← België

Arrest 253161 - Dierenwelzijn - 04/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.161 Rolnummer: A. 235713/VII-41310 Zaak: Arrest 253161 - Dierenwelzijn - 04/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-10 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-17 17:18 Fiche Arrest nr 253.161 van 4 maart 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 253.161 van 4 maart 2022 in de zaak A. 235.713/VII-41.310 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Cocquyt kantoor houdend te 2100 Deurne Bisschoppenhoflaan 287/B6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 18 februari 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing gewezen door de Vlaamse Overheid Departement Omgeving Afdeling Dierenwelzijn, dd. 28.01.2022 waarbij de twee honden eigendom van verzoekster definitief in volle eigendom werden gegeven aan het dierenasiel”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 maart 2022, om 10.30 uur. VII-41.310-1/4 Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Cocquyt, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IV. Uiterst dringende noodzakelijkheid Beoordeling
  5. De procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. Het is om die reden dat de Raad van State met een zekere gestrengheid de voorwaarden beoordeelt die vervuld moeten zijn opdat deze vordering kan worden ingewilligd. VII-41.310-2/4 De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op onbetwistbare wijze wordt aangetoond. Een verzoekende partij moet diligent optreden bij het inleiden van een vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid. Diligent optreden -dit wil zeggen dat de eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State- is immers een vereiste dat vervat is in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. De bestreden beslissing dateert van 28 januari 2022, het verzoekschrift tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid werd pas ingediend op 18 februari
  6. Verzoekster heeft dus 20 dagen gewacht om haar vordering in te dienen. Er wordt hiervoor geen verklaring gegeven. De vaststelling dat niet diligent werd opgetreden volstaat in het huidige geval om de vordering te verwerpen. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt de vordering.
  8. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. VII-41.310-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.310-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.161 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.408 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.