← België

Arrest 253666 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 05/05/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.666 Rolnummer: A. 229673/IX-9898 Zaak: Arrest 253666 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 05/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-12 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:48 Fiche Arrest nr 253.666 van 5 mei 2022 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.666 van 5 mei 2022 in de zaak A. 229.673/IX-9898 In zake: Kristiaan BAEYENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Economie en Werk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent Orchideestraat 61 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie dd. 01.10.2019 waarbij aan [Kristiaan Baeyens] de cumulatieaanvraag werd geweigerd om een bijkomende activiteit als zelfstandige uit te oefenen”. II. Verloop van de rechtspleging IX-9898-1/4
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 1 februari
  3. Op 7 april 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure IX-9898-2/4 indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  6. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring van de bestreden beslissing voorgesteld, omdat de doorslaggevende reden waarom de cumulatiemachtiging wordt geweigerd, namelijk “dat directe collega’s van [verzoeker] installaties kunnen controleren waarover [verzoeker] advies heeft verleend”, niet juist is. Volgens het auditoraat kan dit noch uit het bestreden besluit, noch uit het administratief dossier worden opgemaakt.
  7. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
  8. Na eigen onderzoek, ziet ook de Raad van State geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het enige middel is gegrond. BESLISSING
  9. De Raad van State vernietigt de beslissing van de voorzitter ad interim van het directiecomité van de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie van 1 oktober 2019 waarbij de cumulatieaanvraag van Kristiaan Baeyens om een bijkomende activiteit als zelfstandige uit te oefenen, wordt geweigerd.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9898-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9898-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.666 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.