← België

Arrest 253476 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/04/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.476 Rolnummer: A. 234076/VII-41167 Zaak: Arrest 253476 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-11 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 06:39 Fiche Arrest nr 253.476 van 7 april 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 253.476 van 7 april 2022 in de zaak A. 234.076/VII-41.167 In zake : Marc SWEVERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inke Dedecker kantoor houdend te 3500 Hasselt Spoorwegstraat 105 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE LIMBURG -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 12 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-1047 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 3 juni 2021 in de zaak 1920-RvVb-0840-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 17 augustus 2021 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft op 7 januari 2022 een verslag opgesteld. VII-41.167-1/3 Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 11 januari 2022, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
  5. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. VII-41.167-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  7. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.167-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.476 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.