← België

Arrest 253268 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 18/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.268 Rolnummer: Zaak: Arrest 253268 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 18/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-25 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 06:31 Fiche Arrest nr 253.268 van 18 maart 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 253.268 van 18 maart 2022 in de zaken A.231.082/X-17.738 (I) A.231.825/X-17.805 (II) A.232.214/X-17.834 (III) In zake : (I) de BV HAMBOS LOGISTICS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE HAACHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen In zake : (II) + (III)

  1. de GEMEENTE HAACHT
  2. het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE HAACHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen X-17.738-1/19 Tussenkomende partij : de BV HAMBOS LOGISTICS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen
  3. Het beroep, ingesteld op 23 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht van 16 april 2020 tot goedkeuring van een tijdgebonden verbod voor voertuigen met een gewicht van meer dan 3,5 ton op het jaagpad vanaf het kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg (zaak sub I). Het beroep, ingesteld op 18 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 20 juli 2020 waarmee het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht van 16 april 2020 tot goedkeuring van een tijdgebonden verbod voor voertuigen met een gewicht van meer dan 3,5 ton op het jaagpad vanaf het kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg wordt vernietigd (zaak sub II). Het beroep, ingesteld op 9 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 9 september 2020 waarmee het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht van 23 juli 2020 tot goedkeuring van een tijdgebonden verbod voor voertuigen met een gewicht van meer dan 3,5 ton op buurtweg nr. 3 Tildonk wordt vernietigd (zaak sub III). X-17.738-2/19 II. Verloop van de rechtspleging
  4. In de zaak sub I is bij arrest nr. 247.992 van 2 juli 2020 de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen en heeft de verzoekende partij een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de drie zaken hebben de verwerende partijen een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen een memorie van wederantwoord. In de zaken sub II en III heeft de bv Hambos Logistics een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van 3 november 2020 en van 22 januari 2021 . De tussenkomende partij heeft in beide zaken een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van Den Broeck heeft in de drie zaken een verslag opgesteld. In de drie zaken dienden alle partijen een laatste memorie in in de volgorde bepaald in het verslag van de eerste auditeur. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 februari 2022 om 10.00 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sofie Albert, die loco advocaat Thomas Ryckalts verschijnt voor de bv Hambos Logistics, advocaat Konstantijn Roelandt, die verschijnt voor de gemeente Haacht en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht en advocaat Paul Hurlebusch, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, zijn gehoord. X-17.738-3/19 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De bv Hambos Logistics baat te Haacht, Hambos, op een terrein aan de rechteroever van het kanaal Leuven-Dijle een “multimodaal logistiek distributiepunt voor bouwmaterialen” uit. 3.
  7. Met betrekking tot de ontsluiting van het voormelde terrein is op 3 april 2013 een overeenkomst gesloten tussen het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht, de rechtsvoorganger van de bv Hambos Logistics en de nv Waterwegen en Zeekanaal, de rechtsvoorganger van de nv van publiek recht De Vlaamse Waterweg. Overeengekomen wordt dat gemeentelijke wegen en een deel van het jaagpad langs het kanaal als toegang tot de site van de bv Hambos Logistics gebruikt kunnen worden, om een tijdelijke ontsluiting mogelijk te maken. Tot de voorwaarden voor het tijdelijke gebruik van het jaagpad en de gemeentelijke wegen behoort de verbintenis van de rechtsvoorganger van de bv Hambos Logistics om: “- de vrachtwagenladingen enkel aan te voeren van maandag t/m zaterdag, uitgezonderd woensdag, tussen 06u00 en 22u00, waarbij niet gereden wordt tussen 08u00 en 09u00 en tussen 15u30 en 16u30; - de vrachtwagenladingen enkel aan te voeren op woensdag, tussen 06u00 en 22u00, waarbij niet gereden wordt tussen 08u00 en 09u00 en tussen 11u30 en 13u00; - het gebruik van het jaagpad en de gemeentelijke wegen stop te zetten van zodra de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg klaar is. Dit tijdstip wordt vastgesteld door de voorlopige oplevering van de ontsluitingsweg”. “Jaagpad” wordt in de voormelde overeenkomst omschreven als: X-17.738-4/19 “de verharding aangebracht langs het Kanaal Leuven - Dijle ten einde het beheer en het onderhoud van het kanaal mogelijk te maken. Het jaagpad, zoals vermeld in deze overeenkomst, begint hier vanaf de nieuw te bouwen kaai ter hoogte van het Industrieterrein Hambos, op de rechteroever van het Kanaal Leuven – Dijle, opwaarts de sluis van Tildonk, tot aan de Vaartdijk.” Op 13 mei 2015 wordt tussen dezelfde partijen een navolgende “samenwerkingsovereenkomst” afgesloten, die geldt voor 5 jaar. Daarin wordt onder meer gesteld dat de gemeente Haacht “formeel [erkent] dat het jaagpad en de strook tussen het Kanaal Leuven-Dijle tot het domeingoed van W&Z behoren” 3.
