id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.110 Rolnummer: A. 229387/X-17605 Zaak: Arrest 253110 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 25/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-08 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 06:22 Fiche Arrest nr 253.110 van 25 februari 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 253.110 van 25 februari 2022 in de zaak A. 229.387/X-17.605 In zake : de VZW NATUURPUNT, VERENIGING VOOR NATUUR EN LANDSCHAP IN VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter De Smedt kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Strubbe kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 tegen : de GEMEENTE MALLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Katrien Vergauwen kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- de NV HOBBY DOE HET ZELF CENTER VERMEIREN
- Felix VERMEIREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Sarah Jacobs en Sarah Leemans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64/B101 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het verzoekschrift, ingediend op 22 oktober 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Malle van 27 juni 2019 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Hooyberg’ definitief wordt vastgesteld (hierna: het bestreden gemeentelijk RUP). X-17.605-1/16 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Hobby doe het zelf center Vermeiren en Felix Vermeiren hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 10 januari
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij, de tussenkomende partijen en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter De Smedt, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Maarten van den Nieuwenhuijzen, die loco advocaten Yves Loix en Katrien Vergauwen verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Valerie Vandecaetsbeek, die loco advocaten Koen Geelen, Sarah Jacobs en Sarah Leemans verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-17.605-2/16 III. Feiten en juridisch kader 3.
- Ten zuiden van de Antwerpsesteenweg (N12) te Malle, bevindt zich een terrein dat krachtens het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgesteld gewestplan ‘Turnhout’ gelegen is in agrarisch gebied (hierna: het betrokken terrein). In het midden van het betrokken terrein ligt een biologisch waardevol bos (hierna: de bestaande centrale boscorridor), met ten oosten daarvan een weide (hierna: de oostelijke weide). Ook het overgrote deel van het betrokken terrein ten westen van de bestaande centrale boscorridor bestaat uit een weide (hierna: de westelijke weide). De tweede tussenkomende partij is mede-eigenaar van een perceel in de westelijke weide, waarop zij een door de eerste tussenkomende partij uit te baten winkel wil vestigen. 3.
- De bestaande centrale boscorridor sluit in het noorden, over de N12, aan op een bestaande noordelijke boscorridor. In het zuiden sluit de bestaande centrale boscorridor via de oostelijke weide aan op een bestaande zuidoostelijke boscorridor. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de biologische waarderingskaart van de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.605-3/16 4.
- In het richtinggevend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Malle (hierna: GRS) wordt het volgende gesteld: “Hoofdstuk III: ontwikkelingsperspectieven voor deelstructuren III.1 De ruimtelijk-natuurlijke structuur als onderlegger
- Visie en concepten […] 1.
- Corridors Corridors zijn eerder langgerekte landbouw- en natuurzones die grotere gehelen van landbouw- en natuurgebieden met elkaar verbinden. Deze zijn van belang om een ecologisch netwerk uit te bouwen dat de hele gemeente overspant. [De] kleinere stapstenen in het ecologisch netwerk zijn van belang. Daardoor dringt natuur ook door tot in woon- of industriegebieden. Het groene karakter van Malle als geheel kan erdoor versterken. […] - Groencorridor langs industriezone verbindt twee landschappen (noordelijk open agrarisch landschap – zuidelijk gesloten landschap). […] Vrijwaren open ruimte corridor De open ruimte corridor tussen de kernen van Oost- en Westmalle dient gevrijwaard te worden. De bebouwing van Oost en West mag niet naar elkaar toegroeien. Nieuwe bebouwing of uitbreiding van bestaande bebouwing is niet toegelaten. Dit thema stelt zich concreet bij de uitbreiding van het industriegebied ter hoogte van de Hooiberg, waar de corridor dient gevrijwaard te worden”. X-17.605-4/16 4.
- In het bindend gedeelte van GRS wordt het volgende gesteld: “Acties - Opmaken RUP / BPA: […] - Gemengd regionaal-lokaal bedrijventerrein Hooybergh. De openruimtecorridor over de N12 dient gevrijwaard te blijven.” De in het bindend gedeelte vermelde “openruimtecorridor over de N12” is een in het richtinggevend gedeelte bedoelde “groencorridor langs industriezone” (hierna: de groencorridor van het GRS). Zoals blijkt uit de bij het bestreden gemeentelijk RUP horende toelichtingsnota, loopt de groencorridor van het GRS over het betrokken terrein.
- In 2016 neemt de gemeente Malle het initiatief voor een voorontwerp van gemeentelijk RUP ‘Hooyberg’. De bedoeling is het betrokken terrein te herbestemmen tot bedrijventerrein.
