id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.474 Rolnummer: A. 235858/XII-9193 Zaak: Arrest 253474 - Overheidsopdrachten - 06/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-06 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 06:39 Fiche Arrest nr 253.474 van 6 april 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.474 van 6 april 2022 in de zaak A. 235.858/XII-9193 In zake: 1. de NV MODERO GERECHTSDEURWAARDERS ANTWERPEN 2. de CVBA MODERO GERECHTSDEURWAARDERS LIMBURG 3. de BV JAN KERKSTOEL EN VENNOTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de AUTONOME VERZORGINGSINSTELLING ZIEKEN- HUIS OOST-LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend 9160 Lokeren Begijnhofstraat 8/0003 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BV GERECHTSDEURWAARDERSKANTOOR LUC BECKERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Barteld Schutyser en Daan Degrande kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 11 maart 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de XII-9193-1/16 “[b]eslissing van 14 februari 2022 vanwege [het ziekenhuis Oost-Limburg, hierna: ZOL] houdende de gunning van de opdracht ‘Raamovereenkomst voor het leveren van deurwaardersdiensten en juridische dienstverlening in het kader van het debiteurenbeheer van ZOL, met inbegrip van alle campussen’ – Perceel 1 aan de firma Beckers Luc gerechtsdeurwaarderskantoor BV, Neerzijstraat 49 te 3600 Genk en de impliciete beslissing tot niet gunning van deze opdracht aan verzoekster”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 21 maart 2022 heeft de bv Gerechtsdeurwaarderskantoor Luc Beckers gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 maart 2022, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Andy Hoedenaeken, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Elke Casteleyn, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Daan Degrande, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. XII-9193-2/16 III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor diensten met als voorwerp “raamovereenkomst voor het leveren van deurwaardersdiensten en juridische dienstverlening in het kader van het debiteurenbeheer van ZOL, met inbegrip van alle campussen”. De opdracht is opgedeeld in twee percelen: “- Perceel 1: leveren van deurwaardersdiensten - Perceel 2: leveren van advocaatdiensten i.k.v. debiteurenbeheer” De huidige vordering heeft betrekking op perceel 1. 3.2. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 20 mei 2021. Op 9 en 14 juni 2021 wordt een eerste en respectievelijk tweede rectificatie gepubliceerd met telkens een Q&A. De opdracht wordt geplaatst via een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. 3.3. Het bestek met referte 2021-162 is van toepassing. Het bestek beschrijft de volgende gunningscriteria: Nr Beschrijving gewicht 1 Algemene aanpak en methodologie van de opdracht 25 Ongeacht de wettelijk vastgelegde tarieven dient u als inschrijver het bewijs te leveren van het toepassen van een efficiënte, doordachte en kostenbesparende werkwijze teneinde de effectieve inning van de dossiers te realiseren met een minimum aan niet recupereerbare kosten, doch met een maximum aan respect voor de debiteur. U licht in uw offerte uw werkwijze op bevattelijk wijze toe hoe u tewerk gaat om een maximale invordering te bekomen met een minimum aan kosten voor de opdrachtgever. Ook toont u aan hierbij rekening te houden met de maatschappelijke opdracht van een ziekenhuis en de positie van het ZOL als XII-9193-3/16 [Autonome verzorgingsinstelling] in het bijzonder, met name de financiële toegankelijkheid van eenieder ongeacht zijn financiële toestand. In elke fase van de invordering dient de mogelijkheid voorzien te worden van een afbetalingsplan. In dit criterium beoordelen we de door u voorgestelde werkwijze, in criterium 4 wordt mee de inzet van middelen voor Opdrachtgever mee in rekening genomen. U beschrijft hoe u de opstartperiode ziet met daarbij de overgang van vorige deurwaarder(
