← België

Arrest 253560 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 25/04/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.560 Rolnummer: A. 229826/X-17637 Zaak: Arrest 253560 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 25/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-27 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-10 06:43 Fiche Arrest nr 253.560 van 25 april 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 253.560 van 25 april 2022 in de zaak A. 229.826/X-17.637 In zake :

  1. Daniël DE VLAMYNCK
  2. Monique DE VLAMYNCK
  3. Marie-Noëlle M.J.J.G. VAN OUTRYVE D’YDEWALLE
  4. Laurence DELVAUX DE FENFFE
  5. Jehanne DELVAUX DE FENFFE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Erika Rentmeesters en Laura Vandervoort kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
  6. de GEMEENTE KNOKKE-HEIST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Matthias Strubbe kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen
  7. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN
  8. het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  9. Het beroep, ingesteld op 20 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Knokke-Heist van 27 juni 2019 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zuidelijke rand Westkapelle’ (hierna: het bestreden gemeentelijk RUP). X-17.637-1/17 II. Verloop van de rechtspleging
  10. De eerste verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De eerste verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari
  11. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Vandervoort, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Matthias Strubbe, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  12. III. Feiten en juridisch kader
  13. Het bestreden gemeentelijk RUP bestaat uit twee deelplannen, te weten het deelplan “WUG en parkgebied Westkapelle” en het deelplan “Activiteitencluster Schapenbrug”. X-17.637-2/17 Het deelplan “WUG en parkgebied Westkapelle” betreft een site aan weerszijden van de Sluisstraat te Westkapelle, dit is een deelgemeente van de gemeente Knokke-Heist (hierna: de site Sluisstraat). Het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust bestemt deze site ten noorden van de Sluisstraat tot woonuitbreidingsgebied. Ten zuiden van de laatstgenoemde straat bestemt het gewestplan de site Sluisstraat tot parkgebied (hierna: de groenzone van het gewestplan). Verzoeksters zijn eigenaar van het grootste gedeelte van de site Sluisstraat. Een kleine kilometer ten oosten van de site Sluisstraat bevindt zich het gehucht Schapenbrug, dat door het gewestplan als landschappelijk waardevol agrarisch gebied is ingekleurd (hierna: de site Schapenbrug). Op de site Schapenbrug bevinden zich een aantal handelszaken. Het deelplan “Activiteitencluster Schapenbrug” heeft betrekking op de laatstgenoemde site. Ten noorden van de voornoemde sites sluit een strook die ter plaatse bekend staat als de Tolpaertpolder aan op het dorp Knokke (hierna: de site Tolpaertpolder). Het gewestplan bestemt deze site tot agrarisch gebied. Ter verduidelijking volgt hierna een weergave van het meergenoemde gewestplan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.637-3/17 4.
  14. Op 29 april 2004 stelt de gemeenteraad van de gemeente Knokke-Heist een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) definitief vast waarin volgende richtinggevende bepalingen zijn opgenomen: “Voorstel tot gefaseerde realisatie van bijkomend woongebied Om te kunnen voldoen aan de woonbehoefte is er binnen het informatief gedeelte een aantoonbare behoefte gewezen van ongeveer 263 nog te creëren wooneenheden […]. […] Fase 3 : Aanduiden van een zoekzone voor het wonen ter hoogte van het onafgewerkt gegeven rond Knokke-Dorp De straten [ter hoogte van de site Tolpaertpolder], zoals […] Apollo XI-laan… hebben momenteel geen eindpunt en lopen onafgewerkt ten einde tegenaan een gefragmenteerde open ruimte, waardoor er een vrij onafgewerkt gegeven ontstaat. Deze zone dient daarom te worden gereserveerd als zoekzone, waardoor een versterking van het wonen wordt voorzien als afwerking van het stedelijk gegeven van Knokke dorp. […] Te reserveren woonuitbreidingsgebied (Fase 4) Het woonuitbreidingsgebied [van de site Sluisstraat] wenst het bestuur voorlopig niet aan te snijden en dan ook te reserveren tot na de overige te voorziene ontwikkelingen.” X-17.637-4/17 4.
