← België

Arrest 253584 - Uitleveringen - 27/04/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.584 Rolnummer: A. 234929/VII-41602 Zaak: Arrest 253584 - Uitleveringen - 27/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-03 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:45 Fiche Arrest nr 253.584 van 27 april 2022 Vreemdelingen - Uitleveringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.584 van 27 april 2022 in de zaak A. 234.929/XIV-38.855 In zake: Marin Andrei TOMA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Verpoorten kantoor houdend te 2200 Herentals Lierseweg 102-104 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 29 oktober 2021 een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de minister van Justitie van 26 augustus 2021 waarbij de uitlevering van verzoekster aan de regering van Moldavië wordt toegestaan. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XIV-38.855-1/6 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april 2022, om 13.30 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Axelle Gysemans, die loco advocaat Peter Verpoorten verschijnt voor verzoeker, en advocaat Sarah Elslander, die loco advocaat Bernard Derveaux verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Met een verzoek van 15 februari 2021 vraagt Moldavië de uitlevering van verzoeker, van Moldavische en Roemeense nationaliteit, op grond van een vonnis van een Moldavische rechtbank van 8 mei 2019 waarmee verzoeker werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar wegens inbreuken op de wetgeving op verdovende middelen. De kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Antwerpen brengt op 6 april 2021 een gunstig advies uit over het verzoek tot uitlevering van verzoekeer. XIV-38.855-2/6 Op 26 augustus 2021 staat de minister van Justitie de uitlevering toe van verzoeker aan de regering van Moldavië. Er wordt vermeld dat het specialiteitsbeginsel van toepassing is. Dit is de bestreden beslissing. IV. De schorsingsvoorwaarden
  5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
  6. Verzoeker voert aan dat hij een ernstig risico zou lopen indien de bestreden beslissing zou worden uitgevoerd. Hij heeft immers een verzoek om internationale bescherming ingediend nu hij vreest voor zijn leven of foltering of onmenselijke behandelingen bij een terugkeer naar Moldavië. De behandeling van dit verzoek is nog lopende en een uitlevering in afwachting van een beslissing vormt een schending van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950, van artikel 4 van het handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van de artikelen 1, A, 2) en 33 van het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli
  7. Verzoeker laat gelden dat de uitlevering van kandidaat-vluchtelingen verboden is zodat de uitvoering van de bestreden beslissing moet worden geschorst in afwachting van een definitieve beslissing over zijn verzoek tot internationale bescherming. Hij acht de vordering tot schorsing spoedeisend omdat de bestreden beslissing hem werd betekend op 6 september 2021 en ze dus te allen tijde zou kunnen worden XIV-38.855-3/6 uitgevoerd. Dit geldt des te meer nu verzoeker reeds een beslissing heeft ontvangen waarin de uitlevering werd voorzien op 6 oktober 2021, hoewel deze later werd geannuleerd. Verzoeker besluit dat de bestreden beslissing echter nog steeds te allen tijde kan worden uitgevoerd. Beoordeling
  8. Naar luid van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij bij de Raad van State toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Een verzoekende partij moet aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens in haar inleidende akte uitleggen in welke mate zij onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  9. Te dezen leidt verzoeker de spoedeisendheid van zijn vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing enkel af uit de vrees dat deze beslissing zou worden ten uitvoer gelegd tijdens de duur van de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming en hij aldus aan Moldavië zou worden uitgeleverd terwijl hij een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, net uit vrees voor zijn leven, foltering of onmenselijke behandelingen aldaar. XIV-38.855-4/6 De verwerende partij geeft in de nota met opmerkingen echter uitdrukkelijk aan en bevestigt dat de bestreden beslissing niet zal worden uitgevoerd zolang verzoekers procedure om internationale bescherming voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen hangende is, noch wanneer zou worden beslist dat hem internationale bescherming dient te worden toegekend. De bevestiging door de verwerende partij dat niet zal worden overgegaan tot de uitvoering van de bestreden beslissing tijdens de asielprocedure noopt tot het besluit dat de spoedeisendheid van de vordering niet wordt aangetoond in de mate dat die spoedeisendheid wordt gesteund op een mogelijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tijdens de asielprocedure. Verzoeker voert geen andere elementen aan ter staving van de voorgehouden spoedeisendheid. Bijgevolg is de spoedeisendheid van de vordering niet aangetoond. VI. Conclusie
  10. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XIV-38.855-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-38.855-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.584 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.366 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.