← België

Arrest 253621 - Overheidsopdrachten - 02/05/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.621 Rolnummer: A. 236036/XII-9201 Zaak: Arrest 253621 - Overheidsopdrachten - 02/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-03 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 06:46 Fiche Arrest nr 253.621 van 2 mei 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.621 van 2 mei 2022 in de zaak A. 236.036/XII-9201 In zake: de NV DCA INFRA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Sven Frankard kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV COLAS NOORD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Poppe kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2A bus 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 april 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaamse Gewest van 16 december 2021 om de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp ‘Tielt-Winge-Bekkevoort – N2’ te gunnen aan de nvColas Noord en niet aan de verzoekende partij. XII-9201-1/13 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 19 april 2022 heeft de nv Colas Noord gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 april 2022, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Wouters, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Laure Proost, die loco advocaten Frank Judo en Sven Frankard verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Anthony Poppe, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor werken met als voorwerp ‘Tielt-Winge-Bekkevoort – N2’. 3.
  5. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 17 september 2021 en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie van 22 september 2021, met rechtzettingsberichten. XII-9201-2/13 3.
  6. Als plaatsingsprocedure is gekozen voor de openbare procedure met de prijs als enig gunningscriterium. Het bestek met referte WVB/INV/N2N11 is van toepassing. 3.
  7. Vijf offertes worden ingediend, waaronder die van de verzoekende partij en de nv Colas Noord. 3.
  8. In het kader van het prijsonderzoek vraagt de verwerende partij het advies van de afdeling Algemene Technische Ondersteuning van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid (hierna: ATO). Dit advies wordt verstrekt op 25 november
  9. 3.
  10. Met een brief van 29 november 2021 wordt de nv Colas Noord verzocht een aantal elementen uit haar inschrijving te willen verantwoorden. De nv Colas Noord verstrekt de gevraagde inlichting met een e-mailbericht van 3 december. 3.
  11. Op 15 december 2021 wordt een gunningsverslag opgesteld. Onder titel ‘4.7 Rekenkundig nazicht’ vermeldt het gunningsverslag met betrekking tot de offerte van de nv Colas Noord: “Materiële vergissing De aanbestedende overheid gaat uit van een materiële vergissing met betrekking tot de offerte van inschrijver Colas Noord NV, specifiek m.b.t. post
  12. De prijs voor post 487 van Colas Noord NV wijkt zeer sterk af van de prijzen van de andere inschrijvers. De eenheidsprijs die Colas Noord NV weergeeft is uitgedrukt in duizenden euro terwijl de eenheidsprijs van de andere inschrijvers maar tussen de tien tot twintig euro bedraagt. Als het bedrag opgegeven door Colas Noord NV gedeeld wordt door de voorziene hoeveelheid nl. 117, resulteert dit in een vergelijkbare eenheidsprijs met de inschrijvingsprijzen van de andere inschrijvers. XII-9201-3/13 Met het begrip materiële fout wordt, volgens de rechtspraak van de Raad van State, ‘een verschrijving of vergissing bedoeld, begaan bij de materiële verrichtingen die gepaard gaan met het opstellen van een offerte zoals uitschrijven, invullen of overbrengen van cijfergegevens’. Het moet gaan om een beweerde fout die zich als duidelijk, als eerder manifest en onontkoombaar, aan de aanbestedende overheid opdringt’. Het moet aldus dus gaan om fouten waaromtrent nauwelijks tot geen discussie is. De aanbesteder gaat er daarom van uit dat Colas Noord NV bij het invullen van de eenheidsprijs voor post 487 de totaalprijs heeft weergegeven in plaats van de effectieve eenheidsprijs. De wetgeving voorziet de mogelijkheid voor de aanbestedende overheid om materiële fouten en rekenfouten te corrigeren waarbij rekening moet gehouden worden met de werkelijke bedoeling van de inschrijver conform art. 34 van KB Plaatsing. Het opzet van art. 34 KB Plaatsing is om de werkelijke bedoeling van de inschrijver na te gaan om te achterhalen of er sprake is va een materiële vergissing. De werkelijke