id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.538 Rolnummer: A. 233225/VII-41059 Zaak: Arrest 253538 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-25 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:42 Fiche Arrest nr 253.538 van 21 april 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 253.538 van 21 april 2022 in de zaak A. é.225/VII-41.059 In zake : Najat EL HARROUTI woonplaats kiezend te 2170 Antwerpen (Merksem) Rerum Novarumlaan 45 tegen : Jeanet ADRIAANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Greg Jacobs kantoor houdend te 1210 Brussel Kunstlaan 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 17 maart 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-0605 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 4 februari 2021 in de zaak 1920-RvVb-0199-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 10 mei
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 6 oktober 2021 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van VII-41.059-1/8 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 maart
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, en advocaat Eduard Snijders, die loco advocaat Greg Jacobs verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 19 september 2019 verleent de deputatie van de provincieraad van Antwerpen (hierna: deputatie) aan Najat El Harrouti een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
- Het bestreden arrest: - verklaart het verzoek tot tussenkomst van Najat El Harrouti ontvankelijk; VII-41.059-2/8 - verwerpt de exceptie van Najat El Harrouti van onontvankelijkheid van de vordering van Jeanet Adriaans tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van de deputatie; - verklaart het tweede middel van Jeanet Adriaans gegrond, vernietigt de vergunningsbeslissing van de deputatie en beveelt de deputatie een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep van Jeanet Adriaans. IV. Onderzoek van het middel Standpunt van de partijen
- Najat El Harrouti voert de schending aan van de artikelen 12, 56, 57 en 105 van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: OVD), artikel 87 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 ‘tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: OVB): “Doordat De Raad voor Vergunningsbetwistingen het door tweede verwerende partij in cassatie aangetekende verzoek tot vernietiging ontvankelijk bevond. In het bijzonder verwierp de Raad voor Vergunningsbetwistingen een door verzoekende partij in cassatie opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid door te oordelen dat in toepassing van de hoger aangehaalde bepalingen tweede verwerende partij in cassatie als belanghebbende bij het aan aantekenen van het administratief beroep bij eerste verwerende partij in cassatie niet gehouden was de dossiertaks te betalen bij het indienen van het administratief beroep en deze dossiertaks zelfs mocht betalen buiten de oorspronkelijke administratieve beroepstermijn; Terwijl Overeenkomstig artikel 105 Omgevingsvergunningsdecreet de persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, verliest. Nu tweede verwerende partij in cassatie niet ten laatste bij het aantekenen van haar administratief beroep bij eerste verwerende partij in cassatie haar dossiertaks had betaald, minstens nu zij haar dossiertaks niet had betaald binnen de administratieve beroepstermijn, diende het administratieve beroep onvolledig bevonden te worden en diende de administratieve beroepsprocedure in toepassing van artikel 57 Omgevingsvergunningsdecreet stopgezet te worden. Bijgevolg was het VII-41.059-3/8 administratieve beroep niet correct uitgeput en kon tweede verwerende partij zich niet meer tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen wenden”. Zij licht toe dat: - uit de samenlezing van artikel 12 OVD en artikel 87, § 1, tweede lid, 1°, OVB voortvloeit dat de dossiertaks ten laatste betaald moet zijn op het ogenblik dat het administratief beroep wordt ingesteld. Anders zou het immers niet mogelijk zijn om bij het beroepsdossier een bewijs van betaling van de dossiertaks te voegen, hetgeen artikel 87, § 1, tweede lid, OVB vereist, - uit de samenlezing van artikel 87, § 1, tweede lid, OVB en artikel 57, tweede lid, OVD volgt dat eventueel binnen de regularisatietermijn van veertien dagen nog het bewijs kan worden bijgebracht waaruit blijkt dat ten laatste op het ogenblik dat administratief beroep werd ingesteld de dossiertaks werd betaald. De regularisatietermijn kan echter niet worden gebruikt om het gebrek aan betaling van de dossiertaks recht te zetten door binnen de regularisatietermijn alsnog over te gaan tot het