← België

Arrest 253355 - Examens (onderwijs) - 24/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.355 Rolnummer: A. 234530/IX-9941 Zaak: Arrest 253355 - Examens (onderwijs) - 24/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-04 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 06:34 Fiche Arrest nr 253.355 van 24 maart 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.355 van 24 maart 2022 in de zaak A. 234.530/IX-9941 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte Lerat kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Grote Markt 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW KATHOLIEK ONDERWIJS VILVOORDE-MACHELEN-DIEGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieterjan Osaer kantoor houdend te 3010 Leuven Diestsesteenweg 52/0302 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 september 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Katholiek Onderwijs Vilvoorde-Machelen-Diegem van 25 augustus 2021 waarbij aan XXXX een oriënteringsattest C wordt gegeven. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 252.337 van 7 december 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. IX-9941-1/3 Het genoemde arrest is op 16 december 2021 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 8 februari 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IX-9941-2/3 BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9941-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.355 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.337 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.