← België

Arrest 253300 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.300 Rolnummer: A. 229124/X-17578 Zaak: Arrest 253300 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-25 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 06:31 Fiche Arrest nr 253.300 van 22 maart 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 253.300 van 22 maart 2022 in de zaak A. 229.124/X-17.578 In zake :

  1. Rafaël RABAEY
  2. Joseph BOONE
  3. Robert DEDECKERE
  4. Agnes RIVIÈRE
  5. Johan RAMON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
  6. de STAD GISTEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen
  7. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen
  8. het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  9. Het beroep, ingesteld op 14 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Gistel van 6 juni 2019 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘De Koolaerd’ definitief wordt vastgesteld (hierna: het bestreden gemeentelijk RUP). X-17.578-1/16 II. Verloop van de rechtspleging
  10. Bij arrest nr. 246.511 van 20 december 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De eerste en de tweede verwerende partij hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 december 2021 om 10.00 uur. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Dirk Van Heuven, die loco advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke verschijnt voor de eerste verwerende partij en advocaat Bram Van den Berghe, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. X-17.578-2/16 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  11. III. Feiten en juridisch kader
  12. Het plangebied van het bestreden gemeentelijk RUP ligt ten noorden van de Abdijstraat en ten westen van de Oostendse Baan te Gistel. Eerste tot vierde verzoekers wonen aan de noordelijke zijde van de Abdijstraat, binnen dit plangebied. Vijfde verzoeker is eigenaar van een aldaar gelegen woning. Het bij het koninklijk besluit van 26 januari 1977 vastgestelde gewestplan ‘Oostende-Middenkust’ bestemt het meergenoemde plangebied tot agrarisch gebied, met uitzondering van een kleine strook die als woongebied rood is ingekleurd. Ten noorden van het plangebied ligt een op- en afrittencomplex van de autosnelweg E
  13. Ten zuiden van de Abdijstraat toont hetzelfde gewestplan een paars ingekleurde zone voor milieubelastende industrieën die ter plaatse bekend staat als de site Konijnenbos (hierna: de bedrijfssite Konijnenbos). Zoals blijkt uit de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP bestaat het plangebied, achter de woningen aan de Abdijstraat, uit open ruimte met een biologisch zeer waardevolle veedrinkpoel en deels biologisch waardevol soortenrijk permanent cultuurgrasland met relicten van halfnatuurlijke graslanden. Ter verduidelijking is hierna een uittreksel uit het gewestplan opgenomen, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.578-3/16
  14. Bij ministerieel besluit van 22 juni 1994 wordt het bijzonder plan van aanleg (BPA) “De Koolaerd” van de stad Gistel goedgekeurd, waardoor het agrarisch gebied ten noorden van de Abdijstraat deels tot bedrijventerrein wordt herbestemd. Op vordering van eerste verzoeker, vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 57.035 van 14 december 1995 dit BPA, nadat de tenuitvoerlegging ervan was geschorst bij arrest nr. 53.047 van 27 april 1995, in essentie omdat het in de gegeven omstandigheden niet kon afwijken van de voorschriften van het gewestplan.
  15. Met een besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 wordt het gewestplan Oostende-Middenkust gedeeltelijk herzien en gewijzigd. Het agrarisch gebied ten noorden van de Abdijstraat wordt deels herbestemd tot lokaal bedrijventerrein met openbaar karakter “LO”. Met dit besluit wijkt de Vlaamse regering af van het advies van de Regionale Commissie van Advies, die meende dat de betrokken “LO”-zone geschrapt moest worden omdat “[de aan de noordzijde van de Abdijstraat gelegen] woonwijk tussen twee industriegebieden geprangd zal komen te liggen” en “de verdere verlinting van de Oostendse Baan een dringend te bevriezen ruimtelijke ontwikkeling [is]”. X-17.578-4/16 Ter verduidelijking is hierna een figuur opgenomen uit de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP, waarop deze gewestplanwijziging is weergegeven.
  16. Op vordering van eerste verzoeker, vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 119.341 van 14 mei 2003 de laatstgenoemde gewestplanwijziging, nadat de tenuitvoerlegging ervan was geschorst bij arrest nr. 112.132 van 31 oktober 2002, omdat het bestreden besluit op het eerste gezicht geen afdoende motieven bevat om af te wijken van het op zeer concrete en precieze redenen gesteunde advies van de Regionale Commissie van Advies om het kwestieuze lokaal bedrijventerrein te schrappen. 7.
