← België

Arrest 253192 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 10/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.192 Rolnummer: A. 233399/VII-41083 Zaak: Arrest 253192 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 10/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-14 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 06:26 Fiche Arrest nr 253.192 van 10 maart 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 253.192 van 10 maart 2022 in de zaak A. é.399/VII-41.083 In zake: de LANDBOUWVENNOOTSCHAP LINSSEN-BECKERS gevestigd te 3640 Kinrooi Raamdijk 5 waar woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 11 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van de Mestbank van 16 december 2020 waarbij aan de verzoekende partij een boete wordt opgelegd, alsook het verbod van derogatie voor het kalenderjaar 2021, wegens het niet naleven van de verplichtingen opgelegd bij artikel 5.1.
  2. van het besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 2016 ‘houdende de uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006’ (eerste bestreden beslissing); en - de beslissing van het afdelingshoofd van de Mestbank van 12 februari 2021 over het bezwaar “tegen de afkeuringen derogatie 2020 en sanctie derogatie 2021” (tweede bestreden beslissing). VII-41.083-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 251.676 van 30 september 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. Het genoemde arrest is op 11 oktober 2021 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 6 januari 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  6. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. VII-41.083-2/3
  7. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  8. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.083-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.192 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.676 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.