id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.548 Rolnummer: A. 232448/XIV-38543 Zaak: Arrest 253548 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 22/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-22 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 06:43 Fiche Arrest nr 253.548 van 22 april 2022 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.548 van 22 april 2022 in de zaak A. 232.448/XIV-38.543 In zake: Dirk JACOBS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marlies De Raeve kantoor houdend te 3520 Zonhoven Spierhoofseweg 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de POLTIEZONE 5381 BILZEN-HOESELT-RIEMST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Schellingen kantoor houdend te 3740 Bilzen Stationlaan 45 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 december 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de politieraad van de politiezone Bilzen-Hoeselt-Riemst van 7 oktober 2020 waarbij beslist werd niet in te gaan op de vraag van verzoeker tot het valoriseren van zijn dienstjaren bij zijn vorige werkgevers voor de berekening van zijn geldelijke anciënniteit. Met hetzelfde verzoekschrift vraagt verzoeker tevens de toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. XIV-38.543-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 17 januari
- Op 14 maart 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling van het beroep tot nietigverklaring
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de niet-ontvankelijkheid van het XIV-38.543-2/4 beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Verzoek tot toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State
- Tot een vernietiging van de bestreden beslissing is de Raad van State in dit arrest, dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, niet gekomen. Die vaststelling alleen reeds volstaat om het verzoek tot toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet in te willigen nu er geen te nieuw te nemen beslissing voorligt in de zin van de voornoemde bepaling. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-38.543-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.543-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.548 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.