id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.206 Rolnummer: A. 234133/XII-9112 Zaak: Arrest 253206 - Overheidsopdrachten - 14/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 06:28 Fiche Arrest nr 253.206 van 14 maart 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.206 van 14 maart 2022 in de zaak A. 234.133/XII-9112 In zake: de BV AUTO ELECTRO ANDRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Van Damme en Jan Van Eynde kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Debièvre en Anton De Weerdt kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86 C, bus 113 Tussenkomende partij: de SAS CAR ET BUS MAINTENANCE (CBM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Philippe Van Wesemael en Yannick Ballon kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 235 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Vervoersmaatschappij — De Lijn van 23 juni 2021 om de raamovereenkomst voor de levering van onderdelen airco- en verwarmingstoestellen voor autobussen (Techn_Rollend Materiee1-2020-mibpc-454_1) te gunnen aan CBM (percelen I t.e.m. 4) en aan VDL Bus en Coach Belgium (percee1 5)”. II. Verloop van de rechtspleging XII-9112-1/4
- Bij arrest nr. 251.558 van 21 september 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 27 september 2021 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 24 november 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. XII-9112-2/4
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
- Bij besluit van de raad van bestuur van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 8 september 2021 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. XII-9112-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9112-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.206 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.558 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div