- In oktober 2017 wordt een screeningsnota opgemaakt over de mogelijke milieueffecten van het voorontwerp van gemeentelijk RUP (hierna: de screeningsnota). De conclusie van de screeningsnota luidt: “Het kappen van [de bestaande centrale boscorridor] kan een negatieve impact hebben op de (mogelijks aanwezige) vleermuispopulatie. Om deze impact te beperken dient de ontbossing te gebeuren onder begeleiding van een vleermuisspecialist. Het verdwijnen van een stuk volwassen loofbos zal de algemene biodiversiteit in beperkte mate schaden. Het te kappen waardevolle bos beperkt zich tot 14.500m². Het RUP voorziet echter een zone 15.440 m² aaneensluitend groen langs de oostelijke grens van het projectgebied, dat aangeplant moet worden als bos. Hoewel de biologische waarde van dit nieuwe groengebied niet te vergelijken valt met dat van het bestaande bos zal het (juridisch verankerde) grotere bosareaal op langere termijn een positieve invloed hebben op de lokale biodiversiteit. De ligging van het nieuwe groengebied versterkt bovendien de groenverbinding tussen het bosgebied ten zuidoosten van het plangebied en de open ruimte ten noorden. Er kan dan ook gesteld worden dat de negatieve effecten inzake biodiversiteit, fauna en flora die te verwachten zijn, eerder beperkt en niet significant zijn”. X-17.605-5/16
- Op 18 januari 2018 beslist de dienst Mer dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is.
- Op 27 augustus 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Malle het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘Hooyberg’ voorlopig vast.
- Van 17 september tot 15 november 2018 wordt over het ontwerp van gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. De verzoekende partij – die een milieuvereniging is – dient een bezwaarschrift in, waarin zij stelt dat de bestaande centrale boscorridor dient gevrijwaard te blijven. Zij wijst er op dat het gaat om een waardevol bos met oude veteranenbomen dat een waardevol leefgebied vormt voor vleermuizen. 10.
- In haar zitting van 29 januari 2019 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Malle (hierna: Gecoro) de ingediende bezwaarschriften en geeft zij advies. 10.
- De Gecoro treedt het pleidooi van de verzoekende partij om de bestaande centrale boscorridor planologisch te vrijwaren bij, stelt dat het “vandaag de dag niet verantwoord [is] om een dergelijk bos te vellen” en concludeert als volgt: “De meerderheid binnen de Gecoro stelt dat men zeer omzichtig moet omspringen met het aansnijden van groene, open ruimte. Dit is onomkeerbaar. Ze stelt daarom dat het wenselijk is om [de bestaande centrale boscorridor] te behouden, en de [industriële] ontwikkeling te beperken tot [de westelijke weide]. Andere plaatsen lenen zich beter tot het ontwikkelen van industriële zones. Ook stelt men dat de karakteristieke beeldkwaliteit, het open ruimtegevoel tussen de deelkernen van Malle moet bewaard en zelfs versterkt worden”. X-17.605-6/16 10.
- De Gecoro verwijst vervolgens naar het GRS en haar finaal advies over het ontwerp van gemeentelijk RUP luidt: “[…] voorwaardelijk gunstig, mits volgende voorwaarde: [de bestaande centrale boscorridor] en [de oostelijke weide] dienen planologisch verankerd te worden in het RUP en mogen niet wijken voor de ontwikkeling van nieuwe industriegronden […]”. 11.
- Bij besluit van 27 juni 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Malle het gemeentelijk RUP ‘Hooyberg’ definitief vast. Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 augustus
- 11.2.
- Door het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP wordt de westelijke weide en het terreingedeelte waarop zich de bestaande centrale boscorridor bevindt, evenals de westelijke strook van de oostelijke weide herbestemd tot “zone voor lokaal bedrijventerrein” (artikel 1), “zone voor regionaal bedrijventerrein” (artikel 2), “zone voor kantoren” (artikel 3) en “zone voor openbare wegenis” (artikel 7). De vier laatstgenoemde zones samen zullen hierna worden aangeduid als het bedrijfsgedeelte van het RUP. 11.2.
- Voor het bedrijfsgedeelte legt het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP volgend voorschrift op: “Ontbossing dient gecompenseerd te worden volgens de geldende wetgeving terzake en dient te gebeuren onder begeleiding van een vleermuizenspecialist”. 11.2.
