id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.482 Rolnummer: A. 227519/X-17451 Zaak: Arrest 253482 - Polders en Wateringen - 08/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-20 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 06:40 Fiche Arrest nr 253.482 van 8 april 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Polders en Wateringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 253.482 van 8 april 2022 in de zaak A. 227.519/X-17.451 In zake : Joris BORMS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de POLDER VLASSENBROEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Bogaert kantoor houdend te 9200 Dendermonde Schoolstraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 22 februari 2019, strekt tot de vernietiging van “het Besluit van de Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, zetelend als administratief rechtscollege, van 20 december 2018 waarbij het bezwaarschrift tegen de lijst van stemgerechtigden voor de algemene vergadering van de polder Vlassenbroek in 2019 ontvankelijk, maar ongegrond wordt bevonden met betrekking tot de punten 1 en 2”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Pierrot T’Kindt heeft een verslag opgesteld. X-17.451-1/7 Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 januari
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Vincent De Weerdt, die loco advocaat Konstantijn Roelandt verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bernd Bogaert, die loco advocaat Johan Bogaert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Pierrot T’Kindt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de rechtsplegingsvergoeding betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is een ingelande van de polder Vlassenbroek. Op 28 september 2018 stelt het bestuur van de polder de lijst van stemgerechtigden vast voor het dienstjaar
- Om stemgerechtigd te zijn moet een ingelande in het gebied van de polder grond bezitten ter grootte van 3 ha. Eigenaars die afzonderlijk geen stemrecht hebben, kunnen hun eigendommen groeperen om gezamenlijk een afgevaardigde naar de algemene vergadering te zenden. Met een brief van 29 oktober 2018 dient verzoeker tegen de lijst bezwaar in bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen. In zijn bezwaar geeft hij te kennen dat hij in 2015 zijn gebied met dat van andere eigenaars heeft samengevoegd en zijn vader Pierre Borms als X-17.451-2/7 afgevaardigde heeft aangeduid, maar dat hij moest vaststellen dat de samenstelling geschrapt werd en zijn vader niet op de lijst voor 2019 voorkomt. Hij vraagt zijn vader opnieuw als afgevaardigde op de lijst op te nemen. Ook bekritiseert hij dat “meerdere personen […] meermaals vermeld worden op de lijst van de stemgerechtigden” en dat er op de algemene vergadering onreglementair pleegt gestemd te worden. Op 20 december 2018 beslist de deputatie dat het bezwaar van verzoeker met betrekking tot “de gemandateerde van de eigen samenstelling” ongegrond is. Ook het bezwaar met betrekking tot “het onterecht toekennen van meerdere stemmen aan bepaalde personen” wordt ongegrond bevonden. Het bezwaar aangaande de stemmingsprocedure op de algemene vergadering, ten slotte, wordt aan de diensten van de gouverneur bezorgd, voor verder gevolg in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Voorliggend cassatieberoep is pas de zestigste dag na de kennisgeving van de bestreden beslissing ingesteld, waarna de zaak in staat van wijzen is gebracht overeenkomstig de voorschriften die gelden voor een annulatieprocedure. Een en ander mag evenwel zonder gevolg worden gelaten. Naar blijkt, heeft de deputatie bij de kennisgeving van de bestreden beslissing aan verzoeker verkeerdelijk melding gemaakt van een termijn voor beroep bij de Raad van State van zestig dagen, en hield de gevolgde procedure voor de partijen niet minder waarborgen in dan de cassatieprocedure. V. Belang Standpunt van de partijen
- In het verzoekschrift voert verzoeker in verband met zijn belang aan dat zijn bezwaar door de deputatie ongegrond werd verklaard, dat hij X-17.451-3/7 mede-eigenaar is van percelen in het gebied van de polder en dat hij er alle belang bij heeft dat de stemming op een algemene vergadering op wettige wijze verloopt.
- Volgens de memorie van antwoord is verzoeker zonder belang. Gelet op de manier waarop hij zijn belang omschrijft en op zijn enige middel, dat uitsluitend betrekking heeft op de wijze waarop de stemming op de algemene vergadering verloopt, blijkt, aldus de verwerende partij, verzoeker te berusten in de beslissing van de deputatie voor zover ze betrekking heeft op het vaststellen van de lijst van de stemgerechtigden. Pierre Borms is terecht van de lijst voor 2019 weggelaten. Het is niet in te zien welk voordeel verzoeker uit een vernietiging op grond van haar enige middel kan halen. Bovendien valt het belang bij het wettige verloop van de stemming op een algemene vergadering samen met het belang dat elkeen heeft bij de juiste toepassing van de wet. Het willen handhaven van de wettigheid is het wezenskenmerk van een actio popularis.
- In de memorie van wederantwoord reageert verzoeker dat hij een bezwaar heeft geuit tegen het feit dat sommige personen meerdere keren vermeld worden op de lijst van de stemgerechtigden, en dat de verwerende partij in het kader van de bezwaarprocedure nooit de onontvankelijkheid van het bezwaar of de onbevoegdheid van de deputatie heeft doen gelden.