  8. Op 16 april 2020 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht om “ter verdere concrete uitvoering van de driepartijenovereenkomst van 25 maart 2013”, middels een aanvullend reglement over het wegverkeer, de toegang tot het jaagpad te verbieden vanaf het kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg voor voertuigen van meer dan 3,5 ton tijdens de schoolspitsuren en op zondag. Het verbod geldt meer bepaald “van maandag tot en met vrijdag van 8u tot 9u en van 15u30 tot 16u30, op woensdag van 8u tot 9u en van 11u30 tot 13u en op zondag [de volledige dag]”. Dit is het bestreden besluit in zaak sub I. 3.
  9. Met een brief van 19 juni 2020 dient de bv Hambos Logistics klacht in bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant (hierna: de gouverneur) tegen het bestreden besluit in de zaak sub I. 3.
  10. Op 20 juli 2020 vernietigt de gouverneur het bestreden besluit in de zaak sub I. De motivering van dit besluit luidt: “In beginsel is de gemeenteraad bevoegd voor de opmaak van gemeentelijke aanvullende reglementen op het wegverkeer. Artikelen 4, §1 en 5, §1 van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen en bekostiging van de verkeerstekens maken het mogelijk dat de gemeenteraad deze bevoegdheid toevertrouwt aan het college van burgemeester en schepenen. De mogelijkheid is voorzien voor wat betreft de opmaak van aanvullende reglementen op respectievelijk gewestwegen (met uitzondering van de autosnelwegen) en de gemeentewegen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden. X-17.738-5/19 De gemeenteraad van Haacht heeft de bevoegdheid tot het opmaken van gemeentelijke aanvullende reglementen gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college is bevoegd om aanvullende reglementen op te stellen voor wat betreft de openbare wegen die zich op het eigen grondgebied bevinden. De gemeente heeft echter geen beheer over het jaagpad in kwestie. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken deelt mee dat jaagpaden beheerd worden door De Vlaamse Waterweg, een extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid. Op grond van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, kan enkel op initiatief van De Vlaamse Waterweg zelf een aanvullend reglement tot stand komen. Artikel 17 van bovenvermeld decreet bepaalt dat op voorstel van de raad van bestuur van De Vlaamse Waterweg de Vlaamse Regering politieverordeningen kan uitvaardigen voor de waterwegen en hun aanhorigheden. Jaagpaden zijn aanhorigheden van de waterwegen en aanvullende reglementen zijn politieverordeningen. Het feit dat er op het jaagpad een buurtweg zou liggen doet hier geen afbreuk aan. Overeenkomstig artikel 2, 4° van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens zijn gemeentewegen die wegen die worden beheerd door de gemeente. Officieel wordt de buurtweg nog vermeld in de Atlas der buurtwegen, maar in de praktijk bestaat deze buurtweg niet meer. Er is geen discussie over het feit dat de gemeente geen beheerder is van de weg. De gemeente erkende in de samenwerkingsovereenkomst dd. 13 mei 2015 bovendien formeel dat het jaagpad en de strook tussen het Kanaal Leuven-Dijle tot het domeingoed van W&Z (thans De Vlaamse Waterweg) behoren. Op grond van bovenstaande vaststellingen en adviezen van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken staat vast dat De Vlaamse Waterweg de enige beheerder van het jaagpad is. De gemeente Haacht is niet bevoegd om het bestreden aanvullend reglement vast te stellen. Enkel De Vlaamse Waterweg kan op grond van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht politieverordeningen uitvaardigen voor de waterwegen en hun aanhorigheden, waaronder de jaagpaden.” Dit is het bestreden besluit in zaak sub II. 3.
