← België

Arrest 253208 - Overheidsopdrachten - 14/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.208 Rolnummer: A. 234783/XII-9144 Zaak: Arrest 253208 - Overheidsopdrachten - 14/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-22 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 06:28 Fiche Arrest nr 253.208 van 14 maart 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.208 van 14 maart 2022 in de zaak A. 234.783/XII-9144 In zake : de BV MOOV-IT woonplaats kiezend te 1082 Brussel Groot-Bijgaardenstraat 14 tegen : de STAD GENT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 24 september 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de stad Gent van 22 juli 2021 waarbij de overheidsopdracht voor diensten – IncluPAS Digitaal platform/Applicatie – SPO_TIS_1 wordt gegund aan City Legends. Tevens stelt de verzoekende partij een vordering in tot herstel van de geleden schade. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 15 december 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XII-9144-1/4 De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Met twee afzonderlijke brieven van 18 oktober 2021 heeft de griffie verzocht om overeenkomstig de artikelen 66, 6°, en 70 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement) telkens een recht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand over te schrijven op het betrokken rekeningnummer. In de ene brief had dat verzoek betrekking op het “verzoekschrift [...] op de rol ingeschreven onder het nummer G/A 234.783/XII-9144”, in de andere brief op het “verzoek tot schadevergoeding tot herstel [...] op de rol ingeschreven onder het nummer G/A 234.783/XII-9144”. In die respectieve brieven is melding gemaakt van het over te schrijven bedrag, het rekeningnummer waarop die overschrijving diende te gebeuren en de specifieke gestructureerde mededeling die bij de overschrijving diende te worden vermeld. De gestructureerde mededeling was verschillend in beide brieven. In beide brieven is melding gemaakt van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement luidens hetwelk de hoofdgriffier, indien de vermelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat aan de betrokken partij meedeelt dat de kamer naargelang van het geval de ingestelde vordering of het ingestelde beroep als niet verricht zal XII-9144-2/4 beschouwen of van de rol zal schrappen, tenzij de betrokken partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.
  5. De verzoekende partij heeft het recht en de bijdrage tijdig overgeschreven, met vermelding van de gestructureerde mededeling die betrekking heeft op de vordering tot schadevergoeding. Er is geen tweede betaling gebeurd.
  6. Met een brief van 14 december 2021 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij meegedeeld dat de griffie heeft vastgesteld dat de betrokken rekening niet is gecrediteerd. Tevens heeft hij de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat de aangewezen kamer naargelang van het geval de ingestelde vordering of het ingestelde beroep als niet verricht zou beschouwen of van de rol zou schrappen, tenzij die partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord.
  7. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Zij heeft ook niet op een andere wijze gereageerd op het schrijven van de hoofdgriffier.
  8. Het beroep tot nietigverklaring moet dan ook overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement als niet verricht worden beschouwd. De zaak moet dienvolgens – met inbegrip van de vordering tot schadevergoeding, gelet op artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement – van de rol worden afgevoerd. Met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement zijn het recht en de bijdrage voor de vordering tot schadevergoeding in de gegeven omstandigheden evenwel niet verschuldigd en dienen ze aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. XII-9144-3/4 BESLISSING
  9. De zaak wordt van de rol geschrapt.
  10. Het recht van 200 euro voor de vordering tot schadevergoeding en de bijdrage van 20 euro dienen aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9144-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.208 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.