← België

Arrest 253150 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 03/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.150 Rolnummer: A. 233595/VII-41105 Zaak: Arrest 253150 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 03/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-10 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:24 Fiche Arrest nr 253.150 van 3 maart 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 253.150 van 3 maart 2022 in de zaak A. é.595/VII-41.105 In zake: Gunther MINNEN wonende te 2490 Balen Hoeferf 30 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 23 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de dienst Inspectie Consumptieproducten bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu van 19 april 2021 met als kenmerk 1205-21-0138C-CP. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Aan verzoeker is op 21 oktober 2021 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op respectievelijk 26 en 25 januari 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-41.105-1/3 Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.
  5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. VII-41.105-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het beroep.
  7. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.105-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.150 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.