  11. In zitting van 23 juli 2020 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht om “ter verdere concrete uitvoering van de driepartijenovereenkomst van 25 maart 2013”, middels een aanvullend reglement over het wegverkeer, de toegang tot buurtweg nr. 3 te verbieden vanaf het kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg voor voertuigen van meer dan 3,5 ton tijdens de X-17.738-6/19 schoolspitsuren en op zondag de volledige dag. Meer bepaald “van maandag tot en met vrijdag van 8u tot 9u en van 15u30 tot 16u30, op woensdag van 8u tot 9u en van 11u30 tot 13u en op zondag”. De motivering van dit besluit luidt: “Besluit van college van burgemeester en schepenen van Haacht van 16 april 2020 houdende goedkeuring ‘Mobiliteit - Aanvullend reglement – Tijdsgebonden verbod + 3,5ton op het jaagpad na kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg’ Vernietiging van dit besluit door de gouverneur op 20 juli
  12. Gelet op de motivatie waarmee het gemeentebestuur helemaal niet akkoord kan gaan. Er is wel degelijk nog een Buurtweg aanwezig. Dit blijkt uit talrijke andere dossiers voor diverse rechtbanken. De gemeente kan een aanvullend reglement opstellen voor alle openbare wegen die zich op het eigen grondgebied bevinden. Buurtweg nr 3 is een openbare weg die zich op het eigen grondgebied bevindt. Dat de gemeente het deels overlappend jaagpad niet beheert doet hier geen afbreuk aan.” 3.
  13. Met een brief van 30 juli 2020 dient de bv Hambos Logistics andermaal klacht in bij de gouverneur, dit keer tegen het voormelde besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht van 23 juli
  14. 3.
  15. Op 9 september 2020 vernietigt de gouverneur het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht van 23 juli
  16. De motivering van dit besluit luidt: “De bv Hambos Logistics diende reeds klacht in tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Haacht van 16 april 2020 houdende goedkeuring ‘mobiliteit- aanvullend reglement- tijdsgebonden verbod +3,5 ton op het jaagpad na kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg’ omdat de gemeente hiervoor niet bevoegd was. Na onderzoek concludeerde de gouverneur dat de gemeente Haacht niet bevoegd was om het bestreden aanvullend reglement vast te stellen en vernietigde op 20 juli 2020 de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Haacht van 16 april 2020 houdende goedkeuring ‘mobiliteit- aanvullend reglement- tijdsgebonden verbod +3,5 ton op het jaagpad na kruispunt Vaartdijk/Kapelleweg’ De gemeente Haacht is van oordeel dat zij een politionele bevoegdheid heeft op het betrokken ‘jaagpad’ Vaartdijk omdat het in de Atlas der Buurtwegen staat aangeduid als voetweg nr.
  17. Zij stelt dat volgens artikel 85 van het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen de buurtweg nr.3 een gemeenteweg is op het grondgebied van de gemeente, waarvoor zij op grond van artikel 5,§1, eerste lid van het decreet van 16 mei 2008 bevoegd is om een aanvullend reglement op te stellen. Het gemeentebestuur werd niet gevolgd in haar redenering. X-17.738-7/19 Conclusie was dat de gemeente Haacht niet bevoegd is om het aanvullend reglement vast te stellen maar dat enkel de Vlaamse Waterweg bevoegd is voor dit jaagpad. De gemeente Haacht gaat niet akkoord met deze beslissing. Op 23 juli 2020 heeft het college van burgemeester en schepenen een nieuwe beslissing genomen, namelijk ‘mobiliteit- aanvullend reglement- tijdsgebonden verbod +3,5 ton op buurtweg nr. 3 Tildonk-goedkeuring’. Het is deze beslissing die nu voorligt. De gemeente Haacht bezorgde op 13 augustus 2020 een uitgebreide toelichting. De gemeente Haacht geeft een schets van de feitelijke context waarbinnen het collegebesluit van 23 juli 2020 werd genomen. Het is de gemeente Haacht uitsluitend te doen om het creëren van een verkeersveilige situatie in de dorpskernen van Haacht, temeer omdat er klachten blijven komen over de verkeersproblematiek meer bepaald de zware vrachten vanuit Hambos door de dorpskern van Tildonk. Uit de feitelijke context valt af te leiden dat de gemeente Haacht en bv Hambos Logistics reeds gedurende een aantal jaren een juridische strijd met elkaar leveren betreffende deze toegangsweg. De gemeente blijft bij haar standpunt dat de buurtweg nr. 3 nog steeds juridisch en feitelijk bestaat en dat dit blijkt uit de procedures voor diverse rechtbanken waarbij de bv Hambos Logistics de afschaffing/verplaatsing van deze buurtweg eist. Hieruit concludeert de gemeente dat zij een aanvullend reglement kan opstellen voor deze buurtweg nr.
