← België

Arrest 253188 - Dierenwelzijn - 10/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.188 Rolnummer: A. 230524/VII-40796 Zaak: Arrest 253188 - Dierenwelzijn - 10/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-14 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 06:26 Fiche Arrest nr 253.188 van 10 maart 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 253.188 van 10 maart 2022 in de zaak A. 230.524/VII-40.796 In zake : Sofie VANDERMEERSCH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laurens Storms kantoor houdend te 3110 Rotselaar Echostraat 8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 maart 2020, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Secretaris-generaal van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid van 24 januari 2020 met als onderwerp ‘Bestemming’ en met referte G-19-1078”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van VII-40.796-1/4 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 maart
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Valérie De Schepper, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van de kortedebattenprocedure
  5. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 24 januari 2020 om het paard, in toepassing van artikel 42, § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende bescherming en het welzijn der dieren, definitief in volle eigendom te geven aan het asiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing.
  6. Het paard dat het voorwerp uitmaakt van de onderhavige procedure, is ondertussen overleden.
  7. In arrest nr. 226.179 van 23 januari 2014 heeft de Raad van State overwogen: “Ingeval van vernietiging van de bestreden beslissing kan de verwerende partij beslissen om de dieren terug te geven aan de verzoekende partijen, VII-40.796-2/4 indien zij van oordeel zou zijn dat de verzoekende partijen vooralsnog zorg kunnen dragen voor hun dieren. De verzoekende partijen hebben wel degelijk belang bij onderhavig beroep”.
  8. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op het overlijden van het paard, om het dier terug te geven aan verzoekster. Enige schade die door de bestreden beslissing zou zijn ontstaan kan niet meer worden hersteld door een vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing. Verzoeksters recht van toegang tot de rechter wordt te dezen niet in het gedrang gebracht. Er staan haar immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen. IV. Rechtsplegingsvergoeding
  9. Aangezien het beroep wordt verworpen wegens het overlijden van het paard, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. VII-40.796-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.796-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.188 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.