bedoeling van Colas Noord NV kan achterhaald worden aan de hand van een: - globale analyse van de offerte; - vergelijking van de prijzen van de inschrijver met de prijzen van de andere inschrijvers; - vergelijking van de prijzen van de inschrijver met de marktprijzen cfr. art. 34, §2, 2e lid van het KB Plaatsing. In casu is het vrij duidelijk dat de eenheidsprijs die Colas voorstelt in werkelijkheid de totaalprijs is. Mogelijks heeft de postomschrijving bijgedragen aan de verwarring daaromtrent. De aanbestedende overheid gaat er aldus vanuit dat de inschrijver de totaalprijs voor post 487 verkeerdelijk heeft opgegeven als eenheidsprijs. De opgegeven eenheidsprijs dient dus gedeeld te worden door de voorziene hoeveelheid

(117). In dat geval verkrijgt men een eenheidsprijs van 29,91 euro / m³ hetgeen volledig in lijn ligt met - de eenheidsprijzen van de andere inschrijvers die rekenkundig gemiddelde uitkomen op een bedrag van 15,35 euro voor post 487; - de beschikbare referentietarieven / marktprijzen. De aanbestedende overheid gaat dus uit van een materiële vergissing in de zin van art. 34 KB Plaatsing t.a.v. post 487 en corrigeert de eenheidsprijs van de betrokken inschrijver naar 29,91 euro /m³.” Onder titel ‘4.8 Prijsonderzoek’ wordt vermeld: “Wat betreft de eenheidsprijzen: De eenheidsprijzen van de inschrijver werden onderzocht. Bij identificatie van de prijzen werden alle posten met een aandeel groter dan 0,20% in XII-9201-4/13 beschouwing genomen. Als drempelwaarde voor afwijkingen werd 25 à 30% voor lage en 50% voor hoge prijzen gehanteerd. De eenheidsprijzen van inschrijvers van alle inschrijvers werden onderzocht. Volgende inschrijvers worden niet in detail besproken: - Inschrijver BESIX Infra NV werd reeds hoger onregelmatig [...] verklaard wegens het niet aanleveren van een prijsverantwoording voor het totaal offertebedrag (belast met wettelijk vermoeden van abnormaliteit) - Inschrijvers DCA Infra NV, Deckx Algemene Ondernemingen NV en Willemen Infra NV gezien zij voorlopig niet in aanmerking komen voor plaatsing van de opdracht op basis van de rangschikking. Bespreking offerte Colas Noord NV Op basis van bovenstaande parameters werden posten 12, 27, 54, 182, 196 en 415 uit het vast gedeelte alsook post 358 uit het voorwaardelijk gedeelte geselecteerd voor verder onderzoek. Er werd prijsverantwoording gevraagd voor de bovenvermelde prijzen aan inschrijver Colas Noord NV per e-mail op 29/11/
  1. De prijsverantwoording werd tijdig ontvangen. Toeslag algemene kosten, winst en risico Uit de verantwoording blijkt dat de inschrijver rekening houdt met een toeslag van 17,94% ingeval van eigen werk. Dit percentage is courant gangbaar. Verkoopprijzen inzet arbeid en materieel De prijzen voor het inzetten van graafkraan op rupsen en trilwals zijn in vergelijking met courant gangbare prijzen eerder hoog, maar nog aanvaardbaar. De overige opgegeven prijzen vallen volledig binnen de vork van de courant gangbare prijzen. M.b.t. post 12 […] M.b.t. post 27 Het vooropgestelde rendement voor het opbreken van asfaltverharding wordt als realistisch beschouwd. De opgebroken asfaltverharding wordt niet afgevoerd maar ter plaatste gestapeld, gezeefd en gebroken met het oog op hergebruik als gebonden fundering. Op die manier worden afgiftekosten verme[l]den en de transportkosten tot een minimum beperkt. D[it] is logisch en realistisch en verklaart op voldoende wijze de opgegeven prijs voor post
  2. M.b.t. posten 54, 196 en 358 […] M.b.t. post 182 XII-9201-5/13 […] M.b.t. post 415 Het zandcement is afkomstig van de eigen productiesite te Zolder waardoor de verkoopprijs van het materiaal beperkt blijft. Dit is aannemelijk, zeker vergeleken met een courant gangbare verkoopprijs. Het transport zou gebeuren onder de vorm van retourvrachten tijdens het afvoeren van de overtollige gronden. Ook dit is aannemelijk, gelet op de uitvoeringsomstandigheden en de omvang van het grondverzet. Dit verklaart bovendien de afwezigheid van transportkosten voor het zandcement. Bovenstaande elementen verklaren op voldoende wijze de prijs voor post
  3. De verantwoording wordt aldus aanvaard. Op basis van de verstrekte prijsverantwoording kan de aanbestedende overheid concluderen dat er geen essentiële elementen zijn die wijzen op abnormale prijsvorming. De offerte van Colas Noord NV kan bijgevolg op prijstechnisch vlak als normaal beschouwd worden.” Er wordt voorgesteld om de opdracht te gunnen aan de nv Colas Noord. 3.
