← België

Arrest 253450 - Onteigeningen - 01/04/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.450 Rolnummer: A. 233880/X-17954 Zaak: Arrest 253450 - Onteigeningen - 01/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-08 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 06:38 Fiche Arrest nr 253.450 van 1 april 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Beroep als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 253.450 van 1 april 2022 in de zaak A. é.880/X-17.954 In zake: de BVBA FREEWAY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 Heers Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. het VLAAMSE GEWEST
  2. de PROVINCIALE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 3 juni 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen van 26 januari 2021 houdende machtiging aan de provinciale ontwikkelingsmaatschappij Limburg tot onteigening van onroerende goederen gelegen te Maasmechelen met het oog op de realisatie van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening kleinstedelijk gebied Maasmechelen’. X-17.954-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 251.716 van 1 oktober 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Op 20 december 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 februari
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gerald Kindermans, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Nick Parthoens, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. X-17.954-2/6 III. Niet-betaling van de kosten
  7. Overeenkomstig artikel 70, § 1, eerste lid, 2°, van het algemeen procedurereglement geeft het instellen van een beroep tot nietigverklaring aanleiding tot de betaling van een rolrecht van 200 euro. Volgens artikel 66, 6°, van hetzelfde besluit omvatten de kosten ook “de bijdrage bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’. Gelet op artikel 71, eerste en tweede lid, van het algemeen procedurereglement moeten het rolrecht en de bijdrage worden gekweten door middel van een overschrijving of een storting op de in die bepaling genoemde bankrekening, geopend bij de dienst die binnen de federale overheidsdienst Financiën is aangewezen als bevoegd om de rechten en de bijdrage die betaald moeten worden in het kader van een voor de Raad van State ingediende procedure te innen, en zendt de hoofdgriffier daartoe aan de schuldenaar een overschrijvingsformulier dat een gestructureerde mededeling bevat die het mogelijk maakt om de te verrichten betaling in verband te brengen met de proceshandeling waarop ze betrekking heeft. Artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het ingestelde beroep van de rol zal worden geschrapt.
  8. Door de hoofdgriffier is op 11 oktober 2021 aan verzoekster meegedeeld dat zij, na de verwerping van haar vordering tot schorsing, over een termijn van dertig dagen beschikt om een verzoek tot voortzetting in te dienen, dat dit verzoek overeenkomstig artikelen 66, 6°, en 70 van het algemeen procedurereglement aanleiding geeft tot de betaling van een bijdrage van 20 euro en een recht van 200 euro, en dat die bedragen door de griffie gevorderd zullen worden na ontvangst van het verzoek tot voortzetting. X-17.954-3/6 Vervolgens is door de hoofdgriffier op 28 oktober 2021 aan verzoekster de mededeling betekend dat haar vordering tot voortzetting van de procedure goed ontvangen is en dat dit aanleiding geeft tot de betaling van een bijdrage van 20 euro en een recht van 200 euro, “[t]otaal te betalen: 220 €”. Toegevoegd werd dat indien de rekening waarop betaald moet worden niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement, dan zal worden meegedeeld dat de kamer de vordering of het beroep als niet verricht zal beschouwen of van de rol zal schrappen. Verzoekster heeft de betrokken bankrekening op 24 november 2019 gecrediteerd ten bedrage van 200 euro. Nadat haar werd gemeld dat de rekening niet voldoende werd gecrediteerd binnen de termijn van dertig dagen na ontvangst van het overschrijvingsformulier, crediteert verzoekster alsnog de rekening met bijkomend 20 euro.
  9. Zoals al bij herhaling geoordeeld, laatst nog in arrest nr. 252.172 van 19 november 2021, zijn de procedureregels vervat in de voornoemde reglementaire bepalingen duidelijk, nauwkeurig en precies, en verdienen ze ter wille van de rechtszekerheid, de gelijke behandeling en het verbod van willekeur een consequente toepassing. Zij verdragen geen uitzonderingen om rekening te houden met elke bijzondere omstandigheid eigen aan de een of andere partij, tenzij, zoals artikel 71, voorlaatste lid, van het genoemde besluit van de Regent voorschrijft, in hoofde van de betrokken partij overmacht of onoverwinnelijke dwaling is bewezen.
  10. In de brief van verzoekster van 23 december 2021 om te worden gehoord, voert verzoekster ter verontschuldiging voor de onjuiste betaling alleen aan dat het een materiële vergissing betreft. Ter terechtzitting argumenteert de X-17.954-4/6 raadsman van verzoekster bijkomend dat het ten tijde van de verschuldigde betaling “hectisch” was op zijn kantoor, vanwege corona. Een en ander is onvoldoende om overmacht of onoverwinnelijke dwaling aannemelijk te maken.
  11. Het beroep dient met toepassing van artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 van de rol te worden geschrapt. IV. Terugbetaling
  12. Het voor het beroep tot nietigverklaring betaalde rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 20 euro dienen verzoekster te worden terugbetaald. BESLISSING
  13. Het beroep wordt van de rol geschrapt.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
  15. Het voor het beroep tot nietigverklaring betaalde rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 20 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partij. X-17.954-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.954-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.450 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.716 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.