  18. Buurtweg nr. 3 is volgens de gemeente een openbare weg die zich op het grondgebied van de gemeente bevindt. Artikel 85 van het Gemeentewegendecreet stelt dat alle gemeentelijke wegen en buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen die bestaan op 1 september 2019, voor de toepassing van dit decreet geacht worden een gemeenteweg te zijn. De gemeente concludeert dat de buurtweg nr. 3 en het jaagpad twee te onderscheiden zaken zijn en dat uit de Atlas der Buurtwegen blijkt dat de buurtweg nr. 3 6,61 meter breed is over de gehele lengte en het jaagpad merkelijk smaller is. De gemeente stelt dat het uitgangspunt dat de buurtweg volledig op het jaagpad ligt onjuist is en dat het feit dat de Vlaamse Waterweg het jaagpad beheert geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de gemeente over buurtweg nr.
  19. Het motief in het besluit van 20 juli 2020 dat de gemeente in de samenwerkingsovereenkomst van 13 mei 2015 erkend heeft dat het jaagpad behoort tot het domeingoed van W&Z is ondeugdelijk volgens de gemeente. Deze overeenkomst werd maar gesloten voor een duur van 5 jaar en het komt de toezichthoudende overheid niet toe om zich uit te spreken over subjectieve rechten tussen contractspartijen. De gemeente is tot slot van oordeel dat het aanvullend reglement waarbij zwaar verkeer gedurende bepaalde tijdstippen wordt gemeden in de dorpscentra en de schoolomgeving noodzakelijk is, zolang de ontsluitingsweg niet klaar is. De toezichthoudende overheid moet in dit dossier nog steeds oordelen over de vraag of de gemeente bevoegd is om in casu een aanvullend politiereglement op te stellen. X-17.738-8/19 De feitelijke situatie is niet veranderd ten opzichte van de situatie bij het nemen van de collegebeslissing op 16 april
  20. De redenering die in het vernietigingsbesluit van 20 juli 2020 werd opgenomen en de adviezen van MOW in dit dossier gelden dus nog steeds. Het blijft in de feiten immers over de tijdsgebonden verbodsbepaling gaan voor dezelfde weg/ toegangsstrook die gebruikt wordt als enige toegangsweg voor vrachtvervoer naar bv Hambos Logistics. De gemeente stelt dat dit gaat over buurtweg nr. 3, maar deze buurtweg overlapt met het jaagpad, ook al is dit jaagpad smaller dan de buurtweg volgens de Atlas der Buurtwegen. Dit jaagpad wordt beheerd door de Vlaamse Waterweg. De gemeenteraad of bij delegatie het college van burgemeester en schepenen is bevoegd tot het opmaken van gemeentelijke aanvullende reglementen voor wat betreft de openbare wegen die zich op het eigen grondgebied bevinden. Maar op grond van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, kan enkel op initiatief van De Vlaamse Waterweg zelf een aanvullend reglement tot stand komen. Artikel 17 van bovenvermeld decreet bepaalt dat op voorstel van de raad van bestuur van De Vlaamse Waterweg de Vlaamse Regering politieverordeningen kan uitvaardigen voor de waterwegen en hun aanhorigheden. Jaagpaden zijn aanhorigheden van de waterwegen en aanvullende reglementen zijn politieverordeningen. Overeenkomstig artikel 2, 4° van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens zijn gemeentewegen die wegen die worden beheerd door de gemeente. De gemeente kan enkel voor de wegen die zij beheert autonoom aanvullende reglementen stellen. Er is geen discussie over het feit dat de gemeente geen beheerder is van de weg. De gemeente erkende in de samenwerkingsovereenkomst van 13 mei 2015 wel degelijk dat het jaagpad en de strook tussen het kanaal Leuven-Dijle tot het domeingoed van W&Z (nu De Vlaamse Waterweg) behoren. Ook al is de samenwerkingsovereenkomst dd. 13 mei 2015 niet meer van toepassing na 5 jaar, hieruit mag de toezichthoudende overheid toch nog steeds concluderen dat de gemeente geen beheerder is van de weg. Op grond van bovenstaande redenen en uit de adviezen van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken volgt dat de gemeente Haacht niet bevoegd is om het bestreden aanvullend reglement vast te stellen.” Dit is het bestreden besluit in zaak sub III. X-17.738-9/19 IV. Samenvoeging