  4. Op 16 december 2021 beslist de Administrateur-generaal van het Agentschap Wegen en Verkeer “gelet op de motieven uit het onderzoek en de beoordeling zoals hierboven omstandig beschreven” de opdracht te gunnen aan de nv Colas Noord. Dit is de bestreden gunningsbeslissing. IV. Tussenkomst
  5. De nv Colas Noord blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en XII-9201-6/13 diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
  7. De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 81, 83 en 84 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), van artikel 5, 8° van de rechtsbeschermingswet 2013, van de artikelen 34, 36 en 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), van het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, van het beginsel patere legem quam ipse fecisti en van de materiële en de formele motiveringsplicht. Zij vat het middel samen als volgt: “Doordat verwerende partij de opdracht heeft gegund aan de NV Colas Noord en de offerte van deze inschrijver derhalve als regelmatig heeft beschouwd, terwijl uit de bestreden beslissing blijkt dat de offerte van de NV Colas Noord voor verschillende posten schijnbaar abnormale prijzen bevatte, onder meer voor wat betreft de post 27 ‘Opbreken van asfaltverharding volgens 4-1.1.2.3, dikte E ≤ 10 cm’ en dat in de prijsverantwoording die door de NV Colas Noord is verstrekt voor deze post, is gesteld dat de opgebroken asfaltverharding niet wordt afgevoerd maar ter plaatse wordt gestapeld, gezeefd en gebroken met het oog op herbruik als gebonden fundering; En doordat verwerende partij in de bestreden beslissing motiveert dat de offerte van Colas Noord NV een materiële vergissing bevat met betrekking tot post 487; dat verwerende partij de door Colas Noord NV neergeschreven eenheidsprijs heeft verbeterd naar 29, 91 euro/m³ en daarbij motiveert dat deze eenheidsprijs volledig in lijn ligt met de eenheidsprijzen van de andere inschrijvers die volgens het rekenkundig gemiddelde uitkomen op een bedrag van 15,35 euro/m³ voor post 487; Terwijl, eerste onderdeel, verwerende partij de prijsverantwoording van Colas Noord NV voor post 27 niet mocht aanvaarden; Dat de verantwoording die door XII-9201-7/13 Colas Noord NV is verstrekt eruit bestaat dat de opgebroken asfaltverharding zou hergebruikt worden als gebonden fundering; Dat het aanbrengen van een gebonden fundering evenwel nergens is voorzien in de opdracht; Dat het hergebruiken van de bestaande asfaltverharding derhalve niet mogelijk is en nog minder als rechtvaardiging kan aangewend worden voor het weerleggen van het vermoeden van abnormaliteit van post 27; Dat het opgebroken asfalt bovendien niet hergebruikt mag worden als fundering of onderfundering; Dat ook in die optiek de prijsverantwoording niet mocht worden aanvaard; Dat verwerende partij minstens diende te motiveren waarom de prijsverantwoording in deze omstandigheden wel mocht worden aanvaard; En terwijl, tweede onderdeel, uit de prijsverantwoording van Colas Noord NV blijkt dat zij een substantieel onregelmatige offerte heeft ingediend; Dat uit het bestek duidelijk blijkt dat het opgebroken asfalt niet voor de onderfunderingen en funderingen mag worden gebruikt; Dat een gebonden fundering evenmin is toegelaten; Dat de uitvoeringswijze die Colas Noord NV voorstelt en zoals die blijkt uit haar prijsverantwoording (gebruik van asfalt voor een gebonden fundering), kennelijk in strijd is met de duidelijke technische bepalingen en minimale eisen van het bestek; Dat verwerende partij gehouden was deze offerte als substantieel onregelmatig te verwerpen; Dat verwerende partij minstens diende te motiveren waarom de offerte die in een uitvoering voorziet die in strijd is met de bepalingen van het bestek, alsnog als regelmatig is aanvaard; En terwijl, derde onderdeel, verwerende partij niet kon motiveren dat de door haar gecorrigeerde eenheidsprijs voor post 487 in de offerte van Colas Noord NV volledig in lijn zou liggen met de gemiddelde eenheidsprijs van de andere inschrijvers; Dat de gecorrigeerde eenheidsprijs in de offerte van Colas Noord NV (29,91 euro / m³) nagenoeg het dubbele bedraagt van de gemiddelde eenheidsprijs van de andere inschrijvers (15,35 euro / m³); Dat verwerende partij dit substantiële verschil in prijs bovendien niet mocht negeren en gehouden was dit verder te onderzoeken; Zodat de bestreden beslissing de in het middel aangehaalde wetsbepalingen en beginselen schendt”. Beoordeling Eerste en tweede onderdeel