- In de laatste memorie beargumenteert verzoeker zijn actueel belang en bestrijdt hij de zienswijze in het auditoraatsverslag dat een vernietiging hem geen concreet voordeel meer kan opleveren in aanmerking genomen dat het jaar waarvoor de bestreden beslissing geldt intussen is verstreken en dat geen enkel besluit van de – overeenkomstig de bestreden beslissing samengestelde – algemene vergadering van de polder, noch van het door haar verkozen polderbestuur, het voorwerp heeft uitgemaakt van een annulatieberoep waarin de onregelmatige samenstelling van de algemene vergadering is aangevoerd. Verzoeker meent dat als de Raad van State de bestreden beslissing vernietigt, de deputatie haar oordeel zal moeten herzien en “in de toekomst niet langer de ‘lijst van stemgerechtigde ingelanden’ zal kunnen vaststellen op de (onwettige) methode die ze nu hanteert”. Minstens is er de morele X-17.451-4/7 genoegdoening van de vaststelling dat de beslissing van de polder onwettig is. Voorts meent hij zich te onderscheiden van “alle burgers” doordat hij houder is van een zakelijk recht binnen het poldergebied. Ook noemt verzoeker het, gelet op “de abnormaal trage voortgang van de ingestelde procedure” “bijzonder onbillijk” dat geëist zou worden “dat hij alle beslissingen van de Polder die dateren van nà de bestreden beslissing tot vaststelling van de lijst van stemgerechtigde ingelanden, in afwachting van de afwikkeling van onderhavige procedure, aanvecht”. Dit legt hem bovendien “een onevenredig zware financiële last” op. De eis om gedurende de duurtijd van de vernietigingsprocedure alle gevolgbeslissingen – “1, 5, 10, 25… ?” – aan te vechten heeft tevens verstrekkende gevolgen voor de goede werking van de Raad van State zelf. Beoordeling
- Artikel 12 van de wet van 3 juni 1957 ‘betreffende de polders’ (hierna: de polderwet) bepaalt dat de algemene vergadering van de polder bestaat uit de stemgerechtigde ingelanden. Artikel 15 van polderwet luidt: “Het polderbestuur is gehouden de lijst van de stemgerechtigden op te maken. Deze lijst wordt ieder jaar vóór 1 oktober herzien en, te rekenen van die datum, gedurende één maand ter beschikking gehouden van belanghebbenden, die gedurende die termijn en op straffe van verval, hun eventuele bezwaren bij de bestendige deputatie moeten indienen. Dit college beslist zonder verwijl en, in ieder geval, vóór het einde van het jaar. Zij die op de aldus vastgestelde lijst niet voorkomen, hebben geen recht van stemmen in de loop van het volgende jaar.”
- Initieel beklaagde verzoeker er zich bij de deputatie (onder andere) over dat de afgevaardigde van de groepering waarin hij zich met andere ingelanden verenigde, niet op de lijst van de stemgerechtigden in 2019 voorkwam. De deputatie heeft dat bezwaar in de bestreden beslissing verworpen en verzoeker voert daartegen in het voorliggende cassatieberoep geen enkel middel aan. X-17.451-5/7 De beslissing van de deputatie is op dat punt derhalve definitief en vaststaat bijgevolg dat verzoeker in 2019 noch afzonderlijk, noch gezamenlijk met anderen via een afgevaardigde, stemgerechtigd was.
- Als niet-stemgerechtigde ingelande heeft verzoeker bij het bestrijden van de lijst van de stemgerechtigde ingelanden een eerder beperkt belang, dat wezenlijk instrumenteel van aard is. Meer bepaald heeft het als finaliteit, en moet het erop gericht zijn, hem te beschermen tegen (nadelige) beslissingen door een onregelmatig samengestelde algemene vergadering.
- Te dezen wijst verzoeker geen enkele beslissing van de algemene vergadering van de stemgerechtigde ingelanden voor het jaar 2019 aan die, voor zoveel ze hem al op enigerlei wijze griefde, niet reeds definitief zou zijn en nog nuttig kan worden bestreden onder aanvoering van de onregelmatige samenstelling van de algemene vergadering. Het gaat er, duidelijkheidshalve, geenszins om dat verzoeker, als niet-stemgerechtigde ingelande, verplicht zou zijn geweest om, met het oog op het behoud van een actueel belang bij het voorliggende cassatieberoep, “alle beslissingen van de Polder die dateren van nà de bestreden beslissing tot vaststelling van de lijst van stemgerechtigde ingelanden” aan te vechten. Wél is het zo dat hij het besproken – instrumentele – belang niet behoudt wanneer de uitkomst van zijn betwisting inzake de lijst van de stemgerechtigde ingelanden in 2019 voor zelfs niet één beslissing, die door de beweerdelijk onregelmatig samengestelde algemene vergadering is genomen en die niet reeds definitief is, nog relevant kan zijn en gevolgen kan hebben.
- In de gegeven omstandigheden zou verzoeker, na een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing, geen enkel concreet voordeel putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door de deputatie. Er is dan ook reden om hem zonder actueel belang te verklaren. X-17.451-6/7 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.451-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.482 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div