- s)naar uw kantoor. De beste offerte verwerft het maximum van de punten op dit criterium, de andere naar evenredigheid minder. 2 Elektronisch dossier 25 Omschrijving van de ICT-omgeving: Geef een beschrijving van de ICT-omgeving waarover u beschikt, alsook van de koppelingsmogelijkheden met het huidige gebruikte pakket in het ZOL, met name Hospital AX van Real Dolmen, de online opvolgmogelijkheden van de verschillende dossiers en de functionaliteiten voor de medewerkers van de Opdrachtgever. In max. 10 pagina’s beschrijft u de omgeving op vlak van beveiliging, functionaliteiten, integratie en samenwerking, onderhoud en updates, communicatie, technische vereisten, implementatie, … Beoordeling: de beste offerte verwerft het maximum van de punten, de andere naar evenredigheid minder. 3 Garantie van continuïteit 5 De inschrijver garandeert dat het vooropgestelde elektronisch dossier opvolgsysteem beschikbaar blijft gedurende de looptijd van de opdracht en dat kosten voor updates ten allen tijde te zijner laste zijn. Beoordeling: 5 punten of 0 afhankelijk van de aangeboden garantie 4 Samenwerking en win-win 30 Middels het gunnen van deze opdracht voor 4 jaar voor 2 ziekenhuizen wensen beide ziekenhuizen een efficiëntieslag te realiseren in het debiteurenbeheer. Efficiëntie kan erin bestaan dat openstaande vorderingen beter worden geïnd tegen een zo laag mogelijke kost of een variant. Hierbij dient steeds rekening gehouden te worden met het maatschappelijke doel van het ziekenhuis en met respect voor de debiteur. Van de inschrijver wordt dan ook verwacht dat hij in zijn offerte een plan voorstelt waarbij de taakverdeling tussen zijn kantoor en de cel debiteuren van beide ziekenhuizen wordt vastgelegd, samen met de daarvoor vereiste personele middelen. Beoordeling: de beste offerte verwerft het maximum van de punten, de andere XII-9193-4/16 naar evenredigheid minder. 5 Referenties 15 Bij de beoordeling van dit criterium wordt rekening gehouden met de relevante prestaties van de inschrijver in vergelijkbare opdrachten. Als bewijsmiddel mag hij ondertekende attesten van goede uitvoering toevoegen van een onderneming met een gelijkaardige omvang van het ZOL, doch liefst van ziekenhuizen of aanliggende sectoren. Beoordeling: de beste offerte verwerft het maximum van de punten, de andere naar evenredigheid minder. Totaal gewicht gunningscriteria: 100 De verwerende partij publiceert in het Bulletin van 9 juni 2021 het volgende antwoord op vraag 11 in de Q&A nr. 1: “Vraag 11 Artikel I.11 en I.12: Er wordt in de beschrijving van de gunningscriteria gesteld dat er naar ‘evenredigheid minder’ punten verworven wordt. Welke methode zal u hiervoor hanteren? Antwoord ZOL: De inschrijver(
- s)die het beste aanbod doet(
- n)op het bedoelde gunningscriterium verwerft het maximum van de punten op dat criterium. Andere inschrijvers verwerven naar evenredigheid minder met aftrek van één of meerdere punten afhankelijk van het belang waarop betreffende aanbieding minder scoort dan ‘de beste’.” 3.4. Voor perceel 1 worden acht offertes ingediend, onder meer door de verzoekende partijen en door de bv Beckers Luc Gerechtsdeurwaarderskantoor. 3.5. Op 11 oktober 2021 beslist de verwerende partij perceel 1 te gunnen aan de bv Beckers Luc Gerechtsdeurwaarderskantoor. Bij beslissing van 28 oktober 2021 trekt de verwerende partij deze gunningsbeslissing in, na een vraag daartoe in een brief van de raadsman van de verzoekende partijen van 26 oktober 2021. 3.6. Een nieuw gunningsverslag dateert van 14 februari 2022. XII-9193-5/16 Met betrekking tot het vijfde gunningscriterium worden de offertes in het gunningsverslag beoordeeld als volgt: Nr Naam Motivering Score Gunningscriterium 5 Referenties Beoordeling op 15 punten Beoordeling: de beste offerte verwerft het maximum van de punten, de andere naar evenredigheid minder 1 Cottyn nv De Antwerpse Gerechtsdeurwaarders 13 Antwerpse Gerechtsdeurwaarders Associatie bv geeft 7 ondertekende Associatie bv attesten van goede uitvoering. Twee hiervan komen uit de ziekenhuissector. De aantallen worden niet vernoemd in de referenties. 