← België

Arrest 253149 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.149 Rolnummer: A. 233169/VII-41050 Zaak: Arrest 253149 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-10 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 06:24 Fiche Arrest nr 253.149 van 3 maart 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 253.149 van 3 maart 2022 in de zaak A. é.169/VII-41.050 In zake : de NV RINKKAAI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Toon Smets kantoor houdend te 1160 Oudergem Vorstlaan 280 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :

  1. Ignaas VANDENABEELE
  2. de BV SOUVERAIN 400 Tussenkomende partij : de GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE AMBTENAAR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het cassatieberoep, ingesteld op 12 maart 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-0609 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 4 februari 2021 in de zaak 1920-RvVb-0146-A. VII-41.050-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 10 mei
  5. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. De gewestelijkE stedenbouwkundige ambtenaar heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 5 juli
  6. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft op 20 oktober 2021 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari
  7. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Deborah Smets, die loco advocaat Toon Smets verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Anne-Sophie Claus, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-41.050-2/5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten
  9. Met een besluit van 30 augustus 2019 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar (GSA) aan de nv Rinkkaai de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van een woonproject met zes bouwvolumes dat 308 private woningen en 1.627m² commerciële ruimte bovenop de ondergrondse parkeergarage omvat.
  10. Bij arrest nr. RvVb-A-2021-0394 van 10 december 2020 vernietigt de RvVb op vordering van Vandenabeele en de bv Souverain 400 de vergunningsbeslissing van de GSA.
  11. Het bestreden arrest overweegt: “Het onderdeel VII. ‘ONDERZOEK VAN HET AMBTSHALVE MIDDEL- GEBREK AAN RECHTSGROND’ bevat een materiële vergissing. In de beoordeling door de [RvVb] wordt verkeerdelijk niet het nummer vermeld van het arrest waarmee de verkavelingsvergunning van 2 augustus 2019, waarop de bestreden beslissing is gesteund, wordt vernietigd” en beslist: “In het arrest RvVb-A-2021-0394 van 10 december 2020 wordt de passus “Bij arrest nr. xxx van xxx werd de verkavelingsvergunning van 2 augustus 2019 vernietigd” vervangen door “Bij arrest nr. RvVb-A-2021-0393 van 10 december 2020 werd de verkavelingsvergunning van 2 augustus 2019 vernietigd”.” VII-41.050-3/5 IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de nv Rinkkaai
  12. De nv Rinkkaai stelt dat zij cassatieberoep instelt tegen het bestreden arrest “om haar belang bij het eerder ingesteld cassatieberoep tegen arrest met nummer RvVb-A-2021-0394 [van 10 december 2020] te behouden en om de situatie te ondervangen waarin zou worden aangenomen dat het op heden aan [de Raad van State] voorgelegd arrest met nummer RvVb-A-2021-0394 zou vervangen/de inhoud ervan op een zelfstandige wijze zou vervangen”. Zij stelt nog dat: - indien de Raad van State arrest met nummer RvVb-A-2021-0394 van 10 december 2020 van de RvVb “zou verbreken […] moet ook het hier bestreden ‘verbeterend arrest’ evenzeer uit het rechtsverkeer worden verwijderd. Het instellen van een cassatieberoep tegen dit ‘verbeterend arrest’ maakt dit mogelijk” – zij “geen specifieke cassatiemiddelen [kan] aanvoeren die gericht zijn tegen het bestreden ‘verbeterend arrest’. Zij beperkt zich tot het herhalen van de cassatiemiddelen die gericht zijn tegen het arrest met nummer RvVb-A-2021-0394 gewezen in dezelfde zaak”. Beoordeling
  13. Bij arrest nr. 253.148 van 3 maart 2022 verwerpt de Raad van State het cassatieberoep dat de nv Rinkkaai heeft ingesteld tegen arrest met nummer RvVb-A-2021-0394 van 10 december 2020 van de RvVb.
  14. Het cassatieberoep is in elk geval om die reden onontvankelijk. VII-41.050-4/5 BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  16. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.050-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.149 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.