← België

Arrest 253395 - Overheidsopdrachten - 29/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.395 Rolnummer: A. 233546/XII-9081 Zaak: Arrest 253395 - Overheidsopdrachten - 29/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-05 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-14 02:44 Fiche Arrest nr 253.395 van 29 maart 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.395 van 29 maart 2022 in de zaak A. é.546/XII-9081 In zake: de NV ALGEMENE ELECTRISCHE ONDERNEMINGEN KAMIEL VERSTRAETE EN ZOON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Robert Volckaert en Francis Volckaert kantoor houdend te 8400 Oostende Elisabethlaan 25/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD KORTRIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Fien Duymelinck kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 30 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de stad Kortrijk dd. 12.04.2021, houdende gunning van de aannemingsopdracht […] betreffende Sportpark Wembley – heraanleg atletiekpiste: uitvoering technieken, dossiernummer 2020/2274 […] aan de economisch meest voordelige bieder, Vensol Electrical Solutions bv”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 250.682 van 26 mei 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. XII-9081-1/4 Het genoemde arrest is op 1 juni 2021 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 28 januari 2022 en 19 januari 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
  5. Bij het arrest nr. 250.682 van 26 mei 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. XII-9081-2/4 Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Met een brief van 25 januari 2022 meldt de verwerende partij dat “een minnelijke schikking werd bereikt tussen partijen, waarbij een schadevergoeding werd overeengekomen tot slot van alle rekeningen, hetgeen betekent dat de zaak kan doorgehaald worden”. Met een brief van 28 januari 2022 bevestigt de verzoekende partij de inhoud van de brief van 25 januari 2022 van de verwerende partij. De mededeling in de laatstgenoemde brief van de verzoekende partij moet in de gegeven omstandigheden beschouwd worden als een afstand van haar beroep ten gevolge van een minnelijke schikking tussen de partijen.
  7. Bij gebreke van voortzetting van de procedure tot nietigverklaring dient, overeenkomstig artikel 14, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de uitgesproken schorsing te worden opgeheven. IV. Kosten
  8. Bij gebreke van verzoek van de verwerende partij tot voortzetting van de rechtspleging dienen de kosten van het geding, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, ten laste van de verwerende partij te worden gelegd. In de gegeven omstandigheden is er geen aanleiding om aan de ene of de andere partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. XII-9081-3/4 BESLISSING
  9. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  10. De schorsing bevolen bij arrest nr. 250.682 van 26 mei 2021 wordt opgeheven.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9081-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.395 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.682 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.