  15. Met een besluit van 2 december 2004 keurt de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het GRS van de gemeente Knokke-Heist goed “mits uitsluiting van[, in] het richtinggevend gedeelte: Het voorzien van een afwerking van de kern Knokke-Dorp ter hoogte van de Tolpaertpolder […]” (hierna: het deputatiebesluit van 2 december 2004). Ter verantwoording van deze uitsluiting wordt in de overwegingen van het deputatiebesluit van 2 december 2004 overwogen dat de gemeente Knokke-Heist een “inconsequente houding” aanneemt door, enerzijds, het woonuitbreidingsgebied van de site Sluisstraat niet aan te snijden en, anderzijds, een nieuwe woonzone te voorzien op de site Tolpaertpolder. 5.
  16. In 2016 neemt de gemeente Knokke-Heist het initiatief voor een voorontwerp van gemeentelijk RUP ‘Zuidelijke rand Westkapelle’. 5.
  17. Het voorontwerp van gemeentelijk RUP voorziet onder meer dat de site Sluisstraat nagenoeg volledig tot ‘zone voor landbouwactiviteiten’ wordt herbestemd. 6.
  18. In april 2017 maakt de gemeente Knokke-Heist een screeningsnota op over de mogelijke milieueffecten van het voorontwerp van gemeentelijk RUP (hierna: de screeningsnota). 6.
  19. Over de doelstelling van het voorontwerp voor de site Sluisstraat wordt in de screeningsnota het volgende gesteld: “Voor [de site Sluisstraat] wordt het woonuitbreidingsgebied planologisch geruild voor [de site Tolpaertpolder] die beter ontsloten is binnen de afbakeningslijn.” 6.
  20. In de screeningsnota is voor het plangebied een “Biologische Waarderingskaart” weergegeven, waaruit blijkt dat van de percelen in de groenzone van het gewestplan ongeveer één derde is aangeduid als biologisch (zeer) waardevol. X-17.637-5/17 Voorts is in de screeningsnota voor het plangebied een “Landbouwtyperingskaart” weergegeven, waarop is aangeduid dat de groenzone van het gewestplan voor landbouwactiviteiten een “lage waardering” heeft. 6.
  21. De conclusie van de screeningsnota luidt: “Omdat het RUP uitgaat van een behoud van bestaande toestand voor het gebied […] zijn de effecten zeer beperkt. Het plan [zet] voor het deelplan ‘WUG en Parkgebied Westkapelle’ het woonuitbreidingsgebied en parkgebied [om] naar agrarisch gebied conform het huidige gebruik […]. Door het behoud van de bestaande toestand en het vrijwaren van bijkomende bebouwing worden geen aanzienlijke effecten verwacht voor de biodiversiteit, de fauna en flora, de bodem, het landschap, het water en het geluid of stofhinder. Het plan zal ook geen aanzienlijk effect hebben op de mobiliteit, cultureel en archeologisch erfgoed. Het plan, zal wel effect hebben op de stoffelijke goederen, meer bepaald op de waarde van de gronden en gebouwen. Door het omzetten van woongebied naar landbouwgebied ontstaat er een planschade. Door het omzetten van parkgebied naar landbouwgebied en omzetten van landbouwgebied naar zone voor handel- en horeca ontstaat er een planbaten. Vergoedingen hiervoor worden door de sectorale wetgeving geregeld. Er kan dus gesteld worden dat er geen aanzienlijke effecten moeten verwacht worden.”
  22. Op 10 augustus 2017 beslist de dienst Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest op basis van de screeningsnota dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is.
  23. Op 31 januari 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Knokke-Heist het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘Zuidelijke rand Westkapelle’ voorlopig vast.
  24. Van 25 februari tot 25 april 2019 wordt over het ontwerp van gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. X-17.637-6/17 Verzoeksters dienen een bezwaarschrift in.
  25. In haar zitting van 5 juni 2019 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Knokke-Heist (hierna: de Gecoro) de ingediende bezwaarschriften en geeft zij advies. De Gecoro stelt voor de ingediende bezwaren ongegrond te bevinden. 11.
  26. Bij besluit van 27 juni 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Knokke-Heist het gemeentelijk RUP ‘Zuidelijke rand Westkapelle’ definitief vast. Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 oktober
  27. 11.
