, had hij zonder talmen, en al zeker niet pas na drie weken, zijn vordering moeten instellen. Deze handelwijze staat haaks op de aard zelf van een schorsingsprocedure bij uiterst IX-10.008-7/9 dringende noodzakelijkheid en houdt de negatie in van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker niet met de vereiste spoed is opgetreden. Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering is niet aangetoond.
  15. Er is niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt de vordering.
  17. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter IX-10.008-8/9 Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-10.008-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.084 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.374 ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.498 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.