  8. Post 27 heeft betrekking op het opbreken van bestaande asfaltverharding. Gevraagd naar een verantwoording van de opgegeven eenheidsprijs, geeft de tussenkomende partij de volgende prijsverantwoording: XII-9201-8/13 “[…] De opgebroken asfaltverharding wordt afgevoerd naar de stapelplaats en gebroken om te herbruiken in aan te leggen cementgebonden funderingen. De kraan voor de manipulaties van de materialen op de stapelplaats is inbegrepen in de werflasten.” Deze verantwoording wordt door verwerende partij als volgt beoordeeld: “[…] De opgebroken asfaltverharding wordt niet afgevoerd maar ter plaatse gestapeld, gezeefd en gebroken met het oog op hergebruik als gebonden fundering. Op die manier worden afgiftekosten [vermeden] en de transportkosten tot een minimum beperkt. D[it] is logisch en realistisch en verklaart op voldoende wijze de opgegeven prijs voor post 27”. In essentie betoogt de verzoekende partij dat hieruit volgt dat de asfaltverharding die op de werf wordt opgebroken, op diezelfde werf zou worden hergebruikt als cementgebonden fundering, terwijl huidige opdracht geen post of werk met een cementgebonden fundering bevat. De (onder)funderingen die dienen aangebracht te worden in het kader van de huidige opdracht betreffen volgens de verzoekende partij enkel steenslagfunderingen met continue korrelverdeling zonder toevoegsel. Enkel betongranulaat of natuursteenslag zijn toegelaten, terwijl een gebonden fundering een homogeen mengsel is van zand, steenslag, aanmaakwater en een additief of toevoegsel, wat voor geen enkele post is voorzien. Bijgevolg is, volgens de verzoekende partij, de opgegeven prijsverantwoording niet deugdelijk (eerste onderdeel) en de offerte strijdig met de technische besteksvoorschriften (tweede onderdeel).
  9. Met de verwerende en tussenkomende partijen lijkt op het eerste gezicht te kunnen worden vastgesteld dat de verzoekende partij hierbij uitgaat van een verkeerde lezing van zowel het bestek als van de prijsverantwoording van de tussenkomende partij. 8.
  10. In de eerste plaats voorziet het bestek inderdaad enkel in “steenslagfunderingen met continue korrelverdeling zonder toevoegsel” in de drie door de verzoekende partij aangehaalde posten die betrekking hebben op de wegfundering. De verwerende en tussenkomende partijen maken evenwel op het XII-9201-9/13 eerste gezicht aannemelijk dat het bestek ook, in verscheidene andere posten die betrekking hebben op de fundering en de aanzet van de riolering, voorziet in cementgebonden funderingen, met name “fundering en omhulling met zandcement of granulaatcement”, “geschikt maken van de sleufbodem met zandcement of granulaatcement” en “funderingen en stut van schraal beton”, en bijgevolg dat een deel van het opgebroken asfalt, ook gekend als asfaltgranulaat, kan worden verwerkt tot zeefzand, zeefgranulaat of brekerszand, dat wordt gebruikt voor de aanmaak van zandcement, granulaatcement, of schraal beton. Het bestaan van deze procédés lijkt op het eerste gezicht te worden bevestigd in het Standaardbestek 250 onder hoofdstuk 3 ‘Materialen’, artikel 6.2.4 (zand voor zandcement), artikel 7.1.2.14 (steenslag voor granulaatcement) en artikel 6.1.2.4 (brekerzand). De beschrijvingen van de materialen onder hoofdstuk 9 ‘Allerhande werken’ in artikel 1.1.1 (zandcement en granulaatcement) en artikel 2.1.1 (schraal beton) van het Standaardbestek 250 tonen voorts aan dat zandcement, granulaatcement en schraal beton soorten van gebonden fundering zijn. De verwijzing van de verzoekende partij naar het verbod afgeleid uit artikel 4.4.