  28. De gemeenteraad treedt de door de Gecoro voorgestelde weerlegging van de bezwaren bij. Door het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzicht van wat in randnummer 5.2 is vermeld. 11.
  29. Het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP legt voor de zone ‘zone voor landbouwactiviteiten’ op de site Sluisstraat volgend stedenbouwkundig voorschrift op: “Hoofdbestemming: (beroeps)landbouw en tuinbouwbedrijf. Het gebied is bestemd voor de beroepslandbouw en -tuinbouw. Alle werken, handelingen en wijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de landbouwbedrijfsvoering van landbouwbedrijven zijn toegelaten. Een landbouwbedrijfszetel mag alleen de noodzakelijke bedrijfsgebouwen en de woning van de exploitanten bevatten, alsook verblijfsgelegenheid, verwerkende en dienstverlenende activiteiten voor zover die een integrerend deel van het bedrijf uitmaken. De bebouwing dient te worden gebundeld.” X-17.637-7/17 IV. Onderzoek van het tweede onderdeel van het derde middel Standpunt van de partijen 12.
  30. In het tweede onderdeel van het derde middel wordt de schending aangevoerd van artikel 2.1.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), van het GRS van de gemeente Knokke-Heist en van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiële motiveringsverplichting”. 12.
  31. In hun verzoekschrift stellen verzoeksters onder meer dat het bestreden gemeentelijk RUP afwijkt van het GRS van de gemeente Knokke-Heist. Verzoeksters wijzen er op dat de optie om het woonuitbreidingsgebied van de site Sluisstraat te bevriezen ten voordele van de ontwikkeling van de site Tolpaertpolder in het deputatiebesluit van 2 december 2004 uitdrukkelijk is uitgesloten. Daar waar bij de opmaak van het GRS de bevriezing van het woonuitbreidingsgebied van de site Sluisstraat ter compensatie van de woonontwikkeling van de site Tolpaertpolder expliciet is uitgesloten, is het bestreden gemeentelijk RUP dat nu toch deze realisatie voor ogen heeft, strijdig met het GRS. 13.
  32. In haar memorie van antwoord benadrukt de verwerende partij dat het bestreden gemeentelijk RUP geenszins een zogenaamde “compensatie-oefening” is waarbij het woonuitbreidingsgebied van de site Sluisstraat wordt geschrapt om op de site Tolpaertpolder een nieuw woongebied te creëren. Het bestreden gemeentelijk RUP voorziet louter in het schrappen van het woonuitbreidingsgebied van de site Sluisstraat, om reden van de ongunstige ligging ervan. Dit woonuitbreidingsgebied is namelijk niet nabij collectieve vervoersknooppunten en/of stedelijke voorzieningen gelegen. Het betreft een locatie buiten het stedelijk weefsel met een lage knooppuntwaarde en een matig tot laag voorzieningenniveau. Een woonontwikkeling op een dergelijke, thans onbebouwde, locatie zou ingaan tegen de principes van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. X-17.637-8/17 De verwerende partij vervolgt dat de verwijzing naar het deputatiebesluit van 2 december 2004 niet dienstig is. Zij schrijft dat “dit advies” immers voornamelijk betrekking heeft op het mogelijk maken van een woonzone op de site Tolpaertpolder binnen de betrokken planperiode. Het bestreden gemeentelijk RUP voorziet niet in de creatie van een nieuw woongebied, maar voorziet louter in de schrapping van het woonuitbreidingsgebied van de site Sluisstraat, teneinde te vermijden dat dit gebied zou worden aangesneden op vergunningenniveau, hetgeen onwenselijk is vanuit onder andere het principe van zuinig ruimtegebruik. 13.
  33. Tot slot stelt de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat het deputatiebesluit van 2 december 2004 spreekt over de lopende (vijfjarige) planperiode en dat het bestreden gemeentelijk RUP dateert van lang daarna. Beoordeling
  34. De voor het GRS van de gemeente Knokke-Heist toepasselijke artikelen 2.1.2, § 3, 2.1.16, § 9, 2.1.17, eerste lid, en 2.1.18, § 1, VCRO luiden: “Artikel 2.1.
  35. – […] §
  36. Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen. […] Artikel 2.1.
