id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.274 Rolnummer: A. 232086/XIV-38505 Zaak: Arrest 253274 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 18/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-23 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-10 06:30 Fiche Arrest nr 253.274 van 18 maart 2022 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.274 van 18 maart 2022 in de zaak A. 232.086/XIV-38.505 In zake: Robin VAN OOTEGHEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken woonplaats kiezend te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A Federale Politie DGR/JUR -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 oktober 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Politie, algemene directie van het Middelenbeheer en de Informatie, van 30 september 2020, waarbij werd meegedeeld dat verzoeker ongeschikt is en momenteel niet beantwoordt aan het competentieprofiel voor het uitoefenen van een politiefunctie. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-38.505-1/3 Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 31 januari 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 16 maart
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing kortedebattenprocedure 3.. De bestreden beslissing werd ingetrokken bij beslissing van de deliberatiecommissie van 24 juni
- Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. XIV-38.505-2/3
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.505-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.274 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div