- Daarnaast legt het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP voor het bedrijfsgedeelte volgend “beheersvoorschrift” op: “Bij het kappen van bos dient rekening gehouden te worden met het volgende:
- Kappen van het bos in de maanden september en oktober omdat in het najaar de zomerkolonies uit elkaar zijn gevallen, de jongen groot zijn en X-17.605-7/16 vleermuizen nog niet in winterslaap gaan.
- Voorafgaand onderzoek voor de kap: om te vermijden dat er bij de kap bomen worden geveld waar vleermuizen inzitten, moet[en] kort voor de kap (max. 2 weken) de bomen onderzocht worden op mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Dit onderzoek dient te bestaan uit visuele inspectie van de bomen en vroegmorgenonderzoek met warmtebeeldcamera. Bomen waar vleermuizen in worden aangetroffen, worden aangeduid en kunnen niet worden gekapt (evenals een bufferzone errond).
- Indien er bij het kappen van de bomen toch nog vleermuizen in een boom zouden worden aangetroffen, dient natuurlijk onmiddellijk gestopt te worden met zagen, worden de dieren indien ze nog in winterslaap zijn, voorzichtig in een kartonnen doo[s] gelegd en wordt zo vlug mogelijk een dier– of vogelopvangcentrum gecontacteerd.” 11.
- De oostelijke weide wordt voor het grootste deel herbestemd tot “openbare groene ruimte” (artikel 5), waarvan ongeveer de helft met overdruk “reservatiegebied”, die bestemd is “voor de aanleg van verkeersinfrastructuren” (artikel 9). 11.
- Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het bij het bestreden gemeentelijk RUP horende grafisch plan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.605-8/16 IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 12.
- In het enige middel wordt onder meer de schending aangevoerd van artikel 2.2.14, § 5, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheids- beginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 12.
- In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij toe dat ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt ter uitvoering van het corresponderende ruimtelijk structuurplan. Zij wijst er op dat zij in haar tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift heeft voorgesteld om de bestaande centrale boscorridor de bestemming bos te geven en dus uit het bedrijfsgedeelte van het gemeentelijk RUP te lichten. De Gecoro trad dit voorstel bij en gaf slechts gunstig advies op de uitdrukkelijke voorwaarde dat de bestaande centrale boscorridor planologisch gevrijwaard zou worden. De verwerende partij heeft – tegen het advies van de Gecoro in – de bestaande centrale boscorridor toch opgenomen in het bedrijfsgedeelte van het gemeentelijk RUP, zonder dat er daarvoor deugdelijke motieven voorliggen. 12.
- De verzoekende partij voegt er aan toe dat de stedenbouwkundige voorschriften voor het bedrijfsgedeelte van het gemeentelijk RUP een rechtsonzekere bepaling bevatten. Indien in bomen verspreid over het bedrijfsgedeelte vleermuizen voorkomen, kunnen – met de woorden van de voorschriften – deze bomen, “evenals een bufferzone errond”, “niet worden gekapt”. In dat geval zal de bedrijfsbestemming mogelijk onuitvoerbaar zijn. 13.
- In haar memorie van antwoord benadrukt de verwerende partij in de eerste plaats dat de aanwezigheid van vleermuizen in dit dossier nauwkeurig werd onderzocht. Op basis van een opmerking in het ongunstige advies van het Agentschap Natuur en Bos van het Vlaamse Gewest (hierna: ANB), werd door een in vleermuizen gespecialiseerde firma onderzoek gedaan naar het gebruik van de stamholtes van de bomen als verblijfsplaats voor vleermuizen en werd de X-17.605-9/16 screeningsnota herwerkt. Meer bepaald is het voorstel van de firma gevolgd om, enerzijds, de kap van het bos te doen plaatsvinden in september of oktober wanneer de zomerkolonies van aanwezige vleermuispopulaties uiteen gevallen zijn en de winterslaap nog niet is begonnen en, anderzijds, de ontbossing te laten uitvoeren onder begeleiding van een vleermuisspecialist. Op basis van de aldus herwerkte screeningsnota bracht het ANB een nieuw – ditmaal gunstig – advies uit. De verwerende partij vervolgt dat zij het bezwaarschrift van de verzoekende partij wel degelijk voldoende ernstig heeft genomen. Dat blijkt uit de voorschriften inzake ontbossing voor het bedrijfsgedeelte van het gemeentelijk RUP, die de voorstellen van de in vleermuizen gespecialiseerde firma integraal overnemen. Het bezwaarschrift van de verzoekende partij werd zorgvuldig onderzocht en met de resultaten van dit onderzoek werd duidelijk rekening gehouden in de bestreden beslissing. De onderhavige situatie verschilt dus volledig van de feitenconstellatie die voorlag in het “rode bosmier-arrest” van de Raad van State: in die zaak had de gemeenteraad gesteld dat er geen aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van rode bosmieren in het plangebied. Te dezen is beslist in de wetenschap van de potentiële aanwezigheid van vleermuizen. 13.