2 Beckers Luc Beckers Luc 12 Gerechtsdeurwaarderskantoor gerechtsdeurwaarderskantoor bewijst aan de hand van aantallen en ondertekende attesten van goede uitvoering relevante prestaties bij één groot ziekenhuis en enkele, belangrijke instanties 3 Heines Bart bv Heines Bart bv heeft in zijn 11 klantenbestand één ziekenhuis. De aantallen worden niet vernoemd in de ondertekende referenties. Bovendien geeft hij aan een vaste partner te zijn voor een aantal centraliserende gerechtsdeurwaarders voor de invorderingen van andere niet-Limburgse ziekenhuizen 4 Intrum nv Intrum nv geeft in zijn offerte 2 9 referenties van kleinere ziekenhuizen mee. Hiervan zijn geen ondertekende attesten aanwezig en ook geen aantallen 5 Limburgs Het Limburgs 14 Gerechtsdeurwaarderskantoor Gerechtsdeurwaarderskantoor heeft Maxius cv enkele, grote, en minder grote ziekenhuizen met ondertekende referentie attesten waarbij aantallen vermeld worden, als klant. 6 Modero Gerechtsdeurwaarders Modero Gerechtsdeurwaarders Limburg 15 Limburg CV cv heeft zeer veel referenties van Jan Kerkstoel en Vennoten BV relevante prestaties in vergelijkbare Modero Gerechtsdeurwaarders opdrachten, ook in de ziekenhuissector Antwerpen NV met ondertekende referentie attesten. 7 Omerus Gerechtsdeurwaarders Omerus Gerechtsdeurwaarders BV geeft 10 BV 4 ondertekende, referenties van verschillende grootorde, waaronder één XII-9193-6/16 kleiner ziekenhuis. 8 Stas & Goudezeune bv Stas & Goudezeune bv somt in zijn 8 offerte enkele referenties op, waaronder een ziekenhuis en aanliggende sector. Ondertekende attesten zijn niet aanwezig. Onrechtstreeks haalt de inschrijver ook vroegere ervaringen met grotere ziekenhuisinstellingen aan. Voorgesteld wordt perceel 1 te gunnen aan de bv Beckers Luc Gerechtsdeurwaarderskantoor met 96/100. Als tweede zijn gerangschikt de verzoekende partijen met 88/100. 3.7. Bij beslissing van 14 februari 2022 wordt de opdracht gegund aan de bv Beckers Luc Gerechtsdeurwaarderskantoor. Dit is de bestreden gunningsbeslissing. IV. Tussenkomst 4. De bv Gerechtsdeurwaarderskantoor Luc Beckers blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Regelmatigheid van de rechtspleging 5.1. De verzoekende partijen dienen een aanvullende nota “na kennisname bijkomende elementen” in. Ze strekt ertoe te reageren op de argumenten vermeld in de nota van de verwerende partij en het verzoekschrift van de tussenkomende partij met daarin “geheel nieuwe informatie waarover verzoekster niet beschikte bij het indienen van haar offerte (lees: verzoekschrift)”. 5.2. De procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid om een aanvullende nota als een processtuk neer te leggen, noch werd erom gevraagd door de Raad van State of het Auditoraat. Het is de partijen echter wel toegestaan om XII-9193-7/16 nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of de beoordeling van de middelen, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de aanvullende nota een reactie vormt op dergelijke nieuwe feiten, kan ze bij de zaak worden betrokken. In zoverre de aanvullende nota geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van het pleidooi ter zitting van de verzoekende partijen, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtbeschermingswet), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd.” VII. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 7. In een eerste onderdeel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 4, eerste lid, en 81, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: wet overheidsopdrachten 2016) en van het beginsel patere legem quam ipse fecisti. Zij lichten toe dat met het vijfde gunningscriterium de offertes worden beoordeeld aan de hand van “de relevante prestaties van de inschrijver in vergelijkbare opdrachten” waarbij het dient te gaan om “een onderneming met een gelijkaardige omvang van het ZOL”, of ziekenhuizen of aanliggende sectoren. XII-9193-8/16 In het verslag van nazicht wordt aan hun offerte terecht een score van 15/15 toegekend. Zij voegden aan hun offerte immers twaalf referenties van relevante prestaties in vergelijkbare opdrachten voor ondernemingen met een (minstens) gelijkaardige omvang van het ZOL toe, met name van zes ziekenhuizen met minstens gelijke of grotere omvang dan het ZOL en van zes ondernemingen van gelijke of grotere omvang dan het ZOL. De gekozen inschrijver zou volgens hen blijkens het verslag van nazicht slechts één referentie van relevante prestaties in vergelijkbare opdrachten met een minstens gelijkaardige omvang van het ZOL hebben voorgelegd. Indien de offerte van de verzoekende partijen voor twaalf referenties een score van 15/15 krijgt, dan dient de offerte van de gekozen inschrijver naar evenredigheid te worden beoordeeld, volgens de volgende formule van evenredigheid: “12 referenties = 15/15 => 1 referentie :15 gedeeld door 12 => 1,25 / 15”. 