  37. – […] §
  38. Als er een provinciaal ruimtelijk structuurplan bestaat, beslist de deputatie binnen zestig dagen na ontvangst van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan om het al dan niet goed te keuren. De goedkeuring kan gedeeltelijk zijn. […] Artikel 2.1.
  39. – Het goedkeuringsbesluit van de deputatie […] wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking. X-17.637-9/17 Artikel 2.1.
  40. – §
  41. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt vastgesteld voor een termijn van vijf jaar. Het blijft in ieder geval van kracht totdat het door een nieuw goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is vervangen […].”
  42. Ingeval een GRS een gedeeltelijke goedkeuring van de deputatie van de provincieraad heeft gekregen, bestaat het na dit deputatiebesluit in werking getreden GRS slechts uit het door de deputatie goedgekeurde gedeelte. Het is dit gedeelte dat voor de gemeente geldt wanneer zij een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan opmaakt. De gemeente mag met andere woorden geen toepassing maken van een gedeelte van een door haar vastgesteld GRS dat door de deputatie uitdrukkelijk van goedkeuring is uitgesloten. Er anders over oordelen zou er immers op neerkomen dat de door de decreetgever opgelegde goedkeuring van de deputatie van elke reële draagwijdte wordt ontdaan. 16.
  43. In de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP verantwoordt de eerste verwerende partij de herbestemming van de site Sluisstraat tot agrarisch gebied als volgt: “De reden voor de opmaak van het RUP kan teruggebracht worden tot [het bevriezen van de] mogelijkheid tot het aansnijden van het woonuitbreidingsgebied [op de site Sluisstraat] tot na realisatie van [de woonwijk] Keuvelwijk [op de site Tolpaertpolder]. […] [Op de site Tolpaertpolder] krijgt het agrarisch gebied een herbestemming als woon(uitbreidings)gebied. [De site Tolpaertpolder] ligt aansluitend bij het stedelijk gebied waar al de voorzieningen aanwezig zijn, daardoor wordt er geopteerd om het [woonuitbreidingsgebied op de site Sluisstraat] tijdelijk op te heffen en dit tijdelijk om te zetten naar agrarisch gebied.” De hiervoor geciteerde verantwoording bevestigt de motivering die de eerste verwerende partij in de screeningsnota opnam (randnr. 6.2): het woonuitbreidingsgebied op de site Sluisstraat wordt “planologisch geruild” voor een nieuwe woonontwikkeling op de in het agrarisch gebied van het gewestplan gelegen site Tolpaertpolder. 16.
  44. De in het vorige randnummer bedoelde verantwoording en motivering van de eerste verwerende partij komt er op neer dat zij toepassing X-17.637-10/17 maakt van de richtinggevende bepalingen van het GRS zoals haar gemeenteraad die op 29 april 2004 heeft vastgesteld (randnr. 4.1), waarbij abstractie wordt gemaakt van het deputatiebesluit van 2 december
  45. De door de gemeenteraad vastgestelde richtinggevende bepalingen volgens welke het woonuitbreidingsgebied op de site Sluisstraat “planologisch geruild” zou worden voor de site Tolpaertpolder, zijn immers door het laatstgenoemde deputatiebesluit uitdrukkelijk van goedkeuring uitgesloten (randnr. 4.2). Dat er sinds het van kracht worden van het GRS veel tijd is verstreken en veel is veranderd, kan het negeren van het deputatiebesluit van 2 december 2004 niet goedmaken. Krachtens artikel 2.1.18, § 1, VCRO blijft het (goedgekeurde gedeelte van het) GRS immers van kracht totdat het door een nieuw goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is vervangen. Te dezen is er geen dergelijke vervanging gebeurd, zodat het door het deputatiebesluit van 2 december 2004 goedgekeurde gedeelte van het GRS nog steeds van kracht is. Temporeel gelden de gevolgen van dit deputatiebesluit tot op vandaag en dus niet – zoals de eerste verwerende partij laat uitschijnen (randnr. 13.2) – enkel tot
  46. 16.
  47. Daar de door de eerste verwerende partij opgegeven verantwoording en motivering er op neer komt dat zij toepassing maakt van een gedeelte van het door haar gemeenteraad vastgesteld GRS dat door de deputatie uitdrukkelijk van goedkeuring is uitgesloten, moet worden vastgesteld dat zij haar GRS op onwettige wijze heeft toegepast.