  17. Op 4 september 2003 stelt de gemeenteraad van de gemeente Gistel haar gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) vast, dat op 29 januari 2004 voorwaardelijk wordt goedgekeurd door de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen. 7.
  18. In het informatieve deel van het GRS wordt het volgende gesteld: “Bedrijvenzone 1 Koolaerd Bedrijvenzone totale opp. 3,6 ha; opp. in gebruik 0,15 ha; beschikbare opp. 3,45ha De ruimte is in eigendom van twee bedrijven te Gistel: Viatra, een groothandel in vrachtwagens en Vanhee, een garagebedrijf. Het bedrijf Viatra situeert zich momenteel op twee verschillende locaties binnen de gemeente. Het bedrijf huurt de huidige locaties. Het bedrijf wenst X-17.578-5/16 haar activiteiten zo snel mogelijk te hergroeperen op een enkele locatie in functie van de rendabiliteit van het bedrijf in plaats van de huidige versnippering over de twee gehuurde locaties. Het bedrijf heeft momenteel 1,2 ha in gebruik. Bij herlocalisatie zou tegelijk een schaalvergroting worden gerealiseerd, die in de huidige situatie, op de huidige sites niet mogelijk is. Het bedrijf Vanhee beschikt ongeveer over 1 kleine ha van de totale oppervlakte. Het bedrijf situeert zich reeds op de site in kwestie en wenst aansluitend op de bestaande infrastructuur uit te breiden. De opvolging van het bedrijf is verzekerd (twee zonen, werkzaam in het bedrijf). Het bedrijf heeft de oppervlakte in eigendom nodig voor de eigen uitbreidingsbehoefte en wenst de ruimte volledig aan te wenden voor eigen gebruik. In praktijk is de resterende beschikbare oppervlakte nog zeer beperkt. Resterende beschikbare ruimte binnen bedrijvenzone 1: 0,45ha”. 7.
  19. In het bindend gedeelte van het GRS wordt het volgende gesteld: “Maatregelen en acties op te nemen in GRUP’s Nieuwe bedrijventerreinen: - Ontwikkelen van een globaal concept en inrichtingsplan voor de noordelijke uitbreiding van het bedrijventerrein Konijnenbos (de Koolaerd) waarbinnen een gefaseerd uitvoeringsplan wordt uitgewerkt. De eerste fase omvat de oppervlakte goedgekeurd in de laatste gewestplanwijziging en de oppervlakte die als ruilgebied wordt ingezet voor de gedeeltelijk te schrappen bedrijvenzone kanaal-oost. De tweede fase omvat de resterende oppervlakte, destijds voorzien in het BPA de Koolaerd. Belangrijk is dat het lokale karakter van het bedrijventerrein via het uit te werken uitvoeringsplan wordt ondersteund.”
  20. Bij besluit van 5 juni 2008 stelt de gemeenteraad van de stad Gistel het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘De Koolaerd’ definitief vast.
  21. Op vordering van onder meer eerste verzoeker, vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 207.184 van 2 september 2010 het laatstgenoemde gemeentelijk RUP, nadat de tenuitvoerlegging ervan was geschorst bij arrest nr. 199.137 van 21 december
  22. In het laatstgenoemde arrest overweegt de Raad van State onder meer: “Uit de gegevens van het dossier en uit de argumentatie van de eerste en de tweede verwerende partij blijkt dat de economische activiteiten van het X-17.578-6/16 bedrijf Viatra in beduidende mate internationaal zijn en dat de benodigde terreinoppervlakte op het lokale bedrijventerrein geraamd wordt tussen 23.357 m² en 24.372 m². […] In de bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt gesteld: ‘Belangrijk is dat het lokale karakter van het bedrijventerrein via het uit te werken uitvoeringsplan wordt ondersteund’. De vestiging van een bovenlokaal bedrijf in een lokaal bedrijventerrein strijdt op het eerste gezicht met deze bepaling, nu het bestreden plan aan het lokaal karakter van het bedrijventerrein moet bijdragen, veeleer dan er afbreuk aan te doen.”
  23. Bij de tweede gedeeltelijke herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen in december 2010 wordt te Gistel een “bijzonder economisch knooppunt” aangeduid, om het gebied tussen de bestaande bedrijfssite Konijnenbos en het op- en afrittencomplex van de autosnelweg een perspectief te geven als gemengd regionaal bedrijventerrein.
