← België

Arrest 253506 - Niet begeleide minderjarigen - 13/04/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.506 Rolnummer: A. 234495/XIV-38810 Zaak: Arrest 253506 - Niet begeleide minderjarigen - 13/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-26 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-10 06:40 Fiche Arrest nr 253.506 van 13 april 2022 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.506 van 13 april 2022 in de zaak A. 234.495/XIV-38.810 In zake : Abdel Bassed BAREKZAI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Govaerts kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Beekstraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 7 september 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 4 augustus 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-38.810-1/6 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 3 februari 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 16 maart
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker komt België binnen en hij dient een verzoek om internationale bescherming in op 20 juli
  6. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 31 juli
  7. Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge-Oostende ondergaat verzoeker op 3 augustus 2021 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Op 4 augustus 2021 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat hij geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. XIV-38.810-2/6 IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  8. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2003) en van de materiëlemotiveringsplicht. Verzoeker voert aan dat de bestreden beslissing “uitgaat van een onjuiste feitenvinding en bijgevolg onbehoorlijk is gemotiveerd”. Volgens de bestreden beslissing zou een medische test hebben aangetoond dat verzoeker ouder is dan 18 jaar doch verzoeker heeft geen kennis kunnen nemen van de gegevens of de resultaten van die test. Evenmin blijkt hoe en door wie de medische test is uitgevoerd en op welke basis de conclusie betreffende zijn beweerde leeftijd is genomen. Verzoeker stelt dat een leeftijdsonderzoek dient te bestaan uit drie scans, namelijk van de pols, van het gebit en van het sleutelbeen. Te dezen blijkt volgens verzoeker niet of elk van deze scans is uitgevoerd en welke de afzonderlijke resultaten ervan zijn geweest. Verzoeker meent dan ook dat er bijgevolg nog minstens twijfel blijft bestaan over zijn juiste leeftijd, dat de minderjarigheid niet is uitgesloten en dat de dienst Voogdij hem het voordeel van de twijfel had moeten toekennen. Beoordeling
  9. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in die beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan achttien jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Bovendien maakt het verslag XIV-38.810-3/6 van het medisch onderzoek deel uit van het administratief dossier en vermeldt de bestreden beslissing uitdrukkelijk de mogelijkheid om dat verslag te raadplegen. Verzoeker toont niet aan dat hij er geen kennis van heeft kunnen nemen. Voor zover verzoeker de schending van de formelemotiveringsplicht bedoelt, is het enige middel ongegrond.
  10. Naar luid van artikel 7, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet) laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van de materiëlemotiveringsplicht uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek. Uit het verslag van het medisch onderzoek blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Het gaat hierbij wel degelijk om een drievoudig onderzoek, namelijk van het gebit, de pols en de sleutelbeenderen. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de XIV-38.810-4/6 conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen gaat het dus op datum van 3 augustus 2021 om een leeftijd van “20.71 jaar met een standaarddeviatie van 1.6 jaar”. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat daaruit een eindconclusie kan worden afgeleid. Tot slot blijkt uit het verslag, dat deel uitmaakt van het administratief dossier, wel degelijk wie het medisch onderzoek heeft uitgevoerd, namelijk dr. B.V. Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Verder komt het de Raad van State niet toe zijn eigen interpretatie van de onderzoeksresultaten in de plaats te stellen van deze in het deskundig verslag. Het enige middel is ongegrond wat de voorgehouden schending van de materiëlemotiveringsplicht betreft.
  11. Verzoeker zet niet nader uiteen op welke wijze hij artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 geschonden acht. Deze bepaling verzet er zich alleszins niet tegen dat in geval van twijfel aan de door de betrokkene voorgehouden leeftijd wordt overgegaan tot een leeftijdsonderzoek dat, zoals hoger reeds is aangehaald, door de wet zelf is ingesteld. Het enige middel is ook in die mate, voor zover ontvankelijk, ongegrond. XIV-38.810-5/6 BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  13. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.810-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.