  48. Aan de laatstgenoemde vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de eerste verwerende partij aangehaalde elementen dat de site Tolpaertpolder niet door het bestreden gemeentelijk RUP wordt herbestemd en dat woonontwikkeling op de site Sluisstraat ongewenst is en in zou gaan tegen de principes van een duurzame ruimtelijk ontwikkeling, onder meer omdat deze site niet nabij collectieve vervoersknooppunten en/of stedelijke voorzieningen gelegen is.
  49. Het middelonderdeel is in de aangeven mate gegrond. X-17.637-11/17 V. Onderzoek van het tweede onderdeel van het vijfde middel Standpunt van de partijen 19.
  50. In het tweede onderdeel van het vijfde middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 4.2.1 en 4.2.3 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’, van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 ‘betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s’ en van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de materiële motiveringsverplichting”. 19.
  51. In hun verzoekschrift stellen verzoeksters dat in de screeningsnota die voor het bestreden gemeentelijk RUP is opgemaakt geen vergelijking wordt gemaakt tussen de verordenende voorschriften van het bestaande plan en die van het voorgenomen plan. Er is geen planologische toets uitgevoerd, doch enkel verwezen naar de bestaande feitelijke toestand en naar de nieuwe bestemmingsvoorschriften. Het ontbreken van elke planologische toets is volgens verzoeksters des te hallucinanter voor de groenzone van het gewestplan. Het bestreden gemeentelijk RUP zet deze groenzone – een kwetsbare bestemming – immers om in de harde bestemming landbouwgebied. Verzoeksters besluiten dat de screeningsnota onwettig is en geen steun kan bieden voor het bestreden gemeentelijk RUP.
  52. In haar memorie van antwoord benadrukt de eerste verwerende partij dat, hoewel de screeningsnota in eerste instantie focust op de bestaande feitelijke toestand – hetgeen logisch is, nu er een verschil bestaat tussen de juridische bestemming van het plangebied en de feitelijke invulling ervan op het terrein – er tevens wordt ingegaan op de planologische situatie, hetgeen onder meer blijkt uit de volgende passages van de nota: “2.4.2 nulalternatief ● Indien het RUP niet wordt opgemaakt, blijven beide deelplangebieden hun gewestplanbestemming houden […] ● het woonuitbreidingsgebied kan in principe verder aangesneden worden X-17.637-12/17 in kader van sociale huisvesting of op lang[e] termijn wanneer de behoefte kan aangetoond worden. ● Het parkgebied heeft een groen statuut en kan hier verder bestendigd worden. Er kunnen zich echter ook activiteiten vestigen eigen aan een parkgebied. […] 3.1 de ruimtelijke ordening […] plangeïntegreerde maatregelen ● Het woonuitbreidingsgebied en parkgebied worden omgezet naar hoofdzakelijk landbouwgebied […]. Hier zijn de bebouwingen beperkt tot de (beroeps)landbouw- en tuinbouwbedrijven en mogen de bedrijfszetels enkel de noodzakelijke bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning omvatten. […] 3.2 de biodiversiteit, de fauna en de flora […] Het [gemeentelijk RUP] beoogt een behoud van de bestaande toestand. Door het omzetten van de bestemmingen woonuitbreidingsgebied naar landbouwgebied zullen de waardevolle gebieden vrij blijven van bebouwing. Voor het Parkgebied blijft het gebruik zoals op vandaag land- en tuinbouwgebruik. […] 3.12 de mobiliteit […] conclusie Het RUP betekent enerzijds een bestendiging van de bestaande situatie, en anderzijds het schrappen van een WUG van ca. 19 ha. (behoud als landbouwgebied). Er zijn dan ook geen negatieve effecten aan te geven.” De verwerende partij vervolgt dat ook in de conclusie van de screeningsnota verwezen wordt naar de onderliggende gewestplanbestemmingen. Zij besluit dat verzoeksters’ kritiek elke grondslag mist. Beoordeling 21.