  24. Met een besluit van 13 juni 2013 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen een planologische delegatie aan de stad Gistel voor de herlocalisatie van regionale bedrijvigheid op de bedrijfssite Konijnenbos. 12.
  25. In 2017 wordt een nieuw voorontwerp van gemeentelijk RUP ‘De Koolaerd’ opgemaakt, waaromtrent de stad Gistel een screeningsnota over de mogelijke milieueffecten opstelt. 12.
  26. Zoals blijkt uit de screeningsnota, stelt de stad Gistel dat de nv Viatra – wier naam gewijzigd is in Vian – een regionaal bedrijf is. Daar de aanduiding van regionale bedrijventerrein een provinciale bevoegdheid is, zal zij gebruik maken van de door de deputatie verleende planologische delegatie om een herlocalisatie van dit bedrijf ten noorden van de Abdijstraat mogelijk te maken.
  27. Op 5 september 2017 beslist de dienst Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest, op basis van de screeningsnota, dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is. X-17.578-7/16 14.
  28. Op 4 oktober 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Gistel het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘De Koolaerd’ voorlopig vast. 14.
  29. Er wordt een meer dan één hectare grote “deelzone voor grotere bedrijfsentiteit” (paars gearceerd) voorzien voor “een te herlokaliseren bedrijf uit de zone Konijnenbos, namelijk het bedrijf Vian NV”. Daarbuiten is ongeveer drie hectare bestemd voor lokale bedrijvigheid (effen paars). 15.
  30. Van 22 oktober tot 20 december 2018 wordt over het ontwerp van gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. Onder meer verzoekers dienen een bezwaarschrift in. 15.
  31. In hun bezwaarschrift klagen verzoekers aan dat er geen actueel onderzoek is uitgevoerd naar de behoefte aan een nieuw lokaal bedrijventerrein. De plannende overheid heeft zich volgens verzoekers louter gesteund op het GRS uit
  32. Daarbij wijzen ze er op dat de nv Vian geen lokaal bedrijf is en dat de bedrijfssite Konijnenbos “een zeer grote leegstand bevat”.
  33. In haar zitting van 20 maart 2019 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Gistel (hierna: Gecoro) de ingediende bezwaarschriften en geeft zij advies. Over het in het vorige randnummer bedoelde bezwaar stelt de Gecoro: “Het GRS onderbouwt deugdelijk dat Gistel nood heeft aan bijkomende bedrijventerrein enerzijds voor de herlokalisatie van lokale zonevreemde bedrijven, en anderzijds voor de ontwikkeling van nieuwe lokale bedrijven. De zones bestemd voor bedrijvigheid in de gemeente zijn praktisch volledig ingenomen. Op dit ogenblik zijn er geen mogelijkheden om binnen de gemeente te herlokaliseren. […] Op [de bedrijfssite] Konijnenbos is er vandaag inderdaad recent wat verspreide leegstand, maar zeker niet van zo’n grote oppervlakte om de ruime noodzaak voor lokale bedrijvigheid op te vangen en voldoende voor de ruimtelijke noodzaak tot hervestiging van NV Vian op één groot X-17.578-8/16 aaneengesloten terrein. Het feit dat er vandaag enkele faillissementen zijn in [de bedrijfssite] Konijnenbos toont alvast niet aan dat de in het [GRS] opgenomen planlocatie onwettig is. […] Dat er behoefte is aan [een] lokaal bedrijventerrein, blijkt […] duidelijk uit het GRS Gistel. De behoefteraming voor Gistel is gemaakt in het kader van het GRS volgens de methodiek aangegeven in het PRS. Die is deugdelijk. Er is nog altijd nood aan een lokaalbedrijventerrein voor [de] vestiging [van] nieuwe lokale bedrijven. Op de bestaande bedrijventerreinen is geen voldoende ruimte meer voor lokale bedrijven […]. De raming werd in het kader van dit gemeentelijk RUP geactualiseerd en verfijnd. Dat er (vandaag) beperkte leegstand en recente faillissementen zijn in [de bedrijfssite] Konijnenbos maakt de legitiem vastgestelde planlocatie in [het] GRS niet ongeldig […].” 17.
  34. Bij besluit van 6 juni 2019 stelt de gemeenteraad van de stad Gistel het gemeentelijk RUP ‘De Koolaerd’ definitief vast. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 juli
  35. 17.