  21. Een goede rechtsbedeling vereist de samenvoeging van de zaken 231.082/X-17.738, 231.825/X-17.805 en 232.214/X-17.
  22. V. Onderzoek van de middelen in de zaak sub II A. Eerste middel Uiteenzetting van het eerste middel
  23. De verzoekende partijen voeren in een eerste middel de schending aan van artikel 332, §§ 1 tot 3, van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ (hierna: het decreet lokaal bestuur) en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs-handelingen’ (hierna: de motiveringswet). 6.
  24. In een eerste middelonderdeel stellen de verzoekende partijen dat het bestreden besluit er is gekomen naar aanleiding van een klacht van de bv Hambos Logistics. De klacht was manifest laattijdig en de verwerende partij had deze om die reden moeten verwerpen. Bovendien bevat het bestreden besluit geen enkele neerslag van het onderzoek van de verwerende partij naar de ontvankelijkheid van de klacht, zodat de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet zijn geschonden. 6.
  25. In een tweede middelonderdeel zetten de verzoekende partijen uiteen dat zij op 24 april 2020 kennis hebben gegeven aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het bestreden besluit op de webtoepassing van de gemeente, zodat de termijn van dertig dagen om het bestreden besluit te nemen overeenkomstig artikel 332, § 2, van het decreet lokaal bestuur inging op 25 april
  26. Het bestreden besluit is genomen op 20 juli 2020, wat laattijdig is. X-17.738-10/19 Beoordeling 7.
  27. De artikelen 331 en 332 van het decreet lokaal bestuur luiden: “Art.
  28. De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen. Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op. Art.
  29. §
  30. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen. […] §
  31. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente. Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit. §
  32. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en §
  33. §
  34. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf
  35. Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht. §
  36. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid. Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit. §
  37. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is X-17.738-11/19 opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging. Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid. Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering. Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.” 7.
  38. Partijen betwisten niet dat de klacht van de bv Hambos Logistics laattijdig is ingediend. Het is niet van belang. De verwerende partij heeft haar vernietigingsbevoegdheid, die zij ook zonder klacht kan uitoefenen, tijdig uitgeoefend, daarbij uitdrukkelijk naar artikel 332, § 1, van het decreet lokaal bestuur verwijzend. 7.
  39. Het besluit van de gemeente Haacht van 16 april 2020 betreft een reglement dat overeenkomstig artikel 286, § 1, van het decreet lokaal bestuur via de webtoepassing van de gemeente moet worden bekendgemaakt. Overeenkomstig artikel 332, § 2, eerste lid, van het decreet lokaal bestuur gaat de termijn van dertig dagen om een dergelijk besluit te vernietigen in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente. Overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 ‘tot vaststelling van de wijze van communicatie tussen het lokaal bestuur, de indiener van de klacht en de toezichthoudende overheid in het kader van het bestuurlijk toezicht op het lokaal bestuur’ gebeurt de communicatie tussen het lokaal bestuur en de toezichthoudende overheid met de beveiligde zending, zoals vermeld in artikel 1, 2°, a) of c) van dit besluit. Bijgevolg dient deze communicatie te gebeuren via het digitaal loket. X-17.738-12/19 De mededeling via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het collegebesluit van 16 april 2020 op de webtoepassing van de gemeente, gebeurde blijkens de stukken van het dossier eerst op 22 juni
  40. Het bestreden besluit van 20 juli 2020 is genomen binnen de termijn van dertig dagen die voorzien is in artikel 332, § 1, van het decreet lokaal bestuur. 7.
  41. De omstandigheid dat de onontvankelijkheid van de klacht van de bv Hambos Logistics wegens laattijdigheid niet in het bestreden besluit wordt gemotiveerd, is voorts niet van aard om het tijdig genomen bestreden besluit te vitiëren. 7.
