← België

Arrest 253370 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.370 Rolnummer: A. 227378/XIV-37942 Zaak: Arrest 253370 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-06 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 06:35 Fiche Arrest nr 253.370 van 25 maart 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 253.370 van 25 maart 2022 in de zaak A. 227.378/XIV-37.942 In zake : de VZW HET NEUTRAAL SYNDICAAT VOOR ZELFSTANDIGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gauthier Van Thuyne kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 268A bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christian Bayart kantoor houdend te 2600 Antwerpen Uitbreidingsstraat 72/b3 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ivan Ficher kantoor houdend te 1030 Brussel A. Reyerslaan 110 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :

  1. de VZW UNIE VAN ZELFSTANDIGEONDERNEMERS (UNIZO) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Pertry en Bart Martel kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de ASBL UNION DES CLASSES MOYENNES NATIONAL (U.C.M.) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pierre Joassart kantoor houdend te 1040 Brussel Belliardstraat 40 bij wie woonplaats wordt gekozen XIV-37.942-1/9
  3. de HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willy Van Eeckhoutte kantoor houdend te 9051 Gent Driekoningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 8 februari 2019, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 18 november 2018 ‘tot benoeming van de leden van de Nationale Arbeidsraad’. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 245.344 van 3 september 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De vzw UNIZO (hierna: de eerste tussenkomende partij), de asbl U.C.M. National (hierna: de tweede tussenkomende partij) en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen (hierna: de Hoge Raad die de derde tussenkomende partij is), hebben elk een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 3 december
  6. De tussenkomende partijen hebben elk een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. XIV-37.942-2/9 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij, de eerste en de tweede tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 december 2021 om 14.00 uur. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Franceus, die loco advocaten Christian Bayart en Gauthier Van Thuyne verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Ivan Fischer, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Véronique Pertry, die (mede) loco advocaat Bart Martel verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, advocaten Yasmine Van Der Sype en Julie Paternostre, die loco advocaat Pierre Joassart verschijnen voor de tweede tussenkomende partij en advocaat Hannes Delagrange, die loco advocaat Willy Van Eeckhoutte verschijnt voor de derde tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De feiten zijn weergegeven bij tussenarrest nr. 245.344 van 3 september
  9. Er wordt naar verwezen. XIV-37.942-3/9 3.
  10. In de zaak bij de Raad van State gekend onder het rolnummer A. 225.297/XIV-37.729 wordt de aan het bestreden benoemingsbesluit voorafgaande voordracht van de kandidaten, waartoe op 27 maart 2018 door de algemene vergadering van de Hoge Raad is beslist, aangevochten met een schorsings- en vernietigingsberoep. Bij zijn arrest nr. 242.935 van 14 november 2018 heeft de Raad van State de vordering tot schorsing in die zaak verworpen. Over het beroep tot vernietiging in die zaak wordt uitspraak gedaan op dezelfde dag als over het voorliggende beroep. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie wegens gebrek aan belang
  11. In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij aan, en zij volhardt daarin in haar laatste memorie, dat de verzoekende partij het vereiste belang bij het voorliggende beroep ontbeert. De verwerende partij stelt dat zelfs indien het bestreden benoemingsbesluit zou worden vernietigd, de voordracht van de Hoge Raad waarbij deze geen leden van de verzoekende partij voordraagt voor benoeming in de Nationale Arbeidsraad, blijft gelden “minstens tot de uitkomst van de annulatieprocedure in de zaak A. 225.297/XIV-37.729” (cfr. supra punt 3.2). Als die voordrachtakte stand houdt, zal de verzoekende partij het door haar nagestreefde voordeel – met name voor de vier komende jaren vertegenwoordigd zijn in de Nationale Arbeidsraad – niet kunnen bekomen. De verzoekende partij brengt geen enkel element bij dat zou aantonen dat ze ingevolge een vernietiging automatisch plots wel betrokken zou zijn in het overleg binnen de Nationale Arbeidsraad. Bij gebrek aan enig voordeel bij de vernietiging van de bestreden beslissing heeft de verzoekende partij derhalve geen belang bij het voorliggende annulatieberoep.
  12. In haar memorie van wederantwoord repliceert de verzoekende partij dat zij ingevolge de bestreden beslissing gedurende vier jaar niet wordt XIV-37.942-4/9 vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad en dat, omwille van het grote belang van deelname aan het overleg binnen de Nationale Arbeidsraad, de bestreden beslissing wel degelijk rechtstreekse nadelige gevolgen heeft voor haar. De verzoekende partij wordt van dit overleg “volledig uitgesloten”. Volgens haar kan haar belang bij het voorliggende vernietigingsberoep “moeilijk geloofwaardig in vraag worden gesteld”. Vernietiging van het koninklijk benoemingsbesluit is noodzakelijk wil de verzoekende partij nog een kans maken om door middel van een correcte benoemingsprocedure in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigd te zijn. De verzoekende partij merkt nog op dat zij ook een vernietigingsberoep heeft ingesteld tegen de beslissing tot voordracht door de Hoge Raad om haar rechten te vrijwaren. Beoordeling
  13. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk XIV-37.942-5/9 elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punten B.11.
