← België

Arrest 253334 - Overheidsopdrachten - 24/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.334 Rolnummer: A. 233932/XII-9102 Zaak: Arrest 253334 - Overheidsopdrachten - 24/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-29 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:33 Fiche Arrest nr 253.334 van 24 maart 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.334 van 24 maart 2022 in de zaak A. é.932/XII-9102 In zake: de BV J. DE WIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen-Berchem Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN TEMSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 22 juni 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 21 mei 2021 van het vast bureau van het OCMW Temse waarbij wordt beslist de opdracht voor werken met als voorwerp “Uitbreiding WZC De Reiger te Temse – Perceel nr. 03 : Fase 2 en 3 – Buitenschrijnwerk”, voorwerp van bijzonder bestek nr. I1128-1042.03, te gunnen aan de nv Strabag Belgium. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 251.278 van 15 juli 2021 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing XII-9102- 1/3 van 21 mei 2021 van het vast bureau van het OCMW Temse waarbij wordt beslist de opdracht voor werken met als voorwerp “Uitbreiding WZC De Reiger te Temse – Perceel nr. 03 : Fase 2 en 3 – Buitenschrijnwerk”, voorwerp van bijzonder bestek nr. I1128-1042.03, te gunnen aan de nv Strabag Belgium. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIde kamer bij beschikking van 31 januari 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 maart
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Opheffing van de schorsing
  5. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
  6. Met een brief van 11 februari 2022 bezorgt de verwerende partij overigens een beslissing van het vast bureau van het OCMW van Temse van 4 augustus 2021 waarbij zij de bestreden beslissing heeft ingetrokken. XII-9102- 2/3 IV. Kosten
  7. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verzoekende partij in haar verzoekschrift gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  8. De Raad van State heft de bij arrest nr. 251.278 van 15 juli 2021 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9102- 3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.334 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.278 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.