  42. De kritiek in de laatste memorie van de verzoekende partijen dat “[h]et […] toch niet [kan] zijn dat voor de ene persoon […] de klacht onontvankelijk wordt bevonden en het verhaal daar stopt, en voor andere partijen die men meer genegen is de ontvankelijkheid van de klacht niet wordt onderzocht en integendeel met de vermelding van een andere rechtsgrond gewoon wegmoffelt, en vervolgens in werkelijkheid ‘de klacht’ toch gewoon onderzoekt”, kan geen bijval vinden. De verwerende partij beschikt nu eenmaal over de bevoegdheid om een onwettig gemeentebesluit ook zonder klacht te vernietigen in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht. Van “pure willekeur” is te dezen geen sprake. 7.
  43. Het middel wordt verworpen. B. Tweede middel Uiteenzetting van het tweede middel
  44. De verzoekende partijen voeren in een tweede middel de schending aan van artikel 85 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), van artikel 5, § 1, eerste lid, van het decreet van 16 mei 2008 ‘betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens’ (hierna: het decreet van 16 mei 2008) en van artikel 327, eerste lid, van het decreet lokaal X-17.738-13/19 bestuur, alsook van het motiverings- en onpartijdigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij betogen dat het jaagpad deel uitmaakt van de buurtweg nr. 3 die is opgenomen in de Atlas der Buurtwegen en die dus geen loutere aanhorigheid van het kanaal betreft. Het beheer van “de buurtweg nr. 3 (inclusief het jaagpad)” komt de gemeente toe. Het jaagpad is in werkelijkheid deel gaan uitmaken van een trage weg, toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Uit de Atlas der Buurtwegen blijkt dat de buurtweg nr. 3 6,61 meter breed is over de gehele lengte. Het jaagpad is in de realiteit volledig opgeslokt door de buurtweg nr.
  45. Er bestaat volgens de verzoekende partijen geen betwisting over dat deze buurtweg tot vandaag niet werd afgeschaft of verlegd en bijgevolg nog altijd bestaat en een gemeenteweg is. Aangezien het college van burgemeester en schepenen bevoegd is om aanvullende reglementen op gemeentewegen vast te stellen en het jaagpad is opgeslokt door de gemeenteweg, komt het beheer ervan aan de gemeente toe. De verzoekende partijen betwisten de bevoegdheid en bekwaamheid van het departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) om de toezichthoudende overheid te adviseren op dit punt, en bekritiseren dat er advies gevraagd werd aan De Vlaamse Waterweg, die als betrokken partij allerminst onpartijdig is. Zij vinden het opmerkelijk dat de verwerende partij toegeeft de juridische draagwijdte van de aanwezigheid van buurtweg nr. 3 niet goed te kunnen inschatten, maar wel beslist in het voordeel van een particulier belang. Uit artikel 327 van het decreet lokaal bestuur blijkt dat de verwerende partij zich bij twijfel tot het algemeen belang dient te richten. De verzoekende partijen benadrukken dat de vernietigde maatregel louter is genomen om te vermijden dat schoolgaande kinderen in de spitsuren zouden worden gegrepen door zware vrachtwagens, en menen dat deze maatregel vrijwel geen enkel nadeel berokkent aan de bv Hambos Logistics. De verzoekende partijen betogen dat de bevoegdheid van de gouverneur beperkt is tot het toetsen van het aanvullend reglement aan het recht en het algemeen belang, maar dat de gouverneur veel verder gaat en uitspraak doet over de subjectieve rechten van de bij de overeenkomst van 13 mei 2015 betrokken X-17.738-14/19 partijen. Zij voegen eraan toe dat is overeengekomen dat er eerst een alternatief voor het gebruik van het jaagpad moet gerealiseerd zijn, en dat pas daarna het jaagpad niet meer toegankelijk zal zijn voor fietsers en andere weggebruikers. Het is in die zin dat een eventuele overdracht van het beheer van het jaagpad aan De Vlaamse Waterweg moet begrepen worden. Tot zolang er geen alternatief fietspad is gerealiseerd en de nieuwe ontsluitingsweg naar de N26 geen feit is, blijft de buurtweg nr. 3 behouden en blijft het beheer ervan bij de gemeente. Beoordeling 9.
