← België

Arrest 253352 - Media - 24/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.352 Rolnummer: A. 230534/IX-9695 Zaak: Arrest 253352 - Media - 24/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-04 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 06:34 Fiche Arrest nr 253.352 van 24 maart 2022 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 253.352 van 24 maart 2022 in de zaak A. 230.534/IX-9695 In zake: de NV NORKRING BELGIË bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Erik Valgaeren en Niels Tack kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV ON TOWER NETHERLANDS 6 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 maart 2020, strekt tot de nietigverklaring van beslissing 2019/043 van de algemene kamer van de Vlaamse Regulator voor de Media van 9 december
  2. IX-9695-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De bv On Tower Netherlands 6 heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 1 september
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 maart
  5. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Niels Tack, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. IX-9695-2/6 III. Feiten 3.
  7. Het besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 ‘houdende de vaststelling van het digitaal frequentieplan voor aanbieders van radio- en televisieomroepnetwerken’ legt, ter uitvoering van de toentertijd op 4 maart 2005 gecoördineerde decreten ‘betreffende de radio-omroep en de televisie’ onder meer een frequentiekanaal 10 vast, met als theoretisch beoogd gebied het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Op 22 juni 2009 beslist de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) om een licentie voor het aanbieden van een televisieomroepnetwerk, zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse regering van 17 oktober 2008 ‘houdende de vastlegging van de pakketten van digitale frequenties die zullen worden vrijgegeven tijdens een eerste vergelijkende toets voor het verkrijgen van vergunning voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijhorende zendvergunningen’, voor een termijn van vijftien jaar toe te kennen aan de – enige – kandidaat, die voldoet aan de gestelde ontvankelijkheidsvoorwaarden, namelijk verzoekster. Het betreft pakket 7, namelijk het voormelde frequentiekanaal 10 in frequentieband III (174-230 MHz), met als theoretisch beoogd gebied het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel- Hoofdstad. 3.
  8. Bij besluit 2019/015 van 29 april 2019 stelt de VRM in hoofde van verzoekster een inbreuk vast op artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2008 ‘betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunning’ (“procedurebesluit”), omdat “de licentie voor het aanbieden van een televisieomroepnetwerk voor wat betreft frequentiekanaal 10 niet in gebruik is IX-9695-3/6 genomen en dat er reeds meer dan twee jaar verstreken is na het verwerven van de licentie”. Overeenkomstig artikel 29, tweede lid, van het procedurebesluit stelt de VRM verzoekster in gebreke om de toestand uiterlijk op 30 september 2019 te regulariseren door aan alle voorschriften te voldoen. 3.
  9. Bij beslissing 2019/043 van 9 december 2019 stelt de VRM opnieuw een inbreuk vast op artikel 28 van het procedurebesluit, omdat “de licentie voor het aanbieden van een televisieomroepnetwerk voor wat betreft frequentiekanaal 10, niet in gebruik is genomen door via één zendlocatie met een zendbereik van maximaal zestig kilometer uit te zenden, terwijl er reeds meer dan twee jaar verstreken is na het verwerven van de licentie”. Verzoekster krijgt een nieuwe termijn, tot 31 juli 2020, om de toestand te regulariseren door aan alle voorschriften te voldoen. Dat is de bestreden beslissing. 3.
  10. Bij beslissing 2021/001 van 11 januari 2021 stelt de verwerende partij nogmaals een inbreuk vast op artikel 28 van het procedurebesluit, waarbij zij ditmaal de licentie van verzoekster voor het aanbieden van een televisieomroepnetwerk, voor wat betreft pakket 7/frequentiekanaal 10 intrekt. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  11. Ambtshalve moet worden opgeworpen dat de licentie van verzoekster bij beslissing 2021/001 van 11 januari 2021 is ingetrokken door de verwerende partij. Het beroep tot nietigverklaring van deze beslissing is door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 253.351 van heden, zodat die intrekking definitief en onaantastbaar is. IX-9695-4/6 Nu verzoekster niet langer een licentiehouder is, heeft zij niet langer het vereiste belang bij huidig beroep. Verzoekster, die deze exceptie al mocht lezen in het auditoraatsverslag, weerspreekt zulks terecht niet in haar laatste memorie.
  12. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-9695-5/6 Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9695-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.352 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.