  36. In het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van wat in randnummer 14.2 is vermeld. Ter verduidelijking wordt hierna het bij het bestreden gemeentelijk RUP horende grafische plan afgebeeld, waarop nadere aanduidingen zijn aangebracht. X-17.578-9/16 IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 18.
  37. Het eerste middel is genomen uit onder meer de schending van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 18.
  38. Verzoekers wijzen er op dat zij in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift hebben aangevoerd dat er geen actuele behoefteberekening voor het lokale bedrijventerrein voorligt. Er is zonder meer verwezen naar het GRS, dat ondertussen vijftien jaar oud is. Zonder verder onderzoek wordt, enkel en alleen op basis van het GRS – dat reeds dateert van 2004 – gesteld dat het deugdelijk onderbouwd zou zijn dat de stad Gistel nood heeft aan een bijkomend lokaal bedrijventerrein. Dat die voorgehouden behoefte actueel zou zijn, blijkt niet. Verzoekers vervolgen dat er zonder enig motief niet is ingegaan op het voorstel van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest om – in de plaats van voor lokale bedrijven bijkomende terreinen aan te snijden – in te zetten op de activering van de leegstand in de bedrijfssite Konijnenbos. Na vijftien jaar, zonder actuele behoefteberekening, nog steeds vasthouden aan de keuzes uit het GRS tart elke redelijkheid. 19.
  39. In haar memorie van antwoord voert de eerste verwerende partij als exceptie aan dat het middel onontvankelijk is omdat verzoekers tekort zijn geschoten in hun stelplicht om een voldoende en duidelijke omschrijving te geven van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop deze rechtsregel wordt geschonden. Het middel is immers een aaneenschakeling van losse zinnen en woorden, waarbij met verschillende lettertypes wordt gewerkt en waarbij het geenszins duidelijk is wat nu precies waarmee wordt bedoeld, of waar bijvoorbeeld welk citaat eindigt. X-17.578-10/16 19.
  40. Ten gronde stelt de eerste verwerende partij in haar memorie van antwoord dat het argument als zou de behoefteberekening niet langer actueel zijn, geen hout snijdt. Zij merkt op dat het bestreden gemeentelijk RUP een invulling geeft aan de behoefte die reeds in de periode 1992-2007 bestond. Deze behoefte is daarbij sindsdien niet gewijzigd. De verzoekende partijen lijken er zonder meer van uit te gaan dat de behoefte uit het GRS, opgemaakt in 2004, niet langer actueel zou zijn, maar laten daarbij volledig na om dit argument te onderbouwen. De toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP stelt letterlijk dat er bovenop en bijkomend aan de geplande ruimte voor lokale bedrijvigheid nog extra ruimte kan worden voorzien, maar dat daarvoor een nieuwe behoefteberekening moet worden gemaakt. Een nieuwe behoefteberekening is derhalve op dit eigenste moment niet aan de orde en de eerste verwerende partij heeft geoordeeld dat de vorige behoefteberekening nog voor het bestreden gemeentelijk RUP kan worden gebruikt. Het is aan verzoekers om het tegendeel aan te tonen. Zonder meer stellen dat de behoefteberekening ‘niet meer actueel is’, kan volgens de eerste verwerende partij een gebeurlijke vernietiging niet schragen. Vervolgens leidt de eerste verwerende partij uit de rechtspraak van de Raad van State af dat de niet-tijdige herziening van een GRS niet automatisch leidt tot de achterhaaldheid van de inhoud van dat GRS. Het GRS van de stad Gistel blijft in elk geval van kracht tot het wordt vervangen door een nieuw beleidsplan. Tot slot benadrukt de eerste verwerende partij dat het allerminst kennelijk onredelijk is dat zij uitvoering geeft aan haar eerder in het GRS opgestelde beleidsvisie, waarbij zij opmerkt dat “het gebrek aan ‘actualiteit’ dat de verzoekende partijen aanvoeren daarbij deels is ingegeven door de jarenlange procedures die door omwonenden worden gevoerd”. 20.
  41. In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat uit de bindende bepalingen van het GRS blijkt dat het bedrijventerrein Koolaerd exclusief bedoeld is voor lokale bedrijven. De nv Vian is géén lokaal bedrijf en de mogelijkheid dat dit bedrijf zou herlokaliseren toont geenszins enige nood aan bijkomende ruimte voor lokale bedrijven aan. X-17.578-11/16 20.