- In haar memorie van antwoord voegt de verwerende partij nog toe dat de redenering als zou de bestemming van het bedrijfsgedeelte van het gemeentelijk RUP mogelijk onuitvoerbaar zijn, daar het kappen van het bos zou moeten worden onderbroken, niet kan worden gevolgd. Dat werkzaamheden dienen te worden onderbroken, verhindert immers niet dat deze werken op een later tijdstip kunnen worden voortgezet. De opgelegde maatregelen zijn voldoende duidelijk en afgebakend, maar staan de flexibiliteit toe die noodzakelijk is met oog op de effectiviteit ervan.
- In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat het auditoraatsverslag terecht heeft vastgesteld dat de verwerende partij heeft nagelaten een zorgvuldig onderzoek te doen naar het door de Gecoro gesteunde voorstel om de bestaande centrale boscorridor te behouden in het licht van de bepalingen over de groencorridor van het GRS. X-17.605-10/16 15.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat uit de screeningsnota blijkt dat het in het bestreden gemeentelijk RUP voorziene grotere bosareaal op langere termijn een positieve invloed zal hebben op de lokale biodiversiteit, wat uiteraard uitdrukkelijk heeft meegespeeld in haar besluitvorming. 15.
- Voorts stelt de verwerende partij in haar laatste memorie dat de Gecoro uitdrukkelijk erkend heeft dat de groencorridor van het GRS aan de oostzijde van het bedrijventerrein gerespecteerd wordt door het bestreden gemeentelijk RUP.
- Zowel in hun memorie na tussenkomst als in hun laatste memorie sluiten de tussenkomende partijen zich aan bij het door de verwerende partij gevoerde verweer. Beoordeling 17.
- Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen. Volgens het rechtszekerheidsbeginsel moet de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk zijn, zodat de rechtzoekende in redelijke mate de gevolgen van een bepaalde handeling kan voorzien op het tijdstip dat die handeling wordt verricht. Uit het voorgaande volgt dat voorschriften vervat in stedenbouwkundige verordeningen, ter wille van de rechtszekerheid, voldoende duidelijk dienen te worden geformuleerd. Een voorschrift waarvan het onmogelijk is om de naleving ervan te controleren of te sanctioneren is niet in voldoende X-17.605-11/16 nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid biedende woorden gesteld opdat de rechtzoekende in redelijke mate de gevolgen van dit voorschrift kan voorzien. 17.
- Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. De opdracht die de Gecoro ten aanzien van een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan moet vervullen, is fundamenteel. De Gecoro heeft immers tot taak de beslissende overheden ten gronde te informeren door onder andere standpunt in te nemen over de ingediende bezwaarschriften.
- Zoals hierna zal blijken, heeft de Gecoro te dezen, anders dan de verwerende partij in haar laatste memorie (randnr. 15.2) voorhoudt, niet erkend dat het bestreden gemeentelijk RUP de groencorridor van het GRS aan de oostzijde van het bedrijventerrein zou respecteren. Wanneer de Gecoro bij de behandeling van het bezwaarschrift van de verzoekende partij stelt dat deze groencorridor gerespecteerd wordt, bedoelt zij onmiskenbaar dat dit enkel het geval zal zijn wanneer haar – in een daaraan voorafgaande overweging uitgedrukte – voorstel wordt gevolgd “om [de bestaande centrale boscorridor] te behouden”. Het finaal advies (randnr. 10.3) laat geen enkele dubbelzinnigheid bestaan over de planologische argumentatie van de Gecoro: zowel de bestaande centrale boscorridor als de oostelijke weide dienen planologisch verankerd te worden in het gemeentelijk RUP en geen van beide mag wijken voor de ontwikkeling van nieuwe industriegronden.
