← België

Arrest 253335 - Overheidsopdrachten - 24/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.335 Rolnummer: A. 230437/XII-8885 Zaak: Arrest 253335 - Overheidsopdrachten - 24/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-29 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 06:33 Fiche Arrest nr 253.335 van 24 maart 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.335 van 24 maart 2022 in de zaak A. 230.437/XII-8885 In zake: de NV CITYD-WES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inke Dedecker kantoor houdend te 3500 Hasselt Spoorwegstraat 105 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD DIKSMUIDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27 B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV ADVIESBUREAU MARKETING EN ONDERZOEK (ABM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf kantoor houdend te 9000 Gent Fortlaan 95 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 26 maart 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van 10 maart 2020 van [het college van burgemeester en schepenen van XII-8885- 1/4 de stad Diksmuide] waarbij de overheidsopdracht met besteknummer 2019-139 – ‘Opmaken en implementeren detailhandelsvisie en uitvoeren centrummanagement’ wordt gegund aan een andere inschrijver dan [de nv CityD- Wes]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 247.438 van 23 april 2020 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Diksmuide van 10 maart 2020 om de opdracht “Opmaken en implementeren detailhandelsvisie en uitvoeren van centrummanagement” te gunnen aan de bv AdviesBureau Marketing en Onderzoek. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIde kamer bij beschikking van 31 januari 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 maart
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. XII-8885- 2/4 III. Opheffing van de schorsing
  5. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
  6. Met een schrijven van 30 april 2020 deelt de verwerende partij overigens mee dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Diksmuide de bestreden beslissing op 28 april 2020 heeft ingetrokken. IV. Kosten
  7. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding, ten laste te leggen van de verwerende partij. De verzoekende partij vraagt in haar verzoekschrift een rechtsplegingsvergoeding van 2800 euro maar voert geen omstandigheden aan die het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding die hoger is dan het door artikel 67, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit van de Regent vastgestelde basisbedrag van 700 euro verantwoorden. BESLISSING
  8. De Raad van State heft de bij arrest nr. 247.438 van 23 april 2020 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van XII-8885- 3/4 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-8885- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.335 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.438 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.