8. In een tweede onderdeel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 4, 1°, en 5, 8° en 9°, van de rechtsbeschermingswet, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur “met name het zorgvuldigheidsbeginsel”, doordat “op generlei wijze wordt verklaard waarom aan de offerte van Beckers, met 1 referentie inzake relevante prestaties, een score van 12/15 wordt toegekend”. 9. In hun aanvullende nota betogen de verzoekende partijen dat uit het verzoekschrift tot tussenkomst blijkt dat de gekozen inschrijver, behoudens één referentie van een groot ziekenhuis, ook de volgende referenties heeft bijgebracht: stad Genk en OCMW Genk, Provincie Limburg, FOD Financiën – team invorderingen Genk en Hasselt 1; dat dit geheel nieuwe informatie is. De verzoekende partijen hebben deze instanties zelf bevraagd waaruit is gebleken dat de referenties voornamelijk betrekking hebben op een procedure van dwangbevel, die wezenlijk verschilt van het soort procedure dat in de huidige opdracht zal moeten worden gevoerd, en dat de aantallen dossiers (maximum telkens 1000 dossiers) niet relevant zijn in vergelijking met de omvang van de huidige opdracht XII-9193-9/16 (dat conform het bestek op basis van de cijfers van 2019 de inning van 13.698 dossiers omvat). Die bijkomende referenties van de gekozen inschrijver betreffen dus volgens hen geen “relevante prestaties in vergelijkbare opdrachten”. De verzoekende partijen vervolgen dat, zoals zij reeds in het inleidend verzoekschrift hebben uiteengezet, een evenredigheidsbeoordeling slechts correct tot stand kan komen indien het aantal overgebleven referenties – na selectie van de relevante referenties – wordt verwerkt in een kwantitatieve formule. Aangezien zij “8 referenties van relevante prestaties in vergelijkbare opdrachten voor ondernemingen met een (minstens) gelijkaardige omvang van het ZOL” aan hun offerte hebben toegevoegd, zou de score voor de gekozen inschrijver, met slechts één relevante referentie, op 1,88/15 moeten neerkomen, en indien wordt gekeken naar het totaal aantal referenties, op 2,84/15. Zelfs indien de argumentatie van de verwerende partij wordt gevolgd waarbij wordt voorgehouden dat de evenredigheid niet via een kwantitatieve beoordeling dient benaderd te worden, doch slechts via een kwalitatieve beoordeling, dan nog is het volgens de verzoekende partijen volstrekt onmogelijk te motiveren waarom een kandidaat met slechts één relevante referentie 12 punten verdient en een andere kandidaat met 8 relevante referenties 15 punten. Dit is volgens hen volstrekt disproportioneel. De verwerende partij laat ook na te duiden hoe zij die kwalitatieve beoordelingsmethodiek exact heeft toegepast. Beoordeling Eerste onderdeel 10. Overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de wet overheidsopdrachten 2016 behandelen de aanbesteders de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen zij op een transparante en proportionele wijze. XII-9193-10/16 Naar luid van artikel 81, § 1, van dezelfde wet baseert de aanbestedende overheid de gunning van overheidsopdrachten op de economisch meest voordelige offerte. Het beginsel patere legem quam ipse fecisti verplicht het bestuur de algemene regels die het zelf heeft vastgesteld te eerbiedigen bij de concrete toepassing ervan. Daaruit vloeit voort dat de aanbestedende overheid bij de beoordeling van offertes gebonden is door de regels die hieromtrent in het bestek zijn vastgesteld. 11. Zoals blijkt sub 3.3, legt het bestek de volgende beoordelingsmethodiek vast voor vier van de vijf gunningscriteria, waaronder het vijfde dat thans in het geding is: “de beste offerte verwerft het maximum van de punten, de andere naar evenredigheid minder”. Het komt in de eerste plaats de verwerende partij, die zelf de beoordelingsmethodiek in het bestek heeft omschreven, toe om haar besteksbepaling te interpreteren. Zij beschikt daarvoor over een zekere beoordelingsruimte. Zij heeft dit ook gedaan, vóór de indiening van de offertes, in haar antwoord op vraag 11 in de Q&A nr. 1, gepubliceerd in het Bulletin van 9 juni 2021, met volgende invulling van het begrip “evenredig”: “Vraag 11 Artikel I.11 en I.12: Er wordt in de beschrijving van de gunningscriteria gesteld dat er naar ‘evenredigheid minder’ punten verworven wordt. Welke methode zal u hiervoor hanteren? Antwoord ZOL: De inschrijver(
