id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.289 Rolnummer: A. 235868/IX-10019 Zaak: Arrest 253289 - Examens (onderwijs) - 21/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-21 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 06:31 Fiche Arrest nr 253.289 van 21 maart 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.289 van 21 maart 2022 in de zaak A. 235.868/IX-10.019 In zake: Wouter GEEBELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS SINT-WILLIBRORD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Moonen en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 maart 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beroepscommissie van de vzw Katholiek Secundair Onderwijs Sint-Willibrord van 1 februari 2022 waarbij aan Wouter Geebelen een oriënteringsattest C wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.019-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 maart 2022, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Jarien Bloemen en Wouter Moonen, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is in het schooljaar 2020-2021 leerling in het tweede jaar van de derde graad ‘elektrische installaties’ (BSO) van Wico campus TIO te Neerpelt. De delibererende klassenraad kent verzoeker op het einde van het schooljaar een oriënteringsattest C toe. Verzoeker stelt hiertegen een beroep in bij het schoolbestuur. Op 24 augustus 2021 beslist de beroepscommissie om het C-attest te bevestigen. Van deze beslissing vordert verzoeker de nietigverklaring met een verzoekschrift dat hij op 21 oktober 2021 indient bij de Raad van State. IX-10.019-2/5 Op 1 februari 2022 beslist de beroepscommissie om de beroepen beslissing van 24 augustus 2021 in te trekken en bevestigt zij, na heroverweging, het C-attest. Dat is de thans bestreden beslissing, die met een 24 februari 2022 gedateerd en diezelfde dag aangetekend schrijven aan verzoeker ter kennis is gegeven. IV. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
- Volgens verzoeker is de uiterst dringende noodzakelijkheid om zijn vordering vóór alle andere te onderzoeken en om er onverwijld uitspraak over te doen “ongetwijfeld voorhanden”, omdat hij “huidig schooljaar zijn normale studieloopbaan niet kan vervolgen” en omdat hij “ook geen toegang krijgt tot de arbeidsmarkt op basis van het attest”. Verzoeker stelt “bovendien” dat hij “ook op elk ogenblik onmiddellijk gereageerd [heeft] om [zijn] rechten te laten gelden”. Een gewone schorsingsprocedure brengt volgens verzoeker geen baat, de leerachterstand is dan immers “onoverkomelijk”. IX-10.019-3/5
- Het betoog van verzoeker mist elke geloofwaardigheid, gelet op zijn proceshouding. Terwijl hij thans argumenteert geen leerachterstand te willen oplopen en toegang te willen krijgen tot de arbeidsmarkt met een diploma, heeft hij wel bijzonder lang stilgezeten om iets tegen zijn situatie te ondernemen. De beroepscommissie heeft immers een eerste keer op 24 augustus 2021 aan verzoeker een C-attest toegekend. De nadelen die verzoeker thans schetst, waren op dat ogenblik al apert. Verzoeker heeft die beslissing weliswaar bestreden met een annulatieberoep. Hij heeft daartoe echter de verjaringstermijn van zestig dagen bijna ten volle uitgeput en dit beroep ingesteld op 21 oktober
- Maar er is meer. De spoedeisendheid die hij thans aan zijn zaak toeschrijft, heeft verzoeker op geen enkel ogenblik ertoe gebracht – noch vóór, noch na het instellen van het eerste beroep – om de schorsing van de beslissing van 24 augustus 2021 te vorderen, laat staan bij uiterst dringende noodzakelijkheid. En ook van de huidige beslissing vordert hij pas na zestien dagen de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Die proceshouding is de negatie zelve van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Nog ten overvloede. Verzoeker weet, gelet op zijn uiteenzetting, dat een schorsingsarrest nog geen diploma waarborgt. De beroepscommissie zal zich in voorkomend geval moeten buigen over de zaak en na heroverweging een nieuwe beslissing nemen. In het beste geval mag verzoeker zich dan in de loop van de maand april aan een nieuwe beslissing verwachten. Als het hem erom te doen is het verlies van een schooljaar te voorkomen, valt niet in te zien hoe hij daarop nog mag hopen. In zijn verzoekschrift gaat verzoeker daar niet concreet op in. Als het hem erom te doen is meer kans te maken op de arbeidsmarkt, laat hij na ook maar enige toelichting te geven wat zijn huidige leer- of arbeidssituatie is en waarom een gewone schorsing daarvoor te laat zou zijn – nog daargelaten dat de zo-even IX-10.019-4/5 beschreven proceshouding ook voor dit aspect niet enkel de uiterst dringende noodzakelijkheid, maar zelfs de spoedeisendheid tegenspreekt. Verzoeker heeft immers zelf na 24 augustus 2021 alle tijd verspeeld om de nadelen die hij thans inroept, te keren.
- De besproken schorsingsvoorwaarde is niet vervuld, hetgeen volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.019-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.289 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.207 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.