betalen van de dossiertaks, - wanneer het bewijs dat de dossiertaks werd betaald niet ten laatste op het moment van het indienen van het beroep wordt bezorgd binnen de regularisatietermijn van veertien dagen, dan wordt overeenkomstig artikel 57, tweede lid in fine, OVD het administratief beroep als onvolledig beschouwd, - de RvVb de ingeroepen bepalingen foutief toepast waardoor artikel 87, § 1, tweede lid, OVB geen enkele waarde heeft en kan een eventuele belanghebbende die beroep aantekent perfect wachten met het betalen van de dossiertaks tot op het ogenblik dat de deputatie de in artikel 57, tweede lid, OVD vervat liggende regularisatiemogelijkheid aanbiedt. Dit druist in tegen de tekst van de ingeroepen bepalingen en hun intentie. Enkel het ontbreken van het betalingsbewijs kan worden geregulariseerd, niet de eigenlijke betaling van de dossiertaks zelf, - aangezien geen regularisatie mogelijk was, moest het administratief beroep van Jeanet Adriaans onontvankelijk verklaard worden, en diende de RvVb op zijn beurt de vordering van Jeanet Adriaans tot vernietiging onontvankelijk te verklaren in toepassing van artikel 105 OVD. VII-41.059-4/8 Beoordeling
- Artikel 12, § 1, 2°, OVD bepaalt: “§
- Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon is een dossiertaks verschuldigd in de volgende gevallen: […] 2° bij het indienen van een beroep tegen een beslissing in eerste aanleg over een aanvraag tot omgevingsvergunning, behalve in geval van een beroep tegen een stilzwijgende weigering; […]”. Uit deze bepaling volgt dat ‘bij het indienen van een beroep’ een dossiertaks verschuldigd is.
- Artikel 56, laatste lid, OVD luidt: “De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld”.
- Artikel 87, § 1, tweede en derde lid, OVB, in zijn op het geding toepasselijke versie, bepaalt: “§
- […] Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken: 1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks; […] Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april
- […]”. Deze bepaling voorziet in een regularisatiemogelijkheid om ontbrekende bewijsstukken, waaronder het, in het geval een dossiertaks is voorgeschreven, noodzakelijke bewijs van betaling van die dossiertaks, alsnog bij te brengen. De regularisatiemogelijkheid verloopt overeenkomstig artikel 57, tweede lid, OVD. VII-41.059-5/8
- Artikel 12 OVD – al dan niet samengelezen met voormeld artikel 87, § 1, tweede lid, 1°, OVB – verplicht niet tot betaling van de verschuldigde dossiertaks bij het indienen van een beroep. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
- Artikel 57, tweede en derde lid, in zijn op het geding toepasselijke versie, OVD bepaalt: “[…] Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen. Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd”. Uit deze bepaling volgt dat het beroep als onvolledig wordt beschouwd als de beroepsindiener nalaat om desgevraagd de ontbrekende gegevens of documenten, in voorkomend geval een bewijs van betaling van de dossiertaks, tijdig aan het beroep toe te voegen.
- Artikel 87, § 1, tweede lid, OVB – al dan niet samengelezen met artikel 57, tweede lid, OVD – verplicht niet tot betaling van de verschuldigde dossiertaks bij het indienen van een beroep. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. VII-41.059-6/8
- De RvVb verwerpt de exceptie van Najat El Harrouti van onontvankelijkheid van de vordering van Jeanet Adriaans omdat: - geen van de voormelde bepalingen “uitdrukkelijk voorschrijft dat de dossiertaks voor het instellen van administratief beroep, op straffe van onontvankelijkheid, moet betaald worden binnen de beroepstermijn om administratief beroep in te stellen”, - Najat El Harrouti “kan ook niet gevolgd worden dat dergelijke ontvankelijkheidsvereiste volgt uit artikel 87 OVB. [Zij] steunt die stelling op het feit dat uit deze bepaling volgt dat een bewijs van betaling van de dossiertaks bij het beroepsdossier moet gevoegd worden, hetgeen niet mogelijk zou zijn indien er niet betaald is binnen de beroepstermijn. [Zij] verwijst echter tegelijk ook zelf naar de mogelijkheid om dit bewijs van betaling op een later tijdstip te bezorgen met toepassing van artikel 57 OVD. Uit het tijdstip bepaald in artikel 87 OVB kan derhalve geen ontvankelijkheidsvereiste afgeleid worden voor het betalen van de dossiertaks”. Door aldus te beslissen schendt het bestreden arrest geen van de aangevoerde bepalingen.
- Het middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. VII-41.059-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.059-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.538 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div