  11. Vlarema om asfalt te vermengen met betongranulaten, lijkt op het eerste gezicht niet dienend. Het uitgangspunt van de verzoekende partij dat in het bestek elk hergebruik van asfaltgranulaat als cementgebonden fundering op dezelfde werf zou zijn uitgesloten, lijkt bijgevolg op het eerste gezicht verkeerd te zijn. In die context gelezen, lijkt de motivering in het gunningsverslag ook niet in strijd te zijn met de opgegeven prijsverantwoording. De opgebroken asfaltverharding wordt “niet afgevoerd”, te verstaan als niet definitief afgevoerd naar een recyclagecentrum, maar “ter plaatse”, te verstaan als op een stapelplaats of een naburige werf van de gekozen inschrijver, “gebroken om te herbruiken in aan te leggen cementgebonden funderingen”, wat ook op de werf in het kader van de huidige opdracht kan zijn. De verwerende en tussenkomende partijen maken aannemelijk dat op die manier afgifte- of stortkosten aan een recyclagecentrum worden vermeden en de transportkosten tot een minimum worden beperkt. XII-9201-10/13 Ter zitting betoogt de verzoekende partij nog dat deze argumentatie zou strijden met het motief in het gunningsverslag waarbij de door de tussenkomende partij opgegeven eenheidsprijs voor post 415 ‘Fundering van zandcement of granulaatcement’ wordt aanvaard “omdat het zandcement afkomstig is van de eigen productiesite te Zolder waardoor de verkoopprijs van het materiaal beperkt blijft”. De tussenkomende partij maakt op het eerste gezicht evenwel aannemelijk dat, zoals de verzoekende partij overigens zelf betoogt ter zitting, het zeefzand afkomstig uit het asfaltgranulaat te beperkt in volume is om al die cementgebonden funderingen te maken, zodat extra zandcement moet worden aangevoerd. 8.
  12. Bovendien maakt de tussenkomende partij aannemelijk dat de opgebroken asfaltverharding, die niet wordt gebruikt op de werf zelf, zal worden herbruikt als cementgebonden fundering op andere werven van de tussenkomende partij, waarbij de vervoerskosten alsdan voor rekening zijn van de werf waar de materialen zullen worden toegepast.
  13. Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partij op het eerste gezicht niet aannemelijk maakt dat de motieven om de opgegeven prijsverantwoording te aanvaarden, niet deugdelijk zouden zijn, of dat de offerte van de tussenkomende partij de essentiële technische vereisten van het bestek niet zou naleven. Het eerste en tweede middelonderdeel zijn niet ernstig. Derde onderdeel
  14. Met betrekking tot post 487 verwijt de verzoekende partij de verwerende partij dat zij, na verbetering van de materiële vergissing in de prijsopgave van de tussenkomende partij, voor deze post geen nader onderzoek zou hebben gedaan naar de eenheidsprijs, hoewel deze het dubbele bedraagt van het rekenkundig gemiddelde van de eenheidsprijzen van de andere inschrijvers.
  15. Uit de wijze waarop dit onderdeel van het enig middel is opgebouwd, lijkt te mogen worden afgeleid dat de verzoekende partij geen kritiek XII-9201-11/13 formuleert op de verbetering door de verwerende partij van de materiële fout als zodanig, zodat het ingeroepen artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 niet dienstig is.
  16. Voorts lijkt de tussenkomende partij op het eerste gezicht terecht te stellen dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het middelonderdeel omdat post 487 een verwaarloosbare post betreft. Zoals blijkt uit het gunningsverslag werden in het kader van het algemeen prijzenonderzoek (uitgevoerd door ATO) de eenheidsprijzen van alle inschrijvers onderzocht. Voor de identificatie van de prijzen werden enkel de posten met een aandeel groter dan 0,20% in beschouwing genomen en als drempelwaarde voor de afwijkingen werd “25% à 30% voor lage en 50% voor hoge prijzen” gehanteerd. Uit de prijsanalyse, als vertrouwelijk stuk neergelegd maar waarop de Raad vermag acht te slaan, lijkt op het eerste gezicht te kunnen worden afgeleid dat de gecorrigeerde eenheidsprijs voor post 487 in de offerte van de tussenkomende partij niet voor nader onderzoek geselecteerd is omdat het individueel aandeel van de post in verhouding tot de waarde van de opdracht gering is (0,03%
  17. Ten overvloede stelt de Raad op het eerste gezicht vast, voor zover de verzoekende partij kritiek heeft op het motief in het gunningsverslag in het kader van het rekenkundig nazicht dat de gecorrigeerde eenheidsprijs van 29,91 euro /m³ “volledig in lijn ligt met de eenheidsprijzen van de andere inschrijvers die rekenkundig gemiddeld uitkomen op een bedrag van 15,35 euro/m³”, dat zij eraan voorbijgaat dat de afwijking van deze eenheidsprijs ten opzichte van het rekenkundig gemiddelde van de eenheidsprijzen van alle inschrijvers minder bedraagt, en dat deze eenheidsprijs eveneens is vergeleken met de beschikbare referentietarieven/marktprijzen.
  18. Het derde middelonderdeel is, voor zover ontvankelijk, niet ernstig. VII. Besluit XII-9201-12/13
  19. Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. BESLISSING
  20. Het verzoek van de nv Colas Noord tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  21. De Raad van State verwerpt de vordering.
  22. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9201-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.