- s)die het beste aanbod doet(
- n)op het bedoelde gunningscriterium verwerft het maximum van de punten op dat criterium. Andere inschrijvers verwerven naar evenredigheid minder met aftrek van één of meerdere punten afhankelijk van het belang waarop betreffende aanbieding minder scoort dan ‘de beste’”. 12. Het eerste middelonderdeel gaat er ten onrechte vanuit dat het vijfde gunningscriterium dient te worden beoordeeld aan de hand van een XII-9193-11/16 evenredige mathematische formule die neerkomt op ‘de regel van drie’, en waarbij enkel het aantal referenties in rekening wordt genomen. Met de verwerende partij stelt de Raad van State op het eerste gezicht vast dat de beoordeling, gelet op de omschrijving van het gunningscriterium en van de beoordelingsmethodiek in het bestek, aangevuld met het voornoemd antwoord op vraag nr. 11, niet te reduceren valt tot een dergelijke, louter mathematische beoordeling, doch dat daarentegen een inhoudelijke, kwalitatieve beoordeling werd beoogd. Uit de beoordeling van de offertes in het gunningsverslag kan op het eerste gezicht worden vastgesteld dat vooreerst een onderscheid werd gemaakt tussen de inschrijvers die attesten van uitvoering hebben voorgelegd, en de andere. Voorts dat alsdan de referenties met een ziekenhuis zwaarder hebben doorgewogen dan deze met een andere onderneming, dat alsdan de grootte van het ziekenhuis heeft doorgewogen, en nadien dat referenties in de sociale sector andere dan ziekenhuizen ook positief werden bevonden, met voorrang op de referenties in de private sector. Ook wordt soms vermeld wanneer de aantallen wel of niet in de referenties worden vernoemd. Op grond van die elementen lijkt op het eerste gezicht dat de verzoekende partijen werden beschouwd als de inschrijvers die “het beste aanbod doen op het bedoelde gunningscriterium” en aldus het maximum van de punten hebben gekregen, waarna de andere inschrijvers naar evenredigheid telkens met aftrek van één punt minder punten hebben gekregen. Een louter mathematische beoordeling zoals de verzoekende partijen voorstaan, zou overigens betekenen dat de inschrijvers die lager scoorden dan de gekozen inschrijver, alsdan een score “0” zouden moeten krijgen, terwijl zij wel referenties van ziekenhuizen hebben opgegeven, wat er eens te meer op lijkt te wijzen dat een dergelijke interpretatie van de beoordelingsmethodiek bepaald in het bestek niet de juiste is. Voor zover de verzoekende partijen in het middelonderdeel uitgaan van voornoemde mathematische beoordeling, is het uitgangspunt bijgevolg onjuist. XII-9193-12/16 13. Voorts gaan de verzoekende partijen er in het eerste middelonderdeel ten onrechte vanuit dat de gekozen inschrijver slechts één referentie zou hebben voorgelegd. In het gunningsverslag wordt immers gesteld dat de gekozen inschrijver relevante prestaties bewijst “bij één groot ziekenhuis en enkele, belangrijke instanties”. Ook in dat opzicht gaat het eerste middelonderdeel bijgevolg uit van een verkeerd uitgangspunt. 14. In hun aanvullende nota breiden de verzoekende partijen hun kritiek uit naar de relevantie van die referenties van de gekozen inschrijver bij “enkele, belangrijke instanties”, stellende dat, wat is gebleken na bevraging van deze instanties, de aldaar gebruikte procedure van dwangbevel wezenlijk verschilt van de procedure die thans zal moeten worden uitgevoerd, en dat het gaat om opdrachten met een maximum van telkens 1000 dossiers. 14.1. In de eerste plaats stelt de Raad van State met de verwerende partij vast dat het puntenverschil tussen de offerte van de verzoekende partijen en dat van de gekozen inschrijver acht punten bedraagt. De verzoekende partijen tonen op het eerste gezicht niet aan dat hun inhoudelijke, punctuele kritiek op het in rekening nemen van de referenties van de gekozen inschrijver bij “enkele, belangrijke instanties” ertoe moet leiden dat de verwerende partij, aan de hand van de hiervoor omschreven en rechtmatig bevonden beoordelingsmethodiek, tot een puntentoekenning van 4/15 of minder had moeten besluiten. De verzoekende partijen lijken bijgevolg geen belang bij dit deelaspect van het eerste middelonderdeel te hebben. 