← België

Arrest 253475 - Concessies - 07/04/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.475 Rolnummer: A. 234019/XII-9107 Zaak: Arrest 253475 - Concessies - 07/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-08 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 06:39 Fiche Arrest nr 253.475 van 7 april 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Concessies Beslissing : Schadevergoeding tot herstel als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.475 van 7 april 2022 in de zaak A. 234.019/XII-9107 In zake : Bart CUYPERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jeroen De Coninck kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 211 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF VOOR VASTGOEDBEHEER EN STADSPROJECTEN – VESPA (AG VESPA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Simon Verhoeven, Steven Van Garsse en Alexander Verschave kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 juli 2021, strekt, enerzijds, tot de nietigverklaring van de beslissing van het autonoom gemeentebedrijf voor vastgoedbeheer en stadsprojecten Antwerpen (Vespa) van 22 maart 2021 (lees: 19 april 2021) waarbij de concessie voor de uitbating van een frituur op het openbaar domein, gelegen Frederik Van Eedenplein te 2050 Antwerpen, wordt gegund aan Diego Cobbaert, en anderzijds, tot de veroordeling van Vespa tot het betalen van een schadevergoeding van 729.000 euro, te vermeerderen met de wettelijke interesten vanaf de datum van neerlegging van het verzoekschrift tot vernietiging. XII-9107-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 30 september 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ betreffende het verzoek tot schadevergoeding tot herstel. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Regelmatigheid van de vordering tot schadevergoeding
  4. Met een enig verzoekschrift stelt de verzoeker een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schadevergoeding in. Met toepassing van artikel 71, tweede lid, van het voormelde besluit van de Regent heeft de hoofdgriffier op 5 juli 2021 twee brieven gezonden aan de verzoeker, met de mededeling dat het “verzoekschrift” respectievelijk het “verzoek tot schadevergoeding tot herstel” op de rol werden ingeschreven onder het nummer G/A. 234.019/XII-9107 en aanleiding geven tot betaling van een bijdrage van 20 EUR en een recht van 200 EUR. In elk van de twee brieven wordt de verzoeker uitgenodigd om een totaal bedrag van 220 EUR te betalen. In de twee brieven wordt telkens een andere gestructureerde mededeling opgegeven die de verzoeker moet gebruiken voor de betaling op de opgegeven bankrekening. XII-9107-2/4 Op 5 juli 2021 wordt een bedrag van 220 EUR overgeschreven op de opgegeven rekening, met de gestructureerde mededeling die was vermeld in de brief die betrekking had op het “verzoekschrift”. Overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van het voormelde besluit van de Regent deelt de hoofdgriffier met een aangetekend schrijven van 30 september 2021 aan de verzoeker mee dat hij heeft vastgesteld dat de voornoemde rekening niet is gecrediteerd binnen de termijn van dertig dagen. Hij deelt ook mee dat de aangewezen kamer, overeenkomstig artikel 71, vierde tot zevende lid, “naargelang van het geval, de ingestelde vordering of het ingestelde beroep als niet verricht [zal] beschouwen of van de rol [zal] schrappen”, tenzij de verzoeker vraagt om te worden gehoord.
  5. Met een schrijven van 4 oktober 2021 deelt de verzoeker mee dat hij begrijpt dat er geen betwisting bestaat over de tijdige betaling van het rolrecht voor het verzoekschrift tot vernietiging, en dat de procedure tot nietigverklaring dus zal worden voortgezet. Om die reden vraagt hij niet om gehoord te worden. Wat betreft de vordering tot schadevergoeding, kondigt de verzoeker aan dat hij een nieuw verzoek zal indienen, overeenkomstig artikel 25/1, tweede lid, 2°, van het voornoemde besluit van de Regent. Met een afzonderlijk verzoekschrift van 4 oktober 2021 dient de verzoeker de eerder ingestelde vordering tot schadevergoeding ook effectief opnieuw in. Uitgenodigd door de hoofdgriffier, met een schrijven van 6 oktober 2021, om hiervoor een rolrecht van 220 EUR te betalen, schrijft de verzoeker dit bedrag ook over op 6 oktober
  6. Het niet betalen van het afzonderlijke rolrecht voor de vordering tot schadevergoeding die op 2 juli 2021 samen met het beroep tot nietigverklaring is ingesteld, moet overeenkomstig artikel 71, vierde en zevende lid, van het voornoemde besluit van de Regent leiden tot een beslissing waarbij die vordering tot schadevergoeding als niet verricht wordt beschouwd. XII-9107-3/4 Te dezen heeft dit geen ander gevolg dan dat de zaak in eerste instantie enkel onderzocht zal worden in zoverre het verzoekschrift betrekking heeft op het beroep tot nietigverklaring. Het verzoekschrift “tot nietigverklaring” is inmiddels trouwens aan de verwerende partij en de belanghebbende partij ter kennis gebracht. Het onderzoek van de vordering tot schadevergoeding, die met het verzoekschrift van 4 oktober 2021 opnieuw is ingesteld, wordt overeenkomstig artikel 25/3, § 2, van het voornoemde besluit van de Regent “uitgesteld tot aan het arrest dat een definitieve uitspraak doet over het beroep tot nietigverklaring”. BESLISSING De vordering tot schadevergoeding, ingesteld met het verzoekschrift van 2 juli 2021, wordt als niet verricht beschouwd. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9107-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.475 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.577 ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.085 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.