  42. Tot slot insisteren verzoekers in hun memorie van wederantwoord dat hun bezwaar dat er geen actuele behoefteberekening voor het lokale bedrijventerrein voorligt, niet op een afdoende wijze – aan de hand van concrete feitelijke gegevens – is beantwoord. Beoordeling
  43. In het besproken middelonderdeel zetten verzoekers voldoende duidelijk uiteen dat de aangevoerde rechtsbeginselen geschonden werden omdat er geen actuele behoefteberekening voor een bijkomend lokaal bedrijventerrein is uitgevoerd en omdat hun tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaar daaromtrent niet-afdoende is weerlegd. De door de eerste verwerende partij aangehaalde omstandigheden (randnr. 19.1) maken het middelonderdeel niet onontvankelijk. Haar exceptie wordt dan ook verworpen.
  44. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen. Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het redelijkheidsbeginsel is geschonden indien de overheid een beslissing neemt die dermate afwijkt van een normaal beslissingspatroon, dat niet valt in te zien dat een zorgvuldig handelende overheid in dezelfde omstandigheden tot deze besluitvorming zou komen. X-17.578-12/16 Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
  45. Voor het bestreden gemeentelijk RUP heeft de eerste verwerende partij zich, zoals zij in haar memorie van antwoord stelt, gesteund op de in het GRS gedane behoefteberekening voor het kwestieuze lokale bedrijventerrein.
  46. Uit het informatief deel van het GRS uit 2004 (randnr. 7.2) blijkt dat toentertijd drie hectare van het kwestieuze lokale bedrijventerrein verantwoord zijn door de ruimtebehoefte van twee bedrijven, te weten het bedrijf Viatra en het garagebedrijf Vanhee. Daar de nv Vian (voorheen nv Viatra) een bovenlokaal bedrijf is, mag de ruimtebehoefte van dit bedrijf – anders dan destijds in het GRS is aangenomen – niet in aanmerking worden genomen ter verantwoording van de ruimtebehoefte voor lokale bedrijven. Voorts blijkt uit de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP dat het garagebedrijf Vanhee, na een bevel van de rechter daartoe, alle activiteiten tien jaar geleden heeft stopgezet.
  47. In de voornoemde omstandigheden kon van een zorgvuldig plannende overheid worden verwacht dat ze anno 2019 een nieuwe behoefteberekening voor het lokale bedrijventerrein opmaakt. Dit klemt des te meer nu – hoewel overeenkomstig artikel 35, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 ‘houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening’ een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan om de vijf jaar moet worden herzien – de eerste verwerende partij in een tijdspanne van vijftien jaar nagelaten heeft haar GRS uit 2004 te herzien. X-17.578-13/16
  48. Daar er voor het kwestieuze lokale bedrijventerrein geen nieuwe – van na 2004 daterende – behoefteberekening voorligt, moet – met verzoekers – worden vastgesteld dat dit aspect van het dossier niet deugdelijk is geïnventariseerd en gecontroleerd. In dat licht moet ook worden vastgesteld dat niet blijkt dat de Gecoro (randnr. 16) verzoekers’ bezwaar dienaangaande met gepaste zorgvuldigheid heeft onderzocht. Aan de voornoemde vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door de beweringen in de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij dat “het gebrek aan ‘actualiteit’ […] deels is ingegeven door de jarenlange procedures die door omwonenden worden gevoerd”, dat de behoefte aan het lokale bedrijventerrein reeds in de periode 1992-2007 bestond en dat deze behoefte sindsdien niet gewijzigd is. Dat het GRS van de stad Gistel van kracht blijft tot het wordt vervangen door een nieuw beleidsplan is juist, maar dit maakt de hiervoor vastgestelde onwettigheden niet goed.
  49. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. Dit volstaat ter vernietiging van het door de eerste verwerende partij vastgestelde bestreden gemeentelijk RUP. V. Kosten
  50. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de eerste verwerende partij te leggen, met inbegrip van de door de verzoekers gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding. Anders dan verzoekers, is de tweede verwerende partij niet te beschouwen als een “in het gelijk gestelde partij”, zodat ze geen aanspraak kan maken op een rechtsplegingsvergoeding.
  51. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § X-17.578-14/16 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  52. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
  53. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Gistel van 6 juni 2019 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘De Koolaerd’ definitief wordt vastgesteld.
  54. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  55. De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 2000 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 160 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. X-17.578-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.578-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.300 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.511 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.