← België

Arrest 253416 - Wegverkeer van goederen - 30/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.416 Rolnummer: A. 233716/XII-9089 Zaak: Arrest 253416 - Wegverkeer van goederen - 30/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-06 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-14 02:44 Fiche Arrest nr 253.416 van 30 maart 2022 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.416 van 30 maart 2022 in de zaak A. é.716/XII-9089 In zake:

  1. Nabil MADRANE wonende te 1080 Sint-Jans-Molenbeek Piersstraat 116
  2. de BV FM TRANS gevestigd te 1080 Sint-Jans-Molenbeek Piersstraat 116 tegen: het VLAAMSE GEWEST woonplaats kiezend bij het Agentschap Wegen en Verkeer Afdeling Planning en Coördinatie t.a.v. Ethel Claeyssens gevestigd te 1000 Brussel Koning Albert II-laan 20, bus 4 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 21 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing, in graad van beroep gewezen op 23 maart 2021 door de administrateur-generaal van het Agentschap Wegen en Verkeer, waarbij het beroep van beide verzoekers tegen de beslissing van 29 oktober 2020, genomen door de wegeninspecteur-controleur van het Agentschap Wegen en Verkeer, houdende oplegging van een administratieve geldboete van 6.000,00 euro, wordt verworpen, en waarbij aan eerste verzoeker een administratieve geldboete van 6.000,00 euro wordt opgelegd, terwijl tweede verzoekster burgerrechtelijk aansprakelijk wordt verklaard voor de betaling van deze administratieve geldboete”. XII-9089-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 15 september
  5. Op respectievelijk 21 december 2021 en 20 december 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. XII-9089-2/3 De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  8. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig maart tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9089-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.