  46. De materie van de aanvullende reglementen op het wegverkeer wordt beheerst door het decreet van 16 mei
  47. Overeenkomstig artikel 2, 4°, daarvan wordt voor de toepassing van dit decreet onder ‘gemeenteweg’ verstaan: “openbare weg die wordt beheerd door de gemeente”. 9.
  48. Overeenkomstig artikel 5, § 2, tweede lid, 4°, van het decreet van 2 april 2004 ‘betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht’, waarnaar het bestreden besluit uitdrukkelijk verwijst, is De Vlaamse Waterweg “in ieder geval belast” met de bouw, het onderhoud, de inrichting en de voorziening van waterweginfrastructuur, zoals “onder meer […] jaagpaden”. Artikel 17, eerste lid, van dit decreet, bepaalt dat de Vlaamse regering, op voorstel van de raad van bestuur van De Vlaamse Waterweg, de politieverordeningen uitvaardigt voor de door De Vlaamse Waterweg beheerde waterwegen en hun aanhorigheden, de watergebonden gronden en het watergebonden gebied. Dergelijke verordeningen kunnen luidens het tweede lid, 2°, van het voormelde artikel onder meer “de regeling van de toegankelijkheid van de waterwegen en hun aanhorigheden” omvatten. Uit artikel 2, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse regering van 12 januari 2018 ‘houdende de omschrijving van de territoriale bevoegdheid van De Vlaamse Waterweg NV’ volgt dat De Vlaamse Waterweg onder meer bevoegd is voor de bevaarbare waterloop kanaal Leuven-Dijle en aanhorigheden, waarbij de jaagpaden door artikel 1, § 2, 2°, van dit besluit als aanhorigheden worden aangeduid. X-17.738-15/19 In het bestreden besluit wordt er voorts op gewezen dat de gemeente in de samenwerkingsovereenkomst van 13 mei 2015 heeft erkend dat het kwestieuze jaagpad tot het domeingoed van de nv Waterwegen en Zeekanaal, thans De Vlaamse Waterweg, behoort. De gouverneur vermocht dit gegeven bij zijn onderzoek naar de beheerder van het jaagpad te betrekken. De verzoekende partijen kunnen niet gevolgd worden in hun stelling dat de gouverneur zich hiermee zou uitspreken over subjectieve rechten die voortvloeien uit deze overeenkomst. De verzoekende partijen tonen niet aan dat de gemeente, en niet De Vlaamse Waterweg, de beheerder zou zijn van het kwestieuze jaagpad. 9.
  49. Het betoog van de verzoekende partijen dat naast het jaagpad nog een stuk van de buurtweg nr. 3 gelegen is, doet er geen afbreuk aan dat de gemeente hoe dan ook geen beheerder is van het op deze buurtweg gelegen jaagpad, wat het college wettelijk verhindert om een aanvullend reglement aan te nemen dat op dit jaagpad betrekking heeft. Daarnaast tonen de verzoekende partijen niet aan dat zij het resterende deel van de buurtweg nr. 3 zouden beheren. 9.
  50. Verzoeksters’ kritiek op het feit dat de MOW de verwerende partij heeft geadviseerd, en hun betoog dat De Vlaamse Waterweg als “betrokken partij” “allerminst onpartijdig” is, zijn niet van aard om de deugdelijkheid van de motivering met betrekking tot het gebrek aan beheer van de gemeente over het jaagpad en de onbevoegdheid van haar college van burgemeester en schepenen om het kwestieuze aanvullend reglement te nemen, in het gedrang te brengen. 9.
  51. De verzoekende partijen tonen gezien het voormelde niet aan dat de vereiste toetsing aan het recht door de verwerende partij niet deugdelijk zou zijn uitgevoerd. In het licht daarvan kan hun standpunt dat met het bestreden besluit enkel het particulier belang van de bv Hambos Logistics is gediend, niet overtuigen. 9.
  52. Het middel wordt verworpen. X-17.738-16/19
  53. De middelen zijn ongegrond gebleken. Het beroep moet hoe dan ook verworpen worden. VI. Onderzoek van de ontvankelijkheid in de zaak sub I 11.
  54. Aangezien het in de zaak sub I bestreden besluit vernietigd is door het bestreden besluit in de zaak sub II, en het beroep tegen dit laatste besluit niet gegrond is bevonden, moet vastgesteld worden dat het eerstgenoemd besluit niet meer bestaat. Het beroep ertegen heeft dan ook geen voorwerp. 11.