- Daar krachtens het bestreden gemeentelijk RUP de bestaande centrale boscorridor gerooid zal worden om hem te laten wijken voor industriële ontwikkeling, doet het middel de vraag rijzen welke rechtens verantwoorde motieven de verwerende partij heeft om wat die corridor betreft van het advies van X-17.605-12/16 de Gecoro af te wijken. De door de verwerende partij aangehaalde elementen dat ze de aanwezigheid van vleermuizen in de bestaande centrale boscorridor heeft erkend, dat ze die aanwezigheid nauwkeurig heeft onderzocht en dat de ontbossing enkel mag plaatsvinden in september of oktober en dit onder begeleiding van een vleermuisspecialist, kunnen niet als dergelijke motieven worden aanvaard. Het zijn immers elementen waarin het rooien van de bestaande centrale boscorridor als axioma wordt aangenomen en die enkel behelzen dat dit rooien omzichtig moet gebeuren om één enkele aanwezige diersoort zo min mogelijk te verstoren. Ook het feit dat het – zoals de verwerende partij in haar laatste memorie schrijft – “uiteraard uitdrukkelijk heeft meegespeeld in [haar] besluitvorming” dat er op de oostelijke weide een groter bosareaal zal worden aangeplant, kan er niet van overtuigen dat de verwerende partij de gepaste aandacht heeft besteed aan de planologische argumentatie volgens welke zowel de oostelijke weide als de bestaande centrale boscorridor als onderdeel van de groencorridor van het GRS dienen gevrijwaard te blijven.
- Al zeker in het licht van de toepasselijke – bindende – bepaling van het GRS (randnr. 4.2), kan de verwerende partij er niet van overtuigen dat zij zich op deugdelijk vastgestelde juridische en feitelijke elementen heeft gesteund die haar besluit kunnen verantwoorden om, anders dan de Gecoro heeft geadviseerd, de bestaande centrale boscorridor niet te vrijwaren.
- Voorts is het terecht dat de verzoekende partij wijst op het volstrekt onduidelijke karakter van het volgend voor het bedrijfsgedeelte van het bestreden gemeentelijk RUP opgelegde voorschrift: “Bomen waar vleermuizen in worden aangetroffen, worden aangeduid en kunnen niet worden gekapt (evenals een bufferzone errond)”. Afgaand op de tekst van dit voorschrift zou het te allen tijde onmogelijk zijn om de bomen waar vleermuizen in worden aangetroffen én de X-17.605-13/16 bomen in een – niet nader omschreven – “bufferzone errond” te rooien, zodat de door het bestreden gemeentelijk RUP voorziene bestemming – bijvoorbeeld wegaanleg – niet gerealiseerd zou kunnen worden. Het hiervoor geciteerde voorschrift gaat aldus in tegen de bestemmingsvoorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP. De verwerende partij tracht dit te vergoelijken door te stellen dat het hiervoor geciteerde voorschrift slechts zou slaan op de tijdelijke fase waarin de kap wordt uitgevoerd. Deze interpretatie kan evenwel in geen enkele tekst steun vinden en bevestigt het rechtsonzeker karakter van het betrokken voorschrift.
- Het enige middel is in de aangeven mate gegrond V. Omvang van de vernietiging
- Ter terechtzitting stellen de tussenkomende partijen uitdrukkelijk dat zij – anders dan eerst aangekondigd – niet vragen dat bij een gebeurlijke vernietiging de aan hen toe te kennen omgevingsvergunning als gevolg van het bestreden gemeentelijk RUP zou worden gehandhaafd, daar nog geen omgevingsvergunning werd verkregen. 24.
- In hun memorie na tussenkomst vragen de tussenkomende partijen om bij een gebeurlijke nietigverklaring deze te beperken tot de bestaande centrale boscorridor. Zij benadrukken dat het “juridisch juister” zou zijn dat de Raad van State tot een dergelijke partiële vernietiging overgaat zonder de gevolgen op de algemene economie van het plan hierin te betrekken. De tussenkomende partijen zijn van oordeel dat het de Raad van State niet toekomt om in de plaats van de verwerende partij deze gevolgen te beoordelen. 24.
- In haar laatste memorie verzet de verwerende partij zich tegen de door de tussenkomende partijen voorgestelde partiële vernietiging omdat daardoor de algemene economie van het plan onderuit zou worden gehaald. Zo zou bij de voorgestelde partiële vernietiging het oostelijke deel van de doodlopende centrale ontsluitingsweg met het keerpunt niet behouden kunnen worden, zodat de realisatie van het bedrijfsgedeelte van het gemeentelijk RUP onmogelijk wordt gemaakt. X-17.605-14/16
- Om de door de verwerende partij aangehaalde reden, kan niet worden ingegaan op het voorstel van de tussenkomende partij om de vernietiging te beperken. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Malle van 27 juni 2019 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Hooyberg’ definitief wordt vastgesteld.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig februari tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter X-17.605-15/16 Frank Bontinck Johan Lust X-17.605-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.110 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div