  53. Bij een milieueffectonderzoek moet, uit het oogpunt van de milieueffecten, voor elke zone van het plan in de eerste plaats de vergelijking worden gemaakt tussen de verordenende voorschriften van het bestaande plan en die van het voorgenomen plan (hierna: de planologische toets). De huidige feitelijke bestemming van het gebied is bij deze planologische toets niet relevant. X-17.637-13/17 Voor het uitvoeren van een volledig en zorgvuldig effectonderzoek kan de voornoemde planologische toets echter niet volstaan wanneer de betrokken percelen zich vanuit milieuoogpunt in een bijzondere feitelijke situatie bevinden, zoals bij de vastgestelde aanwezigheid van waardevolle natuurelementen. In dat geval moet ook worden nagegaan of er, gelet op die bestaande feitelijke toestand, milieueffecten kunnen zijn bij de realisatie van het voorgenomen plan (hierna: de feitelijke toets). 21.
  54. Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. 22.
  55. Met verzoeksters moet te dezen worden vastgesteld dat er, met name voor de groenzone van het gewestplan, geen planologische toets voorligt. In de screeningsnota wordt wel vermeld dat deze zone zijn krachtens het gewestplan geldende “groen statuut” verliest, maar het blijkt niet dat in deze nota of in enig ander stuk van het administratief dossier, vanuit het oogpunt van de milieueffecten, de vergelijking wordt gemaakt tussen dit “groen statuut” en de door het bestreden gemeentelijk RUP voor de ‘zone voor landbouwactiviteiten’ opgelegde verordenende voorschriften. De loutere vermeldingen in de screeningsnota dat in de ‘zone voor landbouwactiviteiten’ “de bebouwingen beperkt [blijven] tot de (beroeps)landbouw- en tuinbouwbedrijven” en dat, indien het “groen statuut” van de groenzone van het gewestplan behouden zou worden, er zich ter plaatse “ook activiteiten [kunnen] vestigen eigen aan een parkgebied”, kunnen niet voor een dergelijke, toereikende, vergelijking doorgaan. Door er op te insisteren dat in de groenzone van het gewestplan “het gebruik zoals op vandaag land- en tuinbouwgebruik [zal blijven]” steunt de screeningsnota op de feitelijke bestemming van het gebied die – zoals vermeld (randnr. 21.1) – niet relevant is voor een correct uitgevoerde planologische toets. X-17.637-14/17 22.
  56. Evenmin blijkt dat er voor de biologisch (zeer) waardevolle percelen van de groenzone van het gewestplan (randnr. 6.3) een toereikende feitelijke toets is uitgevoerd. De eerste verwerende partij kan er niet van overtuigen dat zij heeft nagegaan of er voor deze percelen negatieve effecten kunnen voortkomen uit de realisatie van de stedenbouwkundige voorschriften voor de “zone voor landbouwactiviteiten”, die onder meer de bouw van “landbouwbedrijfszetel[s]” toelaten.
  57. Het middelonderdeel is gegrond. VI. Omvang van de vernietiging 24.
  58. In haar memorie van antwoord stelt de eerste verwerende partij dat verzoeksters slechts belang hebben bij de vernietiging van het deelgebied van het bestreden gemeentelijk RUP waartegen hun argumenten gericht zijn. 24.
  59. In hun laatste memorie stellen verzoeksters dat het bestreden gemeentelijk RUP één en ondeelbaar is, minstens wat betreft het deelplan “WUG en parkgebied Westkapelle”. 24.
  60. In haar laatste memorie preciseert de eerste verwerende partij dat ze zich aansluit bij de conclusie van het auditoraatsverslag dat verzoeksters slechts belang hebben bij de vernietiging van het deelplan “WUG en parkgebied Westkapelle”.
  61. Daar het deelplan “WUG en parkgebied Westkapelle” afsplitsbaar is van de rest van het bestreden gemeentelijk RUP en de vernietiging van dit deelplan alleen, aan verzoeksters volledige genoegdoening geeft, wordt de nietigverklaring beperkt tot dit deelplan. X-17.637-15/17 VII. Kosten
  62. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  63. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
  64. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Knokke-Heist van 27 juni 2019 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zuidelijke rand Westkapelle’, voor zover het betrekking heeft op het deelplan “WUG en parkgebied Westkapelle”. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  65. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
  66. De eerste verwerende partij en de derde verwerende partij worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1000 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage ten belope van 80 euro wordt aan hen terugbetaald. X-17.637-16/17 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.637-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.560 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.