  55. Het beroep is onontvankelijk. VII. Onderzoek van de ontvankelijkheid in de zaak sub III 12.
  56. Het door de Grondwet gevestigd beginsel van het administratief toezicht op territoriaal gedecentraliseerde besturen – thans artikel 162, 6°, van de Grondwet – verzet er zich tegen dat een gemeente, wanneer zij geconfronteerd wordt met een beslissing van de toezichthoudende overheid die zij – subjectief – onwettig acht, die onwettigheid aangrijpt om eigener gezag de beslissing van de toezichthoudende overheid naast zich neer te leggen en om met een nieuwe beslissing een gelijk of gelijkwaardig effect te verwezenlijken als datgene wat de toezichthoudende overheid met haar besluit verhinderd heeft. De gemeente mag zich met alle mogelijke rechtsmiddelen verzetten tegen de inperking van de autonomie die zij in het optreden van de toezichthoudende overheid ervaart, maar zij mag niet, op gevaar af het gehele systeem van het administratief toezicht te paralyseren, eigenmachtig en buiten een nieuw feitelijk of juridisch gegeven om, haar mening boven die van de toezichthoudende overheid verheffen en beslissingen van die overheid negeren. Doen haar organen dat toch en treedt de toezichthoudende overheid daartegen op omdat de gemeente zonder meer het eerder toezichtsbesluit negeert, dan moet aan de gemeente het wettelijk vereiste belang ontzegd worden om de vernietiging te vorderen van dat nieuwe toezichtsbesluit. X-17.738-17/19 12.
  57. In haar besluit van 23 juli 2020 ‘tot goedkeuring van een tijdgebonden verbod voor voertuigen met een gewicht van meer dan 3,5 ton op buurtweg nr. 3 Tildonk’, stelt de gemeente “helemaal niet akkoord” te kunnen gaan met de motivatie van het bestreden besluit van de gouverneur in de zaak sub II. Door haar beslissing van 16 april 2020, die door de gouverneur is vernietigd, met dit besluit van 23 juli 2020 in wezen zonder meer te hernemen, en aldus buiten een nieuw gegeven om hetzelfde effect te verwezenlijken als datgene wat de gouverneur met het bestreden besluit in de zaak sub II verhinderd had, miskent zij het beginsel van het administratief toezicht. De verzoekende partijen moet dan ook het belang worden ontzegd bij hun beroep tegen huidig bestreden besluit, waarbij de gouverneur het besluit van 23 juli 2020 van het college van burgemeester en schepenen vernietigt. 12.
  58. De overweging in de laatste memorie van de verzoekende partijen dat het bestreden besluit in de zaak sub I duidelijk spreekt over het jaagpad en het besluit van 23 juli 2020 spreekt over de buurtweg nr. 3, dat de bedding van het jaagpad smaller is dan de bedding van deze buurtweg, en dat de voormelde beslissingen dus niet identiek hetzelfde voorwerp hebben, zodat het beginsel van het administratief toezicht in casu niet geldt, doet niet anders besluiten. In hun memorie van wederantwoord in de zaak sub II stellen de verzoekende partijen zelf dat het argument van de gouverneur dat de gemeente met het bestreden besluit in de zaak sub I alleen maar een aanvullend reglement voor het jaagpad heeft afgekondigd en niet voor de buurtweg, “van puur formalistische aard [is] want die beslissing heeft per definitie betrekking op de betrokken buurtweg daar het jaagpad integraal deel uitmaakt van buurtweg nr. 3”. 12.
  59. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  60. De zaken 231.082/X-17.738, 231.825/X-17.805 en 232.214/X-17.834 worden gevoegd. X-17.738-18/19
  61. De Raad van State verwerpt de drie beroepen.
  62. De gemeente Haacht wordt, in de zaak sub I, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de bv Hambos Logistics. De gemeente Haacht en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haacht worden in de zaken sub II en III verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op de rolrechten van 800 euro, de bijdragen van 40 euro en de rechtsplegingsvergoedingen van 1400 euro, die verschuldigd zijn aan het Vlaamse Gewest vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant. De bv Hambos Logistics wordt, in de zaken sub II en III, verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 300 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.738-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.268 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.