14.2. Bovendien lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht aannemelijk te maken dat de verwijzing in het bestek naar prestaties “in vergelijkbare opdrachten” betrekking heeft op de vergelijkbare aard van het voorwerp van de opdracht, namelijk deurwaardersdiensten, zonder nadere specificering wat de aard van de gebruikte procedures of het aantal dossiers betreft; voorts dat de verwijzing in het bestek naar opdrachten die werden uitgevoerd voor ondernemingen “met een gelijkaardige omvang van het ZOL”, verwijst naar de omvang van de onderneming, dus ondernemingen met een grote schaal. XII-9193-13/16 De verzoekende partijen tonen niet aan dat de verwerende partij met deze interpretatie van het bestek de besteksbepalingen zou hebben geschonden. Zij tonen evenmin aan dat de verwerende partij voor de beoordeling van een of andere offerte de relevantie van de referenties wel zou hebben laten afhangen van de aard van de gebruikte procedure, of van de aantallen dossiers, zodat ook het gelijkheidsbeginsel, zoals vervat in de aangevoerde bepalingen van de wet overheidsopdrachten 2016, niet lijkt te zijn geschonden. 15. Het eerste onderdeel is niet ernstig. Tweede onderdeel 16. Voor zover de verzoekende partijen in het tweede onderdeel de schending aanvoeren van artikel 4, 1°, van de rechtsbeschermingswet dat betrekking het op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, en van artikel 5, 8°, van de rechtsbeschermingswet dat betrekking heeft op de motieven van een beslissing tot onregelmatigverklaring, is dit middelonderdeel niet ontvankelijk, nu deze bepalingen te dezen niet toepasselijk zijn. 17. In het tweede onderdeel voeren de verzoekende partijen in essentie aan dat zij niet begrijpen waarom aan de offerte van de gekozen inschrijver, met één referentie inzake relevante prestaties, een score van 12/15 wordt toegekend. Uit de beoordeling van het eerste onderdeel van het enig middel is gebleken dat de verzoekende partijen bij het ontwikkelen van hun middel zijn uitgegaan van verkeerde feitelijke uitgangspunten: uit het gunningsverslag blijkt enerzijds dat de gekozen inschrijver niet één maar meerdere referenties aan haar offerte heeft gevoegd, en anderzijds dat de verwerende partij niet een louter mathematische doch een kwalitatieve beoordelingsmethode, zoals beschreven in het bestek, heeft toegepast. XII-9193-14/16 Voor zover de verzoekende partijen, voortbouwend op deze verkeerde premissen, eveneens de schending aanvoeren van de formelemotiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht, is het middelonderdeel evenmin ernstig. 18. Voorts voeren de verzoekende partijen in hun aanvullende nota voor het eerst aan dat uit de bestreden beslissing niet zou blijken van welke omvang de door de gekozen inschrijver bijgebrachte referenties zijn, noch hoe de verwerende partij de voornoemde kwalitatieve beoordelingsmethodiek exact heeft toegepast. In zoverre ontleend aan de formelemotiveringsplicht lijkt uit de inhoudelijke kritiek van de verzoekende partijen te moeten worden afgeleid dat zij niet in hun belangen werden geschaad als gevolg van dit beweerd formeel gebrek, en is de argumentatie ontwikkeld in de aanvullende nota bijgevolg niet ontvankelijk. 19. Het tweede onderdeel is, voor zover ontvankelijk, niet ernstig. VIII. Impliciete weigeringsbeslissing 20. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om uitspraak te doen over de vordering voor zover die de schorsing van de impliciete beslissing tot weigering van de gunning aan de verzoekende partijen beoogt. Een uitspraak hierover zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hiervoor is gebleken, niet het geval is. IX. Besluit 21. Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. BESLISSING XII-9193-15/16 1. Het verzoek van de bv Gerechtsdeurwaarderskantoor Luc Beckers tot tussenkomst wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. 3. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor één derde, een bijdrage van 22 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9193-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.474 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div