  14. en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3; GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.9.3.; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, punten 42 e.v.).
  15. In haar inleidend verzoekschrift, wat zij herhaalt in haar memorie van wederantwoord, situeert de verzoekende partij haar belang bij het voorliggende beroep in het gegeven dat zij door de bestreden beslissing die is genomen “op basis van een onwettige voordracht door de Hoge Raad” gedurende vier jaren uitgesloten zal zijn van deelname aan het overleg binnen de Nationale Arbeidsraad. Zij heeft aldus de contouren van haar belang beschreven. De verzoekende partij gaat met haar repliek in haar memorie van wederantwoord voorbij aan de kern van de door de verwerende partij opgeworpen exceptie, met name welke de impact is op het bestreden benoemingsbesluit van het definitief worden van de in de zaak A. 225.297/XIV-37.729 bestreden voordrachtbeslissing van de Hoge Raad wanneer de Raad van State het vernietigingsberoep tegen die laatste beslissing verwerpt. De verwerende partij wijst er in haar memorie van antwoord immers op dat met die voordrachtbeslissing geen leden van de verzoekende partij worden voorgedragen om te zetelen in de Nationale Arbeidsraad, terwijl een benoeming door de Koning in de Nationale Arbeidsraad krachtens de toepasselijke regelgeving enkel kan op voordracht van de Hoge Raad, zodat in het geval van het definitief worden van de door de Hoge Raad genomen voordrachtbeslissing de verzoekende partij het door haar met het voorliggende annulatieberoep nagestreefde voordeel niet kan bekomen. XIV-37.942-6/9
  16. Hoewel de verzoekende partij ook in het auditoraatsverslag heeft kunnen lezen dat de door de verwerende partij aangevoerde exceptie inderdaad “verband [houdt] met de grond van de zaak 225.297/XIV-37.729”, gaat zij in haar laatste memorie opnieuw voorbij aan de door de verwerende partij opgeworpen exceptie. Zij verzuimt daarop inhoudelijk te reageren. In het auditoraatsverslag in de zaak A. 225.297/XIV-37.729 dat gelijktijdig met het verslag in deze zaak is neergelegd en waarvan de verzoekende partij kennis heeft kunnen nemen, wordt nochtans voorgesteld – zodat zij met die hypothese rekening kon houden – om het door de verzoekende partij in de zaak A. 225.297/XIV-37.729 ingediende vernietigingsberoep tegen de voordrachtbeslissing te verwerpen omwille van de ongegrondheid van de in die zaak aangevoerde middelen die dezelfde zijn als deze gericht tegen de thans bestreden beslissing. Met zijn arrest van heden in de zaak A. 225.297/XIV-37.729 verwerpt de Raad van State het door de verzoekende partij ingediende beroep tot vernietiging van de beslissing van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen van 27 maart 2018 tot voordracht van kandidaten voor benoeming in de Nationale Arbeidsraad waardoor de voordracht definitief is geworden. Artikel 2, § 2 iuncto § 3, van de wet van 29 mei 1952 ‘tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad’ voorziet erin dat de leden die de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen vertegenwoordigen, door de Koning worden gekozen op voordracht van de Hoge Raad voor de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van de wet van 24 april 2014 ‘betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo’s’ maakt de Hoge Raad een dubbele lijst op van de kandidaten waaruit de gewone en plaatsvervangende leden worden aangewezen die tot taak hebben in de Nationale Arbeidsraad de activiteitssectoren te vertegenwoordigen welke in zijn midden en bij die raad zijn vertegenwoordigd. De appreciatiemarge die de Koning rest, is beperkt. De Koning kan geen kandidaten benoemen die niet zijn voorgedragen door de Hoge Raad. XIV-37.942-7/9 Hieruit volgt dat de (niet-)voordracht onmiddellijke rechtsge- volgen heeft voor een organisatie, zoals de verzoekende partij, wier kandidatuur onvoldoende stemmen achter zich krijgt om te worden voorgedragen door de Hoge Raad en aldus niet meer in aanmerking kan komen voor benoeming door de Koning. De voordracht overstijgt derhalve het (louter) voorbereidend karakter en komt voor als een definitieve griefhoudende (vóór)beslissing ten aanzien van de niet voorgedragen kandidaat-organisatie, zoals de verzoekende partij. Het door de verzoekende partij ingeroepen nadeel van uitgesloten te zijn van het overleg in de Nationale Arbeidsraad heeft zich dan ook gemanifesteerd op het niveau van de bestreden voordracht: het vernietigingsberoep daartegen is thans verworpen en die voordracht is derhalve definitief.
  17. